Bij uitgeverij Garant is er een boekje verschenen dat hopelijk in onderwijskringen met open armen zal worden onthaald. Relatie(v)aardig. Over kinderen en jongeren, relaties, seksualiteit en misbruik, preventie en hulpverlening is de wat omslachtige titel van een werk dat verder zeer helder en vlot geschreven is.
...

Bij uitgeverij Garant is er een boekje verschenen dat hopelijk in onderwijskringen met open armen zal worden onthaald. Relatie(v)aardig. Over kinderen en jongeren, relaties, seksualiteit en misbruik, preventie en hulpverlening is de wat omslachtige titel van een werk dat verder zeer helder en vlot geschreven is. De auteurs ( Christiane Dumez, Mieke Kesters en Piet Van Ham) zijn alledrie werkzaam bij Vrije PMS-Centra in het basis- en secundair onderwijs. Vanuit hun praktijkervaring schreven zij hun inzichten over relationele en seksuele opvoeding neer. Het boek bevat nuttige lectuur voor ouders en andere opvoeders, maar biedt toch vooral bruikbare informatie voor directies en leerkrachten. Zoals bekend wordt vandaag van scholen verwacht dat zij ook aandacht hebben voor maatschappelijke problemen zoals druggebruik of aidspreventie. De laatste jaren klinkt echter ook de roep om seksuele en relationele vorming steeds luider. In Relatie(v)aardig wordt erop gewezen dat geëngageerde leerkrachten al projecten rond dit thema hebben uitgewerkt en dat de overheid bestaande initiatieven wil aanmoedigen en systematiseren. Maar "er is nog geen traditie, geen uitgewerkt leerplan". Over de vraag of er wel behoefte bestaat aan dit soort vorming, zullen de meningen ongetwijfeld verschillen, zowel thuis als op school. Opmerkelijk in dat verband zijn de resultaten van een onderzoek waaruit blijkt dat 25 procent van de leerlingen foutieve kennis heeft over anticonceptie, terwijl 70 procent van de leerkrachten vindt dat de leerlingen voldoende op de hoogte zijn. Over de werking van de geslachtsorganen vraagt 20 procent van de leerlingen meer informatie, terwijl 75 procent van de leerkrachten meent dat dat niet meer nodig is. Andere netelige kwestie is wié die lessen dan moet geven. 77 procent van de ondervraagde leerkrachten meent dat jongeren behoefte hebben aan informatie over hoe ze zich moeten beschermen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen, maar slechts de helft vindt dat het aan de school is om uitleg te geven over condoomgebruik. De auteurs van Relatie(v)aardig vinden dat relationele en seksuele opvoeding geen zaak mag zijn van enkele geïnteresseerde leerkrachten, maar dat iedereen, zij het op verschillende manieren, erbij betrokken moet zijn. Zo kan de aanstelling van een coördinator die samenwerkt met het oudercomité en de leerlingenraad tot goede resultaten leiden. Daarnaast is een goed relationeel klimaat op school van belang als basis. Aan preventie wordt een apart hoofdstuk gewijd. De PMS-medewerkers kiezen daarbij voor een aanpak die de nadruk legt op de positieve boodschap, omdat die meer effect heeft dan opvoeding vanuit angst en ongerustheid. Dus liever wijzen op deugddoende en gezonde relaties dan alleen maar waarschuwen voor aids en ongewenste zwangerschappen. En veel efficiënter dan te zeggen hoe iemand zich moet gedragen, is tonen hoe het moet. Verder moeten onderwijsmensen beseffen dat het effect van een eenmalige actie, zoals een pedagogische studiedag, beperkt blijft tot het doorgeven van informatie en sensibilisatie. "Gedragsverandering vraagt om continuïteit." Vervolgens legt het PMS-team heel concreet uit hoe het te werk ging in een secundaire school. Zoals in de meeste scholen was op die school relationele en seksuele opvoeding een taak van de godsdienst- en biologieleerkrachten. Als eerste stap kregen de leerlingen in die lessen de kans om anoniem vragen op papier te zetten. Vragen als "Hoe gebeurt een abortus?", "Wat als het naar jouw gevoel lichamelijk te snel gaat?" en "Hoe weet je of je homo of lesbienne bent?" werden daarna door de leerkrachten en het PMS-team besproken. Samen zochten ze naar mogelijke antwoorden. Het initiatief werd zowel door leerkrachten als leerlingen positief ervaren en werkte aanstekelijk bij andere leerkrachten. Voor hen volgden een pedagogische studiedag en trainingen sociale en communicatieve vaardigheden, en er werd nagegaan hoe in élk vak (van Latijn tot wiskunde) aanknopingspunten zitten om aan relationele opvoeding te doen. Waarom niet in de lessen klassieke talen praten over rolpatronen in de antieke cultuur? Waarom in de lessen aardrijkskunde en geschiedenis niet stilstaan bij relaties en seksualiteit in andere tijden en samenlevingen? Volgens de auteurs kunnen dergelijke momenten gemakkelijk ingepast worden in de gewone lessen. Ze stellen zelfs dat het zelfbeeld van leerkrachten door deze werkwijze verbeterde: "Het moeten geen externe deskundigen zijn die eenmaal komen voorlichten, ze kunnen het nu zelf." Even concreet wordt in het boek uitgelegd hoe er in het basisonderwijs gewerkt kan worden en hoe opgetreden kan worden bij een vermoeden van seksueel misbruik. Daarbij hebben de auteurs veel begrip voor de soms benarde positie van de leerkracht. Hopelijk kunnen hun adviezen daardoor rekenen op een warm onthaal. Zo niet: strafstudie en honderd keer Relatie(v)aardig lezen. Christiane Dumez, Mieke Kesters, Piet Van Ham, Relatie(v)aardig, Garant, 111 p., 470 fr.Jo Blommaert / Tekening Sandra Schrevens