De modernistische architectuur (zie kaderstuk) is tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog ontstaan en heeft ook in België een aantal gebouwen nagelaten die, net als sommige ontwerpen van bijvoorbeeld Le Corbusier, zijn uitgegroeid tot stijliconen. Dat uit die tijd ook zoiets teers en veranderlijks als een tuin de jaren vrijwel ongeschonden heeft doorstaan, mag een klein wonder heten.
...

De modernistische architectuur (zie kaderstuk) is tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog ontstaan en heeft ook in België een aantal gebouwen nagelaten die, net als sommige ontwerpen van bijvoorbeeld Le Corbusier, zijn uitgegroeid tot stijliconen. Dat uit die tijd ook zoiets teers en veranderlijks als een tuin de jaren vrijwel ongeschonden heeft doorstaan, mag een klein wonder heten. De tuin van het huis Heeremans-Moens in Liedekerke is tussen 1938 en 1940 aangelegd en grenst aan een straat zoals er zovele zijn. Het huis is gebouwd voor een gezin met drie kinderen en bestaat uit een woning en een dokterspraktijk. Alles eraan is de moeite van het bekijken waard dankzij het werk van architect Huib Hoste, die ook het interieur ontwierp. Het meubilair werd geleverd door de bekende onderneming De Coene uit Kortrijk. Voor de aanleg van de tuin liet Hoste zijn klanten kennismaken met de Belgische tuinarchitect Jean Canneel-Claes, die als oprichter en eerste secretaris-generaal van de internationale vereniging voor modernistische tuinen volop betrokken was bij de totstandkoming van een nieuwe visie op tuininrichting. Jean Canneel-Claes (1909-1988), zoon van de Brusselse beeldhouwer Eugène Canneel, was in 1929 de eerste die afstudeerde als tuinarchitect aan het Institut Supérieur des Arts Décoratifs van La Cambre. Een jaar eerder, in 1928, had het eerste CIAM ( Congrès Internationaux d'Architecture Moderne) plaatsgevonden, een hoogmis voor modernistische architectuur waarvan de derde editie in 1930 zich overigens in Brussel voltrok. In dat jaar, 1930, tekende Louis Herman De Koninck zijn bekende Cubexkeuken, een soort Legoconstructie van een aantal basisblokken. Diezelfde Louis Herman De Koninck ontwierp eveneens het woonhuis van Canneel-Claes, een opdracht waar eerst Le Corbusier voor was gevraagd. Maar die had het te druk en hij gunde zijn collega de eer. Bij de inrichting van de tuin in Liedekerke moest Canneel-Claes met twee factoren rekening houden : het bestaande huis met het terras aan de noordzijde, en de glooiing van de tuin met het schitterende uitzicht op de vallei van de Dender. Toen hij het nog kale terrein had bekeken, zette Canneel-Claes een strak ontwerp op papier van een functionalistische, maar niet minder praktische en onderhoudsvriendelijke tuin waar iedereen profijt van zou hebben, dankzij het uitzicht op het landschap, het gazon als speelplek voor de kinderen, de ruimte om te ontspannen voor de ouders, open indeling en de vele bloemen. Jean Canneel-Claes verdeelde de grond hierbij in vier gelijke stukken. De rode draad wordt gevormd door een sierlijk en tegelijk functioneel pad van grote betonnen tegels, vanaf het hoger gelegen terras helemaal naar het eind van de tuin. Als om het hellende effect te benadrukken, begint het pad als een haarspeld om vervolgens langs de gemengde border aan de oostkant naar beneden te lopen en uit te waaieren in een zonneterras met een aantal rozenperkjes en een flinke taxushaag aan de noordzijde. Deels verscholen achter deze taxushaag ligt een geheime tuin, een klassieker uit de tuinarchitectuur zoals die al te vinden is in de creaties uit de Italiaanse Renaissance. In de originele tekeningen was deze haag deels laag gesnoeid met een soort openingen op het landschap. Sinds de jaren zestig heeft deze kant van de tuin zijn uitzicht echter verloren. De bouw van een groot verzorgingstehuis op het naastliggende terrein noopte de eigenaren tot de aanplant van een aantal Oostenrijkse dennen en bruine beuken om deze vlek in het landschap aan het zicht te onttrekken. De zeventig jaar na de aanleg hebben de tuin een andere aanblik gegeven. De dennen aan weerszijden zijn allang volwassen geworden en zorgen voor een mediterraan accent. Ook de border is veranderd. Er staan nu andere soorten rozen in, al overheerst het felle rood nog steeds. Maar het grondpatroon van strakke lijnen is wel volledig intact gebleven, en dat komt niet vaak voor in tuinen uit die tijd. Het verbaast misschien dat een ontwerper als Jean Canneel-Claes, toch een vooraanstaand figuur uit de stroming van het modernisme, geen andere duurzame sporen heeft nagelaten in binnen- en buitenland. Een deel van de verklaring hiervoor moet worden gezocht in de oorlog van '40-'45 en een verblijf in Congo van twaalf jaar, van 1950 tot 1962. Door Jean-Pierre Gabriël