Roel Jacobs

66 jaar beeldend kunstenaar, fotograaf en dendroloog
...

66 jaar beeldend kunstenaar, fotograaf en dendroloog In het arboretum van Tervuren, dat geografisch gerangschikt is : bomen worden er samengezet met de soorten die ook in hun oorspronkelijke gebieden voorkomen. Dat geeft een natuurlijk beeld. Koud maar zonnig. We wandelen zo'n twee uur door het park. Onderweg wijst Roel Jacobs op decoratieve of vuurwerende schorsen, op lokale vogels in exotische bomen, op spontane zaailingen of op typische bladinplantingen die een boomsoort typeren. "De eerste boom die ik ooit bewust gefotografeerd heb, was een olm. Zo groot en belangrijk dat hij op de topografische kaarten stond : La Bourlotte. Je zag hem van ver in het landschap staan. Ik fotografeerde die toen puur voor mezelf. Tussen mijn commerciële reclameopdrachten, portretten en kunstprojecten door ben ik altijd op zoek gegaan naar natuur. Als we eens ergens een pauze hadden, gingen anderen op café en ik ging wandelen. Ik heb altijd van bomen gehouden, ook als kind. Als kunstenaar ben ik meer dan twintig jaar geleden begonnen met spiegels in landschappen te zetten. Een spiegel zo groot als ikzelf. Dat gaf vreemde beelden, met af en toe bomen in. Zo is het in zekere zin ook wel begonnen." "Nu ben ik meer dan de helft van mijn tijd met bomen bezig. Ik ben ook bestuurslid van de Belgische Dendrologische Vereniging. We komen zeven keer per jaar samen om metingen te doen, en soms maken we buitenlandse reizen naar de oorsprongsgebieden van bepaalde bomen, zoals naar het Joyce Kilmer Memorial Park in de Verenigde Staten, een uniek maagdelijk woud." "Twintig jaar geleden leverde ik voor de vereniging de foto's voor een boek over de interessantste bomen van ons land. Nu heb ik die opnieuw bezocht en gefotografeerd in een nieuw boek. Als ik een boom ooit voor de lens heb gehad, dan ken ik hem. Dan weet ik waar die staat en wat ik kan verwachten. Sinds meer dan vijftien jaar ben ik ook bladeren beginnen te fotograferen : over heel Europa ga ik herfstbomen leegplukken - daar vraag ik toestemming voor -, en dan leg ik die op de grond en fotografeer ik ze, telkens onder exact dezelfde omstandigheden. Tot hiertoe heb ik van 256 geïdentificeerde en beschreven bomen de kleuren bestudeerd. Het is een soort Urformen der Farbe, naar analogie met Urformen der Kunst van Karl Blossfeldt (gepubliceerd in 1928)." "Onze parken zijn mooi. De meeste waren oorspronkelijk privé-eigendommen die in de achttiende en negentiende eeuw zijn aangeplant, veelal met exotische bomen. Want hier bij ons heeft geen enkele boom een écht mooie verkleuring of bloesems, uitgezonderd wat appelaars of zo." "Toen mensen ontdekten dat in China en Amerika mooiere bomen groeiden, zijn ze die hier beginnen aanplanten. Er bestonden toen plant hunters, die nieuwe soorten ontdekten, enerzijds voor wetenschappelijke studie, maar anderzijds ook commercieel. Mensen hadden een tuin om op te scheppen. Zo zijn veel parken ontstaan." "Als een park goed onderhouden wordt, zoals het Rivierenhof in Antwerpen of de Botanische Tuin in Brussel, dan is er rekening gehouden met de volumes die bomen zullen innemen. Want een boom moet je ook vanop afstand kunnen zien. Als fotograaf voel je dat nog sterker aan omdat je hem nooit kunt fotograferen als je geen afstand kunt nemen." "Een ideale tuinboom is een notelaar, want je hebt minder muggen en als je de winterharde soort neemt, heb je noten. De amberboom is populair in tuinen, en het was een tijd in de mode om kleine apenboompjes in de voortuin te zetten. Of een blauwe ceder uit de Atlas. Het is een evidentie, maar mensen vergeten het soms : een boom groeit. De eerste twintig jaar zie je dat gebeuren, daarna niet meer. Dat vind ik nu net zo leuk." "Ik voel me als kunstenaar verwant met Hamish Fulton en Steve McQueen en de schrijvers en dichters Roger Deakin, Robert Macfarlane, Derek Jarman, John Muir, Italo Calvino, Primo Levi en Jorge Semprun. Mijn absolute held is Wangari Maathai, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, die de Green Belt Movement opstartte en daarmee overal in Afrika bomen aanplantte." "Zelf ben ik met het project Monumentale Bomen begonnen. Een boom is als een kathedraal, zeg ik altijd. Je plant hem, maar je zult niet meer meemaken hoe de voltooide boom eruit zal zien binnen honderd of tweehonderd jaar. Je moet wachten. En weten dat het zal komen. Ook al duurt het honderden jaren voordat de boom echt af is. Het heeft met tijdsbeleving te maken. We denken dat alles altijd direct moet, maar we moeten geduld leren hebben." "Ik heb eens een hypothetische oefening gedaan : een urbanisatieopdracht voor de Bisschoppenhoflaan in Deurne, aangeplant met monumentale bomen. Meer concreet ga ik dit jaar in het Middelheimpark nog een zaailing planten, die ze zullen opnemen in hun vaste collectie beeldhouwwerken onder de naam 'Een boom een levend monument'." "Kunstenaar Walter Langenaar heeft een website gemaakt om al je digitale profielen van het internet te halen. Zijn argument is : 'Die sociale netwerken zijn allemaal mooi, maar waarom gaan mensen elkaar niet meer in levenden lijve ontmoeten ?' Het is dezelfde filosofie die ik ook wil stimuleren met mijn project. Ik wil graag dat mensen de ervaring kunnen beleven van een boom als een betekenisvolle plek. Ken je dat liedje van Schubert ? 'Am Brunnen vor dem Tore da steht ein Lindenbaum'. In Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Polen of Frankrijk staan die bomen daar nog. Als herkenningspunt en verzamelplaats. Niet in een park, maar gewoon in de stad. Letterlijk een levend wezen vlakbij." Expo : Roel Jacobs exposeert van 28 mei tot 29 augustus op La fête des arbres in Esneux, een vijfjaarlijkse manifestatie die voor het eerst georganiseerd werd in 1905 en die opgericht werd door kunstenaars, filosofen en schrijvers naar aanleiding van de ingrijpende industrialisering van Wallonië en de aantasting van de natuurgebieden. Avenue de la station, Esneux, www.escale-esneux.be Het boek 'Bomen In België revisited' van Roel Jacobs werd uitgegeven bij BAI en kost 49,90 euro, ISBN 978-90-858-6524-7. 35 jaar websitemaker en bedenker van hangende tuinen In zijn atelier in Oud-Zuid in Amsterdam, een voormalige meubelfabriek waar het creatieve collectief rond artiest en stylist Frank Visser huist. En een kat. Winderig en wisselvallig. De perelaars in zijn atelier zijn bijna uitgebloesemd, de appelboom en de krentenboom hebben nog fijne bloemen. Fedor is in volle voorbereiding van zijn tweede voorjaarsseizoen. Tussen en onder de hangende planten vinden we een tafel, twee stoelen, koffie en zelfgebakken appeltaart. "Ik help Frank Visser met standen en decors bouwen, en ik maak websites en animatiefilmpjes. Voor zo'n video had ik drie jaar geleden een decor nodig. Dus bouwde ik een minituintje op een kluit aarde. Maar dat vond ik te massief en ik zocht naar een oplossing : een soort van grote gatenkaas met hangende plantjes in de gaten. Ik vond het fijn en ging er verder mee experimenteren. Zo kwam ik op het idee om die kluit ook eens op te hangen. Mijn eerste plant was een vlijtig liesje, denk ik. En een Spaanse margriet misschien ook wel. Ik verfijnde de klomp tot een stevige bol aarde met gehaakt touw en begon de samenstelling af te stemmen op de plant die erop zou komen : een eenjarige ? Een vaste plant ? Een zuiderse plant ? Naargelang het gewas is de bol opgebouwd met verschillende soorten aarde, met andere soorten mos of extra ingrediënten." "Zo leerde ik veel over planten en hun verzorging. Ik ging opzoeken wat ze nodig hebben. Lavendel bijvoorbeeld heeft drogere grond nodig, en minder water. En rozemarijn ook. Nu begin ik met kruiden te werken, daar zit allicht wel potentieel in. De populairste hangende planten zijn de coniferen en de kleine kerstboompjes die ik dit najaar had. Zelf vind ik de Oost-Indische kers ontroerend mooi. Pas vorig najaar ben ik beginnen te experimenteren met grotere bomen : appelbomen, perelaars, krentenboompjes, kastanjelaars. Ze hebben de winter probleemloos overleefd, en het was een strenge, dus dat zit wel goed. Uiteraard moeten die boompjes klein gehouden worden, zoals een bonsai. Anders groeien de wortels uit de kluit. Ik heb uit Curaçao nu ook Aloë vera meegebracht om eens te zien wat dat geeft. Ik heb hier varens, pluimasperge, jasmijn, rozen, anemonen en ranonkels, en ook buxus en passiebloem hangen, maar ook ongewonere zaken als aardbeien, seringen, lelies, hulst of bramen probeer ik uit. Van elke plant wil ik eerst weten hoe hij zich gedraagt op zo'n bol vooraleer hem te verkopen." "Doe maar gewoon, zeggen Nederlanders. Ze hebben graag een pot rond hun kluit. Dat is wel zo netjes, vinden ze dan. Nochtans is de kluit erg vast en valt er geen aarde uit. De planten kunnen met een waterverstuiver besproeid worden of je kunt de klomp in een schoteltje leggen totdat de wortels genoeg water opgezogen hebben. Daarna druipt er geen water meer van. Het is een beetje een andere manier van met je planten omgaan, natuurlijk. Ze worden ook dikwijls op een balkon of voor een raam buiten gehangen. Voorlopig verkoop ik enkel op bestelling per post of vanuit het atelier, maar nu ben ik in contact met een Amsterdamse bloemenwinkel die ze mogelijk wil verkopen. Misschien komt daar wel iets van ? Ik zou het ook leuk vinden om een tijdje in het buitenland te werken met lokale planten en ze daar dan achter te laten, zodat ze verkocht kunnen worden. Planten die hier de winter niet overleven, maar in het zuiden van Europa wel." Info : www.stringgardens.com Door Leen Creve - Foto's Diego Franssens