Modeautoriteit

Mijn roots liggen aan het Comomeer. Dat is de streek die mijn grootvader Amadeo achterliet toen hij na de Eerste Wereldoorlog zijn geluk vond in België, bij de verpleegster die hem verzorgde voor tuberculose. Ik ben opgegroeid met polenta, zelfgemaakte gnocchi en vakanties bij de Italiaanse familie. Het verbaasde dus niemand dat ik op een dag naar Italië vertrok.
...

Mijn roots liggen aan het Comomeer. Dat is de streek die mijn grootvader Amadeo achterliet toen hij na de Eerste Wereldoorlog zijn geluk vond in België, bij de verpleegster die hem verzorgde voor tuberculose. Ik ben opgegroeid met polenta, zelfgemaakte gnocchi en vakanties bij de Italiaanse familie. Het verbaasde dus niemand dat ik op een dag naar Italië vertrok. Als kind observeerde ik mijn vader in zijn kleermakerszaak. Een Savile Row-achtige wereld waarin Joodse diamantairs na de sabbat stoffen keurden en zich lieten opmeten. Mijn vader moedigde me niet aan om in de mode te gaan, maar hij ontwikkelde wel mijn oog voor constructie en proporties. Zelf kleding ontwerpen trok me niet aan, maar ik zie meteen waarom een kledingstuk niet goed zit. Tekenen, naaien en patronen maken was trouwens niet mijn sterkste kant. Ik heb altijd op mijn intuïtie gerekend. Ik rolde van de ene baan in de andere, zonder car-rièreplanning, en als autodidacte ontwikkelde ik mijn eigen werkwijze. Met antennes die me altijd vertelden hoe ik te werk moest gaan. In vergaderingen ben ik meestal de enige vrouw. Mannen maken graag hun punt, ook als ze amper het dossier kennen. Een vrouw moet dus haar moment kiezen. Maar ik heb me nog nooit benadeeld gevoeld - ook in Italië niet. Het land is wel bureauctratischer dan ik dacht. Officiële documenten staan vol punten en komma's, en dat is soms contraproductief. Vaak doen te veel regels de motor stokken. Ik leef niet in het verleden. Ik heb mee aan de geschiedenis van de Belgische mode geschreven, maar dat is een verhaal van veel hardwerkende mensen die elkaar stimuleerden. Ik had gewoon het geluk op de juiste plaats te zijn op het juiste moment. En invloedrijk genoemd worden door Time Magazine, wat betekent dat? Geen enkele baan werd me op een dienblad aangeboden, en uiteindelijk telt alleen je eigen oordeel. Bovendien stel ik mezelf graag op de proef. Ik zie meteen nieuwe uitdagingen. Ik ben gehecht aan mijn vrijheid. Kinderen pasten niet bij het werkritme, en misschien durfde ik de verantwoordelijkheid ook niet aan. (lacht) Van uitbollen is trouwens nog geen sprake. Af en toe moet ik mijn hart horen slaan. In Firenze is het goed leven, maar het is ook een dorp waar je gemakkelijk de rest van de wereld vergeet. Dat reizen er moeite kost, neem ik er graag bij. Parijs is mijn tweede thuis. Als kind bezocht ik er met mijn vader kledingbeurzen, later verzorgde ik er de showroom van Dries Van Noten en nu ga ik er nog steeds de defilés bekijken. Parijs stilt mijn honger naar cultuur en naar mode die niet voor de rode loper is ontworpen. Ik ben graag een drijfveer voor anderen. Ik wist niet dat ik zo creatief kon zijn, zegt een student me wel eens. Een groter compliment kun je niet krijgen. Ik wil antwoorden. Hoe zal de industrie het komende decennium evolueren, en wat met modehuizen die hun roots en tradities opgeofferd hebben aan commercie en globalisering ? Geeft het systeem jonge mensen nog kansen, of was Alexander McQueen de laatste rebel ? Jonge ontwerpers zijn zo bang om de sprong te wagen. Mijn band met Antwerpen ben ik kwijt. Ik schrik er zelf van, maar veel heeft te maken met de dood van mijn ouders en het feit dat ik enig kind ben. Alsof ik sinds dat moment volwassen ben. - Linda Loppa (62) woont in Firenze, waar ze sinds 2007 de mode- en designschool Polimoda leidt. Daarvoor was Loppa afdelingshoofd van de Antwerpse modeacademie, waar ze eind jaren zestig studeerde en in '82 docente werd. Loppa was ook voorzitter van het Flanders Fashion Institute en directeur van het ModeMuseum. Info : www.polimoda.com.Door Wim Denolf - Foto Roger Dean (Catwalkpictures)