Af en toe vraagt iemand zich af waarom ik soms zo terugverlang naar de dagen van vroeger. Die vraag laat zich niet moeilijk beantwoorden. De dagen van vroeger hadden, naast hun knaloranje lampenkappen, één groot voordeel op de dagen van tegenwoordig : we dachten dat alles in de toekomst alleen maar beter zou worden. Dat gevoel hadden we echt, daar in die verzonken jaren in het oordschap waar ik opgroeide, te weten Gullegem - een naam die op zich al de belofte inhoudt van vrijgevigheid.
...

Af en toe vraagt iemand zich af waarom ik soms zo terugverlang naar de dagen van vroeger. Die vraag laat zich niet moeilijk beantwoorden. De dagen van vroeger hadden, naast hun knaloranje lampenkappen, één groot voordeel op de dagen van tegenwoordig : we dachten dat alles in de toekomst alleen maar beter zou worden. Dat gevoel hadden we echt, daar in die verzonken jaren in het oordschap waar ik opgroeide, te weten Gullegem - een naam die op zich al de belofte inhoudt van vrijgevigheid. Het ergste wat je al eens hoorde, was dat de vrouw van de bakker zich op weg naar haar minnaar te pletter had gereden. Daar ging geen persoonlijke dreiging van uit. Je had nog geen auto en ook de wisselvalligheden van de liefde waren zorgen voor later. De zelfoprollende veiligheidsgordel stond trouwens op het punt te worden uitgevonden, zoals er van alles werd uitgevonden om de mensheid uit de donkerte van de middel- eeuwen op te tillen naar een glanzende en gestroomlijnde toekomst. Overal werden sociale woningen gebouwd en in de huiskamers verscheen de kleurentelevisie. Zelfs de strijd tegen venerische ziekten leek gewonnen, en wat kan er een samenleving meer plezier verschaffen dan het geruststellende gevoel ongestraft naast de pot te mogen plassen ? Zo rond de millenniumwissel werd echter pijnlijk duidelijk dat de mens nog niet voorgoed met zijn demonen had afgerekend. Vooral de laatste jaren heeft het er soms alle schijn van dat we steeds sneller terug de wildernis ingekatapulteerd worden. Neem nu die vrouwen in Keulen, die tijdens de nieuwjaarsnacht door hitsige mannen aangerand werden. "Ik voelde een vinger in elke lichaamsopening", zei er een. "Ik schreeuwde om hulp en ze lachten mij uit." Je vindt dat verschrikkelijk nieuws natuurlijk, maar evengoed inspireert het je om eens te doen wat je niet eerder gedaan hebt : het woord 'lichaamsopeningen' googelen. Zoals van wel meer dingen, zijn er per mens een welbepaald aantal. Zeven, geloof ik, waarvan sommige minder en andere meer tot de verbeelding spreken. Voor je het weet, kom je terecht op een site met foto's die radiologen onderling uitwisselen, van dingen die mensen allemaal in hun lichaamsopeningen duwen. Je ziet X-rays van patiënten die in het ziekenhuis werden opgenomen nadat ze per ongeluk op hun elektrische tandenborstel vielen. Tijdens die virtuele omzwervingen rond de dom van Keulen loop ik per toeval aan tegen Milo Moiré, de Zwitserse kunstenares die protesteert tegen seksueel geweld door in haar goddelijke naaktheid rond te scharrelen. Zij schildert in vette zwarte letters woorden op haar lijf als 'pants', 'slip' en 'panties' op de plaats waar bij meer beschroomde vrouwen gewoonlijk die kledingstukken zitten. Tot de verbeelding spreekt misschien dat ze een nacht de cel invloog omdat ze aan de Eiffeltoren bloot met toeristen op de foto ging. Zij stapte zonder kleren op de trein; een andere keer liet ze vanuit haar vagina met verf gevulde eieren te pletter vallen op maagdelijk canvas. PlopArt N° 1, heet enigszins toepasselijk het kunstwerk dat daarvan het gevolg was. Domme man zijnde, vraag ik mij af of het poedelnaakt rondlopen deze Milo een zeker genot zou verschaffen. Gedurende enkele minuten zit ik gebiologeerd naar zoveel gladde schoonheid te staren. Ik zie Milo op eindeloze benen over een trottoir langs een stadspark lopen, louter gehuld in hoge hakken en een leren handtas. Ik vind dat very 1970, hoewel de kunstenares pas in het gezegende jaar 1983 blijkt te zijn geboren, toen de wereld al door weeë gezangen als Karma Chameleon van Culture Club en Comment ça va van The Shorts werd geteisterd. "Wat een prachtige vrouw", zegt ook het Weergaloze Meisje, dat zelf niet om fraaie welvingen verlegen zit. "Maar kunstenares ?" En lief als vrouwen voor elkaar kunnen zijn, maakt zij in de lucht met beide wijs- en middelvingers de bekende aanhalingstekens. jp.mulders@skynet.be JEAN-PAUL MULDERSZij stapte zonder kleren op de trein ; een andere keer liet ze vanuit haar vagina met verf gevulde eieren te pletter vallen op maagdelijk canvas