Sinds 1984 is 's-Gravenwezel, dankzij Axel en May Vervoordt, een referentie op het gebied van hedendaagse tuinen. De Vervoordts wonen in een voormalige vesting, die in de loop der eeuwen werd omgevormd tot een lustoord, omgeven door een romantisch Engels park met indrukwekkend snoeiwerk, zowel als door Franse tuinen. Alles is hier afgestemd op de cultus van het schone en het goede.
...

Sinds 1984 is 's-Gravenwezel, dankzij Axel en May Vervoordt, een referentie op het gebied van hedendaagse tuinen. De Vervoordts wonen in een voormalige vesting, die in de loop der eeuwen werd omgevormd tot een lustoord, omgeven door een romantisch Engels park met indrukwekkend snoeiwerk, zowel als door Franse tuinen. Alles is hier afgestemd op de cultus van het schone en het goede. Het kasteel van 's-Gravenwezel, geflankeerd door statige torens en omringd door een dubbele slotgracht, dateert uit de middeleeuwen. Het maakte ooit deel uit van de verdedigingsgordel rond Antwerpen, aan de oostkant van de stad, net als andere kastelen in de streek, zoals Vordenstein, Cantecroy en Cleydael. In het midden van de achttiende eeuw gaf de toenmalige eigenaar Melchior van Susteren aan bouwmeester Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (die ook het stadhuis van Lier ontwierp) de opdracht het middeleeuwse kasteel te verbouwen. Zo kwam er onder meer een nieuwe gevel in régencestijl, de mode van die tijd. We zijn aan het begin van de romantiek en het gebouw wordt ingebed in een soort schrijn, waardoor het de allure krijgt van een landelijk lusthof, verfraaid met diverse terrassen, stenen trappen en beeldengroepen, waaronder twee riviergoden aan de voet van het westelijke bordes, als trouwe bewakers. Axel en May Vervoordt woonden eerst in hartje Antwerpen, in de door henzelf gerestaureerde Vlaaikensgang. Maar in 1984 verlieten ze de stad. In 's-Gravenwezel konden ze hun activiteiten ten volle ontplooien, met groot succes. Vandaag is Vervoordt een van de internationaal gerenommeerde kenners op het gebied van antiek, kunst en alles wat te maken heeft met art de vivre. Maar er is meer dan de directe omgeving van het kasteel. In de loop der jaren groeide het domein uit tot een park van ongeveer 75 hectare, met aangelegde tuinen die dag in dag uit worden onderhouden. Het resultaat is een kunstwerk van volumes, vormen, lijnen en diverse sferen die wisselen met de seizoenen. Zodra Axel Vervoordt besloten had het hele tuinlandschap, dat lang onaangeroerd was gebleven, te herdenken, ging hij aankloppen bij zijn buurman, Jacques Wirtz. De beroemde tuinarchitect, een man van assen, structuren en massieve plantengroepen, zette dan ook de grote lijnen uit in het domein. Zo ontstonden er lange lanen met hoge haagbeuken en opgebonden lindebomen. Ze waren het er ook over eens dat aan de westkant van het kasteel grote monochrome volumes paarsbloeiende Rhododendron ponticum moesten komen. Er volgden nog andere, minder detecteerbare interventies, waaronder de aanplanting van 150 beuken, die toen al 25 jaar oud waren, om zo het bomenweefsel te verdichten. Ze droegen ertoe bij dat de elegante dreven weer tot hun recht kwamen, want hun ritme was verloren gegaan door het afsterven of omhakken van een aantal bomen. We kunnen ons de omvang van een dergelijke onderneming alleen maar voorstellen door het domein van binnenuit te verkennen. Om te vatten wat hier door mensenhanden werd verwezenlijkt, in combinatie met de werking van de tijd, kunnen we niets beter doen dan wandelen. En de winter is daarvoor een dankbaar jaargetijde, vooral wanneer de stammen, takken en structuren - strak, regelmatig of informeel - worden geaccentueerd door de vorst en de sneeuw. Al wandelend zien we duidelijk het effect van de vormsnoeikunst op de skeletten van de grote rododendrons. Axel Vervoordt is dan ook een meester in de topiary, misschien wel mede onder de invloed van zijn reizen naar Japan en geïnspireerd door de abstracte werken van bevriende kunstenaars. Wandelend ontdekken we ook dat deze groene ruimte tevens een woonruimte is, want onder een pergola, waar een eindeloze blauweregen zich doorheen slingert, zien we een lange tafel staan. Alsof May Vervoordt hier elk moment een delicieus ontbijt kan komen serveren, bereid met plukverse vruchten uit de tuin. Wat verder blijven we stilstaan bij een intrigerend tuinpad. Het is gemarkeerd door platte silexstenen met uiteenlopende vormen en afmetingen, rechtop in de aarde gezet als een rij Keltische megalieten. Ze komen uit Bretagne en werden door Lionel Poilâne, de bekende Franse bakker, aan het koppel geschonken, korte tijd voor hij omkwam in een tragisch helikopterongeval voor de kust van Cancale. Een virtuele begraafplaats of een hommage aan een dierbare vriend die hen verlaten heeft ? Het dunne laagje sneeuw maakt het totaalbeeld nog mooier. We zetten onze wandeling voort, tot we bijna verdwalen tussen de dichte begroeiing. We ontdekken een klein meditatiepaviljoen en een groep taxussen, vakkundig gesnoeid als de stukken van een schaakspel. De terugweg voert ons langs een open plek, met een uitzicht op het kasteel, weerspiegeld in de stille waters van een vijver. Heel even zien we de zwarte koppen van een groepje Suffolkschapen. Via een geheime deur stappen we een heel andere wereld binnen. De besloten wereld van de oude moestuin die hier in de jaren tachtig opnieuw werd uitgetekend door Elisabeth 'Kaatje' de Lestrieux. Zij inspireerde zich op Den Nederlandschen Hovenier, een oud handboek voor tuiniers uit 1721. Deze uitgestrekte tuin, zo'n 16.000 vierkante meter groot, is onderverdeeld in zones. Opvallend vanuit architectonisch oogpunt is vooral het smalle kanaal, omgeven door riet en afgezoomd met enkele fruitbomen. Het tracé is uitgezet in de lengte van het terrein en leidt naar de nieuwe oranjerie, een eigen creatie van de eigenaars (zie ook p. 48). Te midden van een tuin van buxus en taxus, gesnoeid in nu eens vrije dan weer strakke vormen, zien we een soort van binnenplaats. Hier worden in de zomermaanden geregeld gasten ontvangen. Een oude, uitgeteerde appelboom bleef staan als een van de laatste getuigen van het verleden. Er zijn ook enkele grote carrés die dienst doen als weiland waar af en toe wat paarden grazen. Maar het hoofddoel van deze hortus conclusus is het leveren van fruit en groenten voor de keuken van het kasteel. Daar componeert May Vervoordt haar op de seizoenen gebaseerde menu's voor de maaltijden die ze aan haar vele gasten aanbiedt. Op het einde van de herfst, wanneer deze besloten wereld in een diepe slaap verzinkt, rest er alleen nog structuur. Dan is het wachten op de eerste sneeuw, die het lijnenspel van de lange, door buxus omzoomde rechthoeken op sublieme wijze accentueert. TEKST & FOTO'S JEAN-PIERRE GABRIEL