Het huis van Patrick Prinster in de heuvels van Hollywood, hoog boven Sunset Boulevard, is oogverblindend. Alsof architect Brian Murphy de bedoeling had om met deze ene woning alle Californische zon te absorberen. Het licht weerkaatst op het zwembad, dringt door de glazen wand en vult heel de gewelfde, witgepleisterde Grand Salon.

De advocaat en projectontwikkelaar Patrick Prinster had genoeg van het rustieke Topanga Canyon bij Malibu. Hij wilde terug bij de stad wonen, in een eigentijds huis dat "openstond voor het landschap". Na lang zoeken vond hij een onopvallend gebouw uit de jaren '50, dat hij kocht omwille van het zwembad, het uitzicht en de diepe, vlakke locatie. Prinster had altijd veel bewondering gehad voor het witte torenhuis van Brian Murphy in Santa Monica, uit 1986. Hij vroeg de architect omwille van zijn gevoeligheid voor licht en ruimte. Murphy, die uitvinder en architect is en elke uitdaging om iets nieuws te doen verwelkomt, aanvaardde de opdracht. In een eerste stadium ontwierp hij een woning met betonnen vloeren, blote stalen structuurelementen en een industriële inrichting van keuken en badkamer. Maar Prinster verkoos een zachtere, schonere stijl. Na uren discussie en directe, praktische betrokkenheid verrees uit de samenwerking een huis dat zowel krachtig als verfijnd is.

De nieuwe stalen structuur volgt het zigzaggende grondplan van het vorige gebouw, om in het oosten en het zuiden een maximaal uitzicht over de stad te bewaren. De kern van het huis is de Grand Salon, een zes meter hoge hal die als leefruimte dienstdoet. Ze is gebouwd als een flexibele box die moeiteloos aardbevingen doorstaat. Deze majestueuze zaal baadt in het licht dat door een enorm glazen raam en een rij uitsnijdingen in het gewelf binnenstroomt. Bij valavond creëert de computergestuurde binnenverlichting een sfeervol schaduwspel. Het gewelf van stalen golfplaten loopt als een beschermende luifel tot voorbij de glazen wand en houdt het schijnsel van de binnenverlichting gevangen boven het zwembad. In de vallei daarachter schittert bij nacht Los Angeles.

De Grand Salon lijkt gewichtloos en dynamisch, de rondingen spelen met de rechte oppervlakten, zware materialen worden getemperd door de lichte afwerking. Bovendien is de ruimte energiebesparend. In de winter werkt het zuidelijke raam als een passieve zonnecollector. Bij grote hitte zorgen de verspreide raamopeningen voor ventilatie. Binnen wordt de aandacht getrokken door de open haard, met daarvoor een eclectische verzameling van meubels en decoratiestukken: oriëntaals tapijt, zetels in empirestijl en een surrealistisch bakstenen tafeltje van Ali Acerol. Aan het noordelijke uiteinde van de ruimte leidt een spiraalvormige trap naar een galerij die toegang biedt tot een westelijk terras.

Zo enorm de leefruimte is, zo intiem en beschermend zijn de omliggende kamers. De open eetzaal verbindt de salon met de keuken, die is opgevat als een ware ontmoetingsplaats voor de eigenaar en zijn gasten. In het midden prijkt een reusachtige metalen tafel die in een hoek van 45° op de wanden is geplaatst. Het blad is van purper-grijs gepolijst graniet, wat deze nogal industriële ruimte warmte geeft. Rond het eiland zijn de werkeenheden van roestvrij staal verdeeld. Het geheel oogt eenvoudig en professioneel. Twee van de vier delen van de eilandtafel kunnen worden losgemaakt en samengevoegd tot een aparte tafel of een werkbank tegen de wand.

Aan de noord- en de zuidkant van het huis leidt een gang naar de slaapkamer, waar een open haard met armstoelen voor een gezellig zithoekje zorgen. Het met esdoorn beklede plafond, gedragen door stalen T-kolommen, creëert de geborgenheid van een gedrapeerd tentzeil. De deuren van de wandkasten zijn gemaakt van Oronite, een gegolfde, doorschijnende glasvezelplaat die ook is gebruikt voor de bekleding van de garage. Boven het gezandstraalde glas dat de slaapkamer scheidt van de badkamer, werpen twee lusters hun schaduw over het transparante scherm. In de badkamer valt meteen de douche op, een sculpturaal object van blootliggende koperen buizen en kranen, waarin de spiegel en de wasbak zijn geïntegreerd.

Zoals het huis van Prinster overdag alle zonlicht opslorpt, zo lijkt het in het duister zijn teveel aan licht weer uit te stralen. Bij valavond fonkelen de laatste zonnestralen op de met knikkers bezette stalen poorten, en 's nachts "glanst de garage als de grootste lamp ter wereld", aldus Prinster. Architect Murphy prijst zijn klant voor zijn creatieve inbreng tijdens het ontwerp: "Hij kon zich een beeld vormen van wat ik bedoelde, en wist heel goed wat hij wilde, zonder zich te bekommeren om wat anderen dachten." Voor Patrick Prinster overtreft het resultaat zijn wildste dromen.

Foto's Tim Street-Porter