In de steppe van Zuid-Afrika ontmoette ik Benoît tijdens een safari. We zaten in een jeep met een aantal gasten van de lodge waar we verbleven. Benoît kwam die middag met zijn gezin aan, een kleine man met een grote bos krullen. Hij viel op door zijn sombere blik en rustige uitstraling. Niet bijzonder aantrekkelijk maar wel fascinerend. Tijdens de safari maakte hij grappige, droge opmerkingen bij wat de gids ons vertelde. Het snuggere soort humor waar ik voor viel. Alleen was hij dertig jaar ouder dan ik en doorkruiste hij Afrika met zijn vrouw en kinderen. Op geen enkele manier kon ik toen bedenken dat ik diezelfde avond met hem de bar van onze lodge zou sluiten en dat hij bij mij in bed zou belanden. Benoît is professor literatuur aan de Sorbonne in Parijs. Zelf werkte ik op dat moment aan een doctoraat over leven en werk van Leo Tolstoj. Dat we aan de praat raakten en heel wat gemeenschappelijke interesses vonden, was dan ook niet vreemd. Bovendien was het kader perfect. Afrika is een prachtig continent en een laaiend kampvuur en een paar flessen wijn boden een uitstekende sfeer om urenlang te filosoferen. Ik was er alleen en zijn gezin ging al vroeg slapen.
...

In de steppe van Zuid-Afrika ontmoette ik Benoît tijdens een safari. We zaten in een jeep met een aantal gasten van de lodge waar we verbleven. Benoît kwam die middag met zijn gezin aan, een kleine man met een grote bos krullen. Hij viel op door zijn sombere blik en rustige uitstraling. Niet bijzonder aantrekkelijk maar wel fascinerend. Tijdens de safari maakte hij grappige, droge opmerkingen bij wat de gids ons vertelde. Het snuggere soort humor waar ik voor viel. Alleen was hij dertig jaar ouder dan ik en doorkruiste hij Afrika met zijn vrouw en kinderen. Op geen enkele manier kon ik toen bedenken dat ik diezelfde avond met hem de bar van onze lodge zou sluiten en dat hij bij mij in bed zou belanden. Benoît is professor literatuur aan de Sorbonne in Parijs. Zelf werkte ik op dat moment aan een doctoraat over leven en werk van Leo Tolstoj. Dat we aan de praat raakten en heel wat gemeenschappelijke interesses vonden, was dan ook niet vreemd. Bovendien was het kader perfect. Afrika is een prachtig continent en een laaiend kampvuur en een paar flessen wijn boden een uitstekende sfeer om urenlang te filosoferen. Ik was er alleen en zijn gezin ging al vroeg slapen. Nadat we samen de nacht doorbrachten, was ik stapelverliefd. Een man met wie je kon praten, urenlang, kwam ik maar sporadisch tegen. Ik zal niet ontkennen dat ik het ook best spannend vond om in de volgende dagen Benoît met zijn gezin te zien, en te weten dat hij later in het geheim bij mij zou komen. Maar we lieten de steppe achter ons en vlogen via Kaapstad terug naar Parijs, waar ik de trein naar Brussel nam. Ik had zijn telefoonnummer en zijn e-mailadres op zak maar ik was niet zeker wat ik ermee zou doen. De eerste dagen thuis waren verschrikkelijk. Ik schrok van mezelf, had nooit kunnen vermoeden dat ik Benoît zo intens zou missen. Er woedde een tweestrijd in mij. Mailen of niet mailen ? Bellen of niet bellen ? Hij was fantastisch, maar veel ouder en bovendien getrouwd. Dat eerste was geen argument : ik heb nooit veel interesse gehad voor mijn mannelijke leeftijdsgenoten. Maar ik wou zijn gezin niet uit elkaar halen en besloot afstand te houden. Uiteindelijk was het Benoît die weer toenadering zocht. Via het secretariaat van de VUB, waar ik doctoreerde, geraakte hij aan mijn adres. Twee weken na de reis stond hij in mijn kantoor. Alsof het niet meer dan logisch was dat we elkaar dan en daar zouden zien. Hij bleef drie dagen en in het jaar dat volgde, zagen we elkaar geregeld. Hij koos wanneer. Ik was zijn minnares, niet meer dan dat, daar was hij duidelijk over. Zijn vrouw wist het niet, en voor mij was het goed zo. Ik had mijn werk en mijn vrienden en vond het makkelijk om niet afhankelijk te zijn van een relatie die veel tijd en aandacht vraagt. Soms zagen we elkaar tijdens een lezing of op een internationaal congres. Hij was er meestal als gastspreker. Het was bijzonder opwindend om hem aan het werk te zien, wetende dat hij enkele uren later enkel van mij zou zijn. Natuurlijk was die situatie niet houdbaar. Behalve het feit dat het glamourgehalte te hoog was -- soms leken we gastacteurs in een goedkope soap -- begonnen mensen te kletsen. Roddels staken de kop op, en onze relatie kwam aan het licht. Dat maakte Benoît bijzonder onrustig. Hij kondigde zijn bezoeken niet meer aan, maar stond te pas en te onpas aan mijn deur. Hij belde me vaak midden in de nacht om te praten en om onze relatie te verbreken. Hij wou zijn vrouw niet kwetsen, hield van zijn kinderen. De dag erna ontving ik een e-mail waarin hij dat alles weer ontkende. Voor mij was het duidelijk : ik wou Benoît. Als het niet als zijn geheime minnares kon, dan als zijn partner, open en bloot, voor iedereen zichtbaar. Ik hield van hem. Maar zijn twijfelen maakte me ziek. Hij gedroeg zich dominant, bepaalde wanneer we contact hadden en hoe we 'ons geheim' zolang mogelijk verborgen konden houden. Als ik vragen stelde over de toekomst, negeerde hij die. Bij mij sloegen de stoppen door en ik heb zijn vrouw gebeld. Achteraf heb ik me daar lang voor geschaamd. En dan nog vooral omdat zijn vrouw niet eens verbaasd was. Ze stak haar minachting niet onder stoelen of banken. Ze liet me duidelijk verstaan dat ze van de situatie op de hoogte was, dat ik niet de eerste was en dat ze ermee had leren leven dat haar man niet van het trouwste type was. Na dat telefoontje veranderde er iets in mij. Ik werd jaloers. Zijn vrouw had een manier gevonden om met Benoît samen te leven die ik hem nooit kon bieden. Hij had ook geen enkele reden om haar te verlaten. De rollen waren omgedraaid. Ik begon hem te bellen, nam meer dan eens de Thalys naar Parijs en zeurde hem de oren van zijn hoofd in de waanzinnige hoop dat hij voor mij zou kiezen. Voor een man als Benoît is dat soort gedrag niet bepaald een stimulans om een ernstige relatie te overwegen, en hij verbrak alle contact. Maandenlang was ik onherkenbaar voor mezelf. Wanhopig en smachtend probeerde ik af te kicken van een verslavende liefde. Ik kreeg de kans om een jaar aan mijn doctoraat te werken aan een Russische universiteit en ik vertrok. De afstand deed goed. In het begin van mijn verblijf in Sint-Petersburg bleef Benoît in mij hangen. Ik volgde zijn doen en laten via Facebook en de media. Zijn carrière ging in stijgende lijn en naarmate hij succesvoller werd, miste ik hem steeds meer. Tot ik me begon af te vragen waarom ik hem eigenlijk zo aantrekkelijk vond. Hij was niet bepaald knap, en hoe meer ik mij onze gesprekken voor de geest haalde, hoe meer ik bedacht dat vooral hij het woord voerde en niet ik. Geen charmante eigenschap. Ik probeerde het over een andere boeg te gooien en ging uit met leeftijdsgenoten. Grappige, slimme en ambitieuze mannen, prima in bed en goed gezelschap op restaurant. Het raakte me weinig. Ze kwamen en ze gingen en niet één bleef hangen. Terug in Brussel was ik nog steeds even single als toen ik vertrok. Dat Benoît en ik niet samen oud zouden worden, daar had ik me bij neergelegd. Maar ik was best eenzaam. Vijf maanden later nodigde een vriendin me uit om naar een voorstelling in het Kaaitheater te gaan. Ze had meegewerkt aan de productie. Na afloop verwachtte de artistiek directeur van het gezelschap ons op de receptie die hij ter gelegenheid van de première organiseerde. We werden aan elkaar voorgesteld : een rijzige, magere man, licht kalend en wat stuntelig, achtentwintig jaar ouder dan ik. Maar wat een boeiende prater ! Hij was niet getrouwd, had geen kinderen, was vrij als een vogel en stomverbaasd toen ik hem later die week opbelde om hem mee uit eten te vragen. We werden een koppel, een veelbesproken koppel bovendien. Het leeftijdsverschil is niet gering en wie ons samen ziet, denkt dat we vader en dochter zijn. We zijn nu twee jaar later en nog altijd gelukkig samen. Mijn familie heeft hem na lang aarzelen welkom geheten. Ze hebben nu ook wel begrepen dat ik niet gemaakt ben voor het verhaal van huisje-boompje-beestje. Noch voor een pril huwelijk en samen oud worden. Ik wil samenleven met iemand met wie ik kan praten. Die wijs is en kan discussiëren. Over de toekomst stel ik mij niet al te veel vragen. Noodgedwongen natuurlijk, want hem rest minder tijd dan mij. Normaal zal ik het zijn die op een dag alleen achterblijf. OMWILLE VAN DE PRIVACY WORDEN NAMEN SOMS VERANDERD IN DEZE RUBRIEK.DOOR TINE MAENHOUT'Maandenlang was ik onherkenbaar voor mezelf. Wanhopig en smachtend probeerde ik af te kicken van een verslavende liefde' 'Hij belde me midden in de nacht om onze relatie te verbreken. De dag erna ontkende hij weer alles in een e-mail'