Zwaar heeft geen bestaansreden meer : design weegt thans vederlicht. Het favoriete materiaal van 's werelds toonaangevende designers is schuim, piep of anders. Jerszy Seymour bouwde in Milaan een amorf zitlandschap van met losse hand opgespoten schuim. Van het plafond hing een reeks lampen in hetzelfde materiaal, de Scum Lamps. Paul Cocksedge maakte zowel in Keulen als in Milaan indruk met zijn lamp van aan elkaar gesmolten polystyreenkopjes. Cappellini presenteerde in zijn showroom de definitieve versie van de piepschuimen Clouds van Ronan en Erwan Bouroullec, een wit rek met cirkelvormige schappen. Het schuimachtige plastic dat de Belgen Quinze & Milan al verscheidene jaren gebruiken, werd in Keulen en Milaan gerecupereerd door een dozijn merken. En dan was er nog het schuim van Mogu, een Japans merk dat meubilair maakt met minuscule poederparels in polysty-reenschuim. Met die parels vult Mogu superzachte fauteuils, poppen, en wanddecoraties (het bedrijf heeft ook een zogeheten harde collectie in piepschuim, ontworpen door de getalenteerde designer Stephen Burke).
...

Zwaar heeft geen bestaansreden meer : design weegt thans vederlicht. Het favoriete materiaal van 's werelds toonaangevende designers is schuim, piep of anders. Jerszy Seymour bouwde in Milaan een amorf zitlandschap van met losse hand opgespoten schuim. Van het plafond hing een reeks lampen in hetzelfde materiaal, de Scum Lamps. Paul Cocksedge maakte zowel in Keulen als in Milaan indruk met zijn lamp van aan elkaar gesmolten polystyreenkopjes. Cappellini presenteerde in zijn showroom de definitieve versie van de piepschuimen Clouds van Ronan en Erwan Bouroullec, een wit rek met cirkelvormige schappen. Het schuimachtige plastic dat de Belgen Quinze & Milan al verscheidene jaren gebruiken, werd in Keulen en Milaan gerecupereerd door een dozijn merken. En dan was er nog het schuim van Mogu, een Japans merk dat meubilair maakt met minuscule poederparels in polysty-reenschuim. Met die parels vult Mogu superzachte fauteuils, poppen, en wanddecoraties (het bedrijf heeft ook een zogeheten harde collectie in piepschuim, ontworpen door de getalenteerde designer Stephen Burke). Licht waren ook de deels verkoolde, roetzwarte luchter en bergère van de jonge designer Maarten Baas voor het Nederlandse merk Moooi. Ze zien eruit alsof ze werden gerecupereerd uit een afgebrande schuur, in werkelijkheid werden ze behandeld met chemische injecties en gevernist met transparant epoxy. Wordt spitstechnologie poëtisch, emotioneel, diepmenselijk zelfs ? De Brit Tom Dixon gebruikt plastic op ambachtelijke wijze. Zijn machines spuwen een slang van vet polymeer, die met de hand wordt gevlochten in primitieve vormen. Elk voorwerp is uniek, terwijl de plasticgiganten bekendstaan voor hun megaproductie. De industrie op zijn kop. Materialen als schuim, ongepolijst plastic en verbrand hout verwijzen naar de arte povera. Ze lijken lowtech, ruw, achtergesteld. In feite is technologie zo vanzelfsprekend geworden dat er eigenlijk niet langer mee hoeft te worden uitgepakt. Of net wel. Schuim is nooit een nobel materiaal geweest : het werd gebruikt als verpakking, of zat verborgen in het hart van fauteuils. Dat zo'n nuttig, veelzijdig en esthetisch aantrekkelijk materiaal nu uit de schaduw wordt gehaald, is een zegen. En veel moderner dan de pogingen van de designwereld en de fabrikanten van elektronica en huishoudapparaten om 'intelligente' meubels te maken (vaak worden daarvoor concepten uit de jaren vijftig hernomen, zoals de hifikast). Een handvol buitengewoon getalenteerde designers is dit jaar alomtegenwoordig. Tom Dixon heeft onlangs een nieuw bedrijf gesticht, dat hij naar zichzelf heeft genoemd. Design wordt vaak gebruikt als een middel om complexiteit toe te voegen aan een banaal voorwerp. Dixon doet precies het omgekeerde : hij reduceert. De collectie is klein, maar elk stuk is begerenswaardig : van een deels doorzichtige spiegelbal-lamp over een reeks koffietafels van roze en turkoois gekleurd email, tot een serie ronde tafels in rode zandsteen uit Jaipur. Dixon bracht ook werk onder bij andere, veelal Italiaanse fabrikanten. Cappellini maakte van zijn S-chair uit de jaren tachtig een icoon met verzamelwaarde, bedrukt met het gefragmenteerde logo van de fabrikant en verkrijgbaar in beperkte oplage. Patricia Urquiola wordt op handen gedragen door de industrie : haar werk is commercieel, maar toch aangenaam fris. Bij Moroso, waar Urquiola de functie van artistiek directeur heeft, presenteerde ze Highland, een elegant zitsysteem. Voor B&B Italia bedacht ze één van de overtuigendste tuinmeubelen in jaren, de Lazy, en een reeks tafels getiteld Lens. Ze ontwierp nog een tafel voor Molteni & C, de Diamond. De wegen van Alfredo Häberli (interview pagina 70) en Konstantin Grcic kruisen bij Moroso. Grcic ontwierp een spectaculaire tafel, en Häberli een handzame, comfortabele stoel. Moroso heeft dit jaar overigens Cappellini opgevolgd als 's werelds hipste meubelfabrikant. Ron Arad (interview pagina 76) werkt voor beide : hij ontwierp een vreemd geschapen, ietwat pompeuze easy chair voor Moroso ( The Big E) en twee stoelen voor Cappellini (de Nino Rota en de None Rota, beide gesneden uit één vel plastic). Arads indrukwekkendste nieuwe product, wat ons betreft, is verkrijgbaar van fabrikant Magis : S.O.S., alias Sort Of Storage, is een duizelingwekkend transparant, eindeloos adapteerbaar opbergsysteem op basis van pvc. Sort Of Storage, alias S.O.S. (1) : een nieuw opbergsysteem van Ron Arad voor Magis, gemaakt van geëxtrudeerd pvc. Osorom (2) van Konstantin Grcic heeft iets van een vliegende schotel. Het cirkelvormige zitsysteem wordt door Grcic "een soort speelplein" genoemd. Bij Moroso. Mars (3), de nieuwste stoel van Grcic, is ontwikkeld als een patroon. De basis is van plastic, bekleed met leder, het effect is als origamipapieren plooiwerk. Bij het Duitse ClassiCon. Favela (4), de nieuwe stoel van de broers Campana, wordt gemaakt in een atelier op het Braziliaanse platteland, van aan elkaar gelijmde, gerecycleerde stukjes hout. Verkrijgbaar bij Edra. Scum Light (5) van Jerszy Seymour, deel van de installatie Welcome To Scum City, verkrijgbaar in honderd exemplaren bij galerie Kreo in Parijs. Tom Dixon lanceert zijn eigen merk, Tom Dixon. Enamel (6), lage tafels van email (een fusie van glaspoeder en carbonstaal à 800 graden Celsius), zijn elegant en stevig. De Mirror Ball (7) is een reusachtige reflecterende bubblegum. Vorig jaar ontwierp Patricia Urquiola de zetelcollectie Lowland. Nu is er het modulaire zitsysteem Highland (8), andermaal bij Moroso. De rug en de armleuningen zijn verstelbaar. Ze kunnen in een handomdraai naar omhoog worden getrokken, voor een verticaal effect. De bergère Take a line for a walk (9) van Alfredo Häberli is geïnspireerd door het grafisch werk van Saul Steinberg en de mobiles van Alexander Calder, bij Moroso. We verkiezen de versie met voetsteun in aluminium. AU (10) van Setsu en Shinobu Ito voor Edra : een combinatie van fauteuil en kleine sofa, gemaakt van polyurethaanschuim en overtrokken met een elastische stof. Isola (11) van Studio Cerri & Associati voor Poltrona Frau is een modulaire sofa met bijbehorende poefs en salontafels waarvan de elementen volgens de fabrikant gemakkelijk kunnen worden geherinterpreteerd. Puzzelwerk, kortom. De Serpentine (12) van Tom Dixon is perfect geschikt voor openbare ruimtes, in het bijzonder wachtkamers : de zetel kan eindeloos aan elkaar geschakeld worden. "De enige regel", zegt Dixon, "is dat je minstens drie stuks moet kopen, anders werkt het niet." Sigmund (13) van Jean Marie Massaud voor Moroso is een monolitische chaise longue, gemaakt van een houten skelet dat overtrokken is met stressbestendig polyurethaanschuim en polyesterfiber. Hij zit in een briljante glittergeschenkverpakking. Voor futuristische psychiaters. De uitgesneden kubus SOS (14) van Fabio Novembre voor Cappellini is een perfecte melange van barok en minimaal. Streng en uitgepuurd, als vanouds : de Coupé (15) van Piero Lissoni voor Cappellini. De Butterfly Kiss (16) van Fransman Christian Ghion voor Sawaya & Moroni herneemt vormen uit de jaren zestig, verkrijgbaar met bloemetjesdruk ( Philippe Starck heeft een verwant meubel bij Kartell, de Mademoiselle, een transparante stoel in polyurethaan waarvan het zitvlak is bekleed met zijden bloemenprints). De lederen stoel Mart (17) is beschikbaar als kuipje en halve chaise longue. Van Antonio Citterio voor B&B Italia. Paola Navone lanceert een reeks zitmeubelen, een bed en enkele tafeltjes voor Molteni. Opvallendste karaktertrek van de lijn Marais (18) : schuine randen. Nog van Christian Ghion: de chaise longue Shadows (19), voor Cappellini. Folio HM (20) van Francesco Bettoni voor MDF : een reeks fauteuils en canapés met hoge rug en een geïntegreerd plateau. Alfredo Häberli scoort goede punten met de Segesta (21) voor Alias en de armstoelen Milord, Lord en Lady (22), bedoeld voor woning of kantoor, bij Zanotta. Ross Lovegrove ontwierp de Brasilia (23), een retrofuturistische stoel in structural stiff polyurethaan. Bij Zanotta. Juliet (24) is een eiken stoel van de Brit Matthew Hilton voor Montina. Bij de set horen ook een eettafel met bijbehorende stoelen, een koffietafel en een bureau. Dit model is opgenomen in de permanente collectie van het Victoria & Albert Museum van Londen. Candoré (25) is half schommelstoel, half eenhoorn. Een ontwerp van Giovanni Levanti voor Campeggi. Uit het aanbod van Flexform : de stoel Wilson (26) van Antonio Citterio, de armleuningen zijn van hout, rug en zitvlak zijn van zwart leder. Voor een minimumchic-effect. De AVL Bar Stool (27)van Joep Van Lieshout voor Moooi was oorspronkelijk bestemd voor de vrijstaat AVL-Ville, een exotisch eiland, nemen we aan, in het atelier van de ophefmakende Ne-derlandse kunstenaar. De aluminium kruk Stool One (28) van Konstantin Grcic is het vervolg op zijn Chair One van vorig jaar. Bij Magis. De Zwitser Hannes Wettstein ontwierp voor Cassina een van de meest luxueus uitziende stoelen van het jaar : de Hola (29). Modern Frans : Theta (30), een trio van stoel, bridgefauteuil en chauffeuse, geconcipieerd door Eric Jourdan voor Ligne Roset. De BD Superstructure (31) van Björn Dahlström voor het Zweedse CBI is een groot uitgemeten chaise in zwart of natuurlijk eikenhout. Simplon (32) is een nieuwe lijn rekken, kasten en tafels van Jasper Morrison voor Cappellini. De basis is van aluminium, deels geel gelakt. Minder simpel dan men zou kunnen vermoeden. De aluminium Frametable (33) van Alberto Meda voor Alias kan geplooid worden door middel van een onzichtbaar mechanisme. De tafel Pallas (34) van Konstantin Grcic is een soort update van het werk van Jean Prouvé. Bij ClassiCon. Eenvoudig maar chic : Fancy (35) van Giuseppe Viganò voor Pierantonio Bonacina, rechthoekig of vierkant, met een dun granieten of marmeren tafelblad. Graduate (36) is het meest tijdloze rek van het jaar. Een ontwerp van architect Jean Nouvel voor Molteni & C. Ronan & Erwan Bouroullec ontwierpen voor Cappellini de open kast Butterfly (37), die speelt met schaduwen. Voor discoliefhebbers is het rek Matrix (38) een must : een bijna onzichtbaar, met fiberoptiek verlicht rek van Roberto Monsani voor Acerbis. De kleur kan naar believen worden aangepast. De fabrikant suggereert het rek gewoon leeg te laten. Het ladenkastsysteem Can Can (39) wordt door architectenbureau MVRDV beschreven als "Architecture for City System". Bij het Nederlandse Moooi. Lebeau (40) is een monumentale ronde tafel van Fransman Patrick Jouin voor Cassina, geschikt voor interieurs met een science-fictionthema. Kunstig maar mooi : Brosse (41), een rek gemaakt van staal en borstels, door Inga Sempe voor Edra. Three (42) is een organisch gevormd boekenrek in transparant gekleurd plastic van Jakob + Mac Farlane voor Sawaya & Moroni. Tuinmeubel van het jaar : de Lazy (43) van Patricia Urquiola, bij B&B Italia, een stoel bekleed met een nieuw, geperforeerd materiaal. De lijn zou volgend jaar worden uitgebreid. Paola Navone ontwierp een bank met bijbehorende poef in hard polyethyleen. Verkrijgbaar in groen, blauw en wit, uit de Inout-collectie (44) van Gervasoni. Bij het legendarische merk Zanotta zagen we de indrukwekkende Fly (45) van Marc Robson, een vel hoogtechnologisch materiaal gespannen over een geraamte in composiet. Een lichte, transparante, bijna zwevende structuur zoals de tijdgeest die voorschrijft. Matthew Hilton bedacht voor het Spaanse BD de Ottoman (46), een poef die kan worden opengeplooid tot chaise longue. De kleurtjes zijn happy, voor een jong publiek. Net zo vrolijk is het meubilair dat Matali Crasset ontwierp voor het Hi Hotel in Nice. Een aantal stukken is nu in productie bij het Italiaanse Modular (47). In This Case : Lorenzo (48) van Laurens van Wieringen is een tapijt in drie dimensies, een reliëflandschap gemaakt van gekleurde blokjes schuim. Mambo (49), een krukje van Archirivolto Design voor Delight, heeft popallure. De 188 centimeter hoge Stand-up (50), van Stefan Askhagen en Catarina von Matern voor het Zweedse Kinnarps, kan worden beschreven als een leunplank. Zanotta lanceert voor het eerst een lijn meubilair voor buiten (51). Het collectief For Use ontwierp stoelen ( Small, Medium en Large), tafels ( Extra) en een bed ( Sun). De skeletten zijn van staal, de textielcovers van Vela, polyesternet en recycleerbaar pvc. Xavier Lust en Vincent Van Duysen zijn op dit moment de enige Belgische designers van wie de naam internationaal iets oproept. Cappellini bestelde bij Van Duysen een reeks commercieel verantwoorde fauteuils, Nido genaamd. De clubversie (52) is onder meer verkrijgbaar in bleek leder, dat op natuurlijke wijze patina krijgt. De Nido Large (53) nodigt uit tot languit dagdromen. Extremis, de Belgische specialist van modern tuinmeubilair, stond in Keulen en Milaan met de PicNik-set (54) die Lust en Dirk Wynants al voorstelden tijdens Interieur van vorig jaar, maar die nu een internationale carrière begint. The Screw (55) is de naam van een reeks tuinaccessoires (tafeltje, ijsemmerhouder, kaarshouder, asbak) van Danny Venlet voor de Italiaanse fabrikant Coro. De schroef in de naam dient om het voorwerp in de grond te draaien. Het Italiaanse Desalto presenteerde ontwerpen van twee Belgische ontwerpers : Once en Twice (56) van Jacob Pringiers, fauteuils en poefs in de vorm van een ovaal of een dubbele ovaal, en Crown (57) van Stephan Schöning, die wij de mooiste kapstok van het jaar vonden. Schöning ontwierp voor De Wulf Selection de salontafel Inverse (58). Xavier Lust had in Milaan meubels bij twee prestigieuze fabrikanten : Letto Net (59), een tot de essentie herleid bed dat lijkt te zweven in de ruimte, bij MDF, en een behoorlijk experimentele buffetkast in gelimiteerde oplage bij e DePadova : Crédence (60). De golvende structuur is van geanodiseerd aluminium, ook verkrijgbaar in roodgelakte versie. Het Amerikaanse en Scandinavische designerfgoed van de jaren vijftig en zestig is min of meer uitgeput. Dit jaar grijpen ook de Italiaanse fabrikanten massaal terug naar hun klassiekers. Arflex brengt een hele reeks ontwerpen van Marco Zanuso opnieuw uit. De Lady (61) uit 1951 is de bekendste, de Woodline (62) uit 1964 de spectaculairste. Lullaby Due (63) van Luigi Massoni & 967 : een cirkelvormig bed uit 1968 dat lichtjes gemoderniseerd werd door Poltrona Frau. Het headboard kan 360 graden gedraaid worden. Van Gio Ponti : een eetkamerstoel uit 1969 (64), opnieuw in productie bij Montina, dat nog een aantal andere ontwerpen van de grondlegger van het Italiaanse design in productie heeft. Werk van de briljante architect Carlo Scarpa is verkrijgbaar bij de fabrikant Ultramobile : vier tafels uit de late jaren zestig en vroege jaren zeventig ( Doge, Valmarana, Delfi, Orseolo) en één zetel, de Cornaro (65). De Dezza (66) van Gio Ponti is verkrijgbaar in vier verschillende versies, net zoals in 1965. Bij Poltrona Frau. Dema vond in zijn archieven de Cuccia (67), een kuipje (de bijbehorende poef is identiek aan het kussen). Verkrijgbaar in oker, groen en rood. Jonge designers en pas opgestarte merken presenteren hun ontwerpen gewoonlijk in de marge van de grote woonbeurzen, alleen of in groepsverband, tijdens evenementen als Salone Satellite (Milaan), Spin Off (Keulen) of New Fairy Tales (Kortrijk). Bij de blikvangers: de Styrene lamp (68) van Paul Cocksedge, die gemaakt is van deels gesmolten koffiekopjes in polystyreen, en het Europallet (69) van het Duitse collectief Fremdkörper : conceptueel manifest voor ironische lofts. Più (70) van Catharina Lorenz en Steffen Kaz is een volstrekt hedendaags bureau met inschuifbare containers en verstelbaar blad. Ook het tafelsysteem 220T300 (71) van Ralf Bender en Sven-Anwar Bibi is modulair : het blad schuift over een inklapbaar skelet. De in Londen gevestigde Koreaanse designers Zinoo Park en Minsang Choo toonden op het Salone Satellite verscheidene projecten op basis van technologie in ruime zin, waaronder een lamp (72) die aan en uit kan worden geduwd of nog een set zakkaarsjes (73) voor gelukkige momenten : ze branden tien minuten. Uit de presentatie van de Nederlandse Puffin Club onthouden we de Random Chair (74) van Bertjan Pot, een vederlichte stoel van slierten carbonfiber die steviger is dan men zou vermoeden. Blikvanger van het Franse VIA tijdens het Salon du Meuble van Parijs : de mobiele kamers (75) van Frédéric Ruyant. n Tekst