Wil een mens met vakantie, is het ineens revolutie. Heel het Midden-Oosten of het scheelt niet veel in de fik, zodat je je van de weeromstuit pervers voelt omdat je hoofd naar strandstoel en beschermingsfactor 25 staat. Dat we toch naar Tunesië gingen, is niks om trots op te zijn. Pure inhaligheid was het. Hoe ze een levende mens aan zo'n lage prijs in een vliegtuig over de Middellandse Zee kunnen vervoeren, een bed met zeezicht en elke dag schone handdoeken en volop voedsel kunnen verschaffen, is mij nog altijd een raadsel ; thuisblijven ware duurde...

Wil een mens met vakantie, is het ineens revolutie. Heel het Midden-Oosten of het scheelt niet veel in de fik, zodat je je van de weeromstuit pervers voelt omdat je hoofd naar strandstoel en beschermingsfactor 25 staat. Dat we toch naar Tunesië gingen, is niks om trots op te zijn. Pure inhaligheid was het. Hoe ze een levende mens aan zo'n lage prijs in een vliegtuig over de Middellandse Zee kunnen vervoeren, een bed met zeezicht en elke dag schone handdoeken en volop voedsel kunnen verschaffen, is mij nog altijd een raadsel ; thuisblijven ware duurder geweest. Wat ook hielp, was dat de Tunesiërs geweldig blij met ons waren, zelfs al konden ze geen nep Gucci- of Chaneltas aan ons kwijt. Namaak, naast lederwaren en keramiek was het dé plaatselijke specialiteit aldus de laconieke tourgids. Of dat ook voor de menselijke relaties gold, vroeg ik me af. Voor een beter begrip : medemensen observeren is één van mijn favoriete hobby's. Al helemaal in een hotel in den vreemde : een microkosmos van willekeurige individuen die gedurende een beperkte tijdspanne je dagelijkse realiteit bevolken en er daarna genadiglijk weer uit verdwijnen. Zoals dat koppel dat de eerste dag al mijn volle aandacht opeiste : hij een lange, jonge, bloedmooie Tunesiër van vooraan in de twintig, zij een kleine, muisachtige westerse vrouw van een jaar of vijftig. Een Française, ontdekte ik al snel, en bij nader inzien en in meedogenlozer licht dichter bij de zestig dan bij de vijftig. Innig verstrengeld zaten ze samen op het strand en tussen twee zoenen door wreef zij hem onhandig over zijn rug, als vreesde zij dat hij kou zou vatten. Ik was niet de enige die het ongelijke stel observeerde : links en rechts zag ik vrouwen op het dunbevolkte strand pinnig in hun richting turen, als stokstaartjes in alarmmodus, terwijl hun man met open mond lag te snurken of helemaal in zijn sudoku opging. Zelf wist ik niet goed hoe ik de situatie moest inschatten. Zo'n regelrechte bink, daaraan zou ik zelfs in mijn jonge jaren mijn vingers niet verbrand hebben. Dacht dat onaanzienlijke vrouwtje echt dat die knaap met zijn trage, hagelwitte glimlach voor haar sprankelende persoonlijkheid viel ? Anderzijds, oude mannen verlustigden zich altijd al aan een lekker jong ding, waarom wij dan niet ? "Misschien knuffelen ze alleen maar", opperde mijn partner hoopvol. Wellicht betwijfelde hij dat mijn belangstelling voor de Tunesische Romeo puur sociologisch was. Ik registreerde hoe de Française de jongen koket door het dikke gitzwarte haar streek. Alleen knuffelen, vergeet het. Haar lichaamstaal was die van een voldane vrouw. En mijn zegen had ze. La nouvelle Tunisie kan onze steun goed gebruiken, en jeugdsponsoring is allicht ethischer dan de aanschaf van een nep designertas. Linda Asselbergs