Jureren over producten die door mensen gemaakt worden, is verre van eenvoudig. Daarom eerst wat uitleg over de manier waarop werd te werk gegaan. Berichten over sportprestaties is simpel want kwantitatief gedefinieerd : iemand springt het hoogst, loopt of fietst het snelst. Geen discussie mogelijk. Heel anders ligt dat met rapporteren over literatuur of muziek. Hier spreekt men van 'recensies' : evaluerende, subjectieve bedenkingen. Dat geldt zeer zeker ook voor het culinaire. Toch heeft men per se de communicatie hierover willen kwantificeren. Punten op twintig of op honderd, voor wijnen of restaurants, moeten een rangschi...

Jureren over producten die door mensen gemaakt worden, is verre van eenvoudig. Daarom eerst wat uitleg over de manier waarop werd te werk gegaan. Berichten over sportprestaties is simpel want kwantitatief gedefinieerd : iemand springt het hoogst, loopt of fietst het snelst. Geen discussie mogelijk. Heel anders ligt dat met rapporteren over literatuur of muziek. Hier spreekt men van 'recensies' : evaluerende, subjectieve bedenkingen. Dat geldt zeer zeker ook voor het culinaire. Toch heeft men per se de communicatie hierover willen kwantificeren. Punten op twintig of op honderd, voor wijnen of restaurants, moeten een rangschikking mogelijk maken van het type 'de grootste' of 'de beste'. Dat is technisch bedrieglijke nonsens. Modern wetenschappelijk onderzoek heeft immers uitgewezen dat de ontwikkelde mens niet meer dan een viertal kwaliteitscategorieën kan onderscheiden : slecht, neutraal, goed en excellent. En dat terwijl puntenschalen met een maximum van 20, die ook nog werken met halve punten, uitgaan van 40 waarneembare kwaliteitsklassen. Schalen met 100 punten zijn nog onzinniger. Ook in de culinaire wereld is men dat gaan beseffen. Daarom werkt men steeds meer met symbolen - een aantal sterren, pol- lepels, koksmutsen enz. - die dan staan voor bepaalde kwaliteitsklassen. Individuele wijnschrijvers die toch met puntenschalen werken, zoals Parker in de VS en Jean-Marc Quarin in Bordeaux, 'vertalen' deze schalen naar klassen : 'goede' wijn begint vanaf 15 op 20 of 89 op 100, 'grote' wijn vanaf 16 of 90, boven 18 of 96 is 'uitzonderlijk'. Bovendien ondertekenen deze auteurs hun teksten met naam en toenaam, waardoor ze de volle verantwoordelijkheid nemen. Het werk van een jury daarentegen is naamloos en gaat schuil achter een collectieve redactie. Vaak gaat het er bij vakjury's kafkaiaans aan toe. Toevallig geselecteerde groepjes van proevers waarderen een reeks wijnen met punten op 20. Daarvan worden gemiddelden genomen die voor de kwaliteit een rangschikkende betekenis zouden moeten hebben. Elementaire statistiek leert dat deze procedure niet correct is. Het gemiddelde van 2 keer 10 en van 0 en 20 is immers gelijk, terwijl het kan gaan om de grootst mogelijke tegenspraak tussen twee juryleden. Hoe moest het dan met onze lezersjury die als opdracht had wijnen uit het Torresassortiment naar kwaliteit te rangschikken ? De quasizekerheid dat er geen slechte wijnen bij zouden zijn én de stijleenheid van Torres (zuiverheid en milde cépage-expressie) maakten het werk van de jury wat eenvoudiger. Voor een zo groot mogelijke waarachtigheid lieten we de jury werken met de beoordeling : goed of niet goed (neutraal). De wijn met het grootste aantal beoordelingen 'goed' - voor onze tienkoppige jury dus maximum tien - werd dan de 'beste' van de reeks. Als we als selectiecriterium nemen dat minstens vijf keer de beoordeling 'goed' moest worden gehaald, werden bij de proefsessie vier van de acht witte wijnen geselecteerd en zelfs tien van de elf rode. Hiervan zullen - buiten elke redactionele verantwoordelijkheid - twaalf flessen door wijnagent Mafribel aan de lezers te koop worden aangeboden. DOOR HERWIG VAN HOVE