Omdat ik zover van hier woon, kom ik niet zo veel van mijn lezers tegen. Soms vind ik dat jammer. Columns schrijven is een eenzaam gezwoeg maar iemand moet het doen. Een hoofdredacteur die het lot van columnisten begrijpt, laat ons vrij om onze inspiratie te volgen. Klagen lezers over de inhoud van de stukjes, dan zegt de schrijver, schijnbaar onverschillig: "Het is enkel mijn opinie. U hoeft er niet akkoord mee te gaan."
...

Omdat ik zover van hier woon, kom ik niet zo veel van mijn lezers tegen. Soms vind ik dat jammer. Columns schrijven is een eenzaam gezwoeg maar iemand moet het doen. Een hoofdredacteur die het lot van columnisten begrijpt, laat ons vrij om onze inspiratie te volgen. Klagen lezers over de inhoud van de stukjes, dan zegt de schrijver, schijnbaar onverschillig: "Het is enkel mijn opinie. U hoeft er niet akkoord mee te gaan."Maar vrij zijn, betekent nog niet vrij zijn van ijdelheid. Zo is het ook met mij gesteld. Er zijn twee dingen waarmee lezers mijn hart kunnen doen smelten, en onlangs deden enkelen dat even. Ik ontmoette hen bij de Belgische consul op een concert van het Rubio-strijkkwartet. De musici waren in Amerika voor verschillende optredens en waren vergezeld van een groep fans die uit België was meegereisd. Het was een gezellige gelegenheid. Goede muziek schept meteen een band tussen onbekenden. Bleek daarbij nog dat verschillende van die Belgen lezers van dit blad waren. Een man zei: "Als ik je stukjes lees, voel ik dat je hier zeer graag woont." En een vrouw vertelde: "New York heeft me altijd geïntimideerd, maar door je columns heb ik mijn schrik overwonnen." Het bleek al haar tweede bezoek. Mijn dag kon niet meer stuk. Het is waar. Ik hou veel van New York en ik hoop cynici en bangeriken ervan te overtuigen dat ze dat ook kunnen, als ze eerst maar eens de moeite nemen om tot hier te komen. Ik heb een kleine, groeiende verzameling van boeken over de stad, zo'n honderd werken. Een vriend, ook geen New Yorker van afkomst, heeft er al 1200. De boeken gaan over de geschiedenis van New York, haar architectuur, transport, parken, kunst, economie of politiek. Andere zijn dichtbundels, verzamelde essays en fictie. Sommige daarvan zijn zo'n perfecte liefdebrieven aan de stad, dat ik bij het lezen ervan wel eens tegen mezelf zeg: "Hou op met je geschrijf, zo goed kan je het toch nooit." Maar dan verrukt, ergert, verleidt of stoot onze gedeelde geliefde me weer eens af en dan begin ik toch weer te typen. Soms, als mensen neerbuigend of paniekerig doen over New York, zou ik hen een boekenlijstje in de hand willen stoppen. "Hier," zou ik dan zeggen, "misschien zit daar iets tussen dat je van gedacht doet veranderen." Incongruous New York van Joyce Kilmer zou er bijvoorbeeld zeker op staan. Lees even wat er in 1916 uit Joyces pen vloeide: "De bewoners van een belangrijke Europese stad geven hun mooiste boulevard met chique winkels en dure clubs een waardige en betekenisvolle naam, zoals Rue de la Paix of Friedrichstrasse. De New Yorkers beschrijven ze met een simpel getal: ze noemen ze Fifth Avenue. Een straat vol wonderen een sobere naam geven, paleizen bouwen en ze dan vullen met kantoren en winkels: dat zijn de dingen waarvoor Amerikanen bekend zijn. Een New Yorker vindt plezier in het speelse, het tegenstrijdige, het onverwachte. Hij is zoals een kind dat in het zand speelt met een zilveren lepeltje en rijstpap eet met een speelgoedschopje." The Long-Winded Lady, de verzameling stukjes van The New Yorker-columniste Maeve Brennan, zou menig koud hart kunnen verwarmen. Brennan kwam in 1934 als 17-jarige Ierse naar New York. "New York is de meest roekeloze, de meest ambitieuze, de meest verwarde, de meest komische, de treurigste en koudste en meest menselijke van alle steden", zou ze later schrijven. New York, een gedicht uit 1977 van Eduard Field, zou ook bij mijn verplichte literatuur horen. Hier interpreteert de poëet de typische New Yorkse wandelstijl: "Nergens anders in het land tonen de mensen precies wat ze voelen, hier doen we niet alsof. Kijk naar de manier waarop New Yorkers wandelen over straat. 'Niets kan me deren', zegt die. Wat een durf, om te durven hun dromen te leven, of hun nachtmerries, en niemand die de moeite neemt om te kijken." Up in the Old Motel van Joseph Mitchell zou erbij zijn, en Delirious New York van Rem Koolhaas. Here is New York van E.B. White, het boek dat door The New York Times werd uitgeroepen als een van de beste tien werken die ooit over New York zijn geschreven, zou bovenaan mijn lijst prijken. "New York zal je overstelpen met het geschenk van de eenzaamheid en het geschenk van de privacy", staat erin te lezen. "Het vermogen om dit soort dubieuze geschenken te geven, is een mysterieuze kwaliteit van New York. Het kan een individu vernietigen of voldoening schenken. Veel mensen zijn hier komen wonen om iets te ontvluchten, om de realiteit niet onder ogen te moeten zien. Maar wat dit ook betekent, het is een zeldzame gave, en ik denk dat het een positief effect heeft op de creativiteit van New Yorkers - want creativiteit betekent voor een groot deel kleine en grote afleidingen kunnen opzijzetten." Wat mijn eigen New Yorkse vriendenkring betreft, slaat White de nagel krachtig op de kop. Jacqueline Goossens vanuit New York