Op 6 april 2009 veegde een zware aardbeving het Italiaanse stadje L'Aquila van de kaart. De ramp kostte het leven aan 309 mensen en maakte bijna 70.000 inwoners dakloos. Ruim drieënhalf jaar later woont meer dan de helft van hen nog altijd in een tijdelijk onderkomen : een huurwoning die betaald wordt door de overheid, of een van de flats die de regering van Silvio Berlusconi kilometers verderop liet optrekken.
...

Op 6 april 2009 veegde een zware aardbeving het Italiaanse stadje L'Aquila van de kaart. De ramp kostte het leven aan 309 mensen en maakte bijna 70.000 inwoners dakloos. Ruim drieënhalf jaar later woont meer dan de helft van hen nog altijd in een tijdelijk onderkomen : een huurwoning die betaald wordt door de overheid, of een van de flats die de regering van Silvio Berlusconi kilometers verderop liet optrekken. Die laatste zijn omstreden, want de complexen liggen ver verwijderd van alle voorzieningen. Bovendien bezorgden ze enkele bouwpromotoren lucratieve en ondoorzichtige contracten, en ging er weinig toekomstplanning aan vooraf. De bevolking ter plaatse werd amper gehoord, en veel duidelijker zijn de zaken er sindsdien niet op geworden. Ook onder Mario Monti is de toekomst van de stad uiterst onzeker. Velen weten nog steeds niet of en hoe ze hun leven in L'Aquila ooit zullen hervatten. Van de voormalige werkstad in de Abruzzen blijft er weinig over. Die is nu een spookstad, een zwart gat met daarrond veel niemandsland. Straatverlichting ontbreekt op vele plaatsen, net als het rumoer op de pleinen, de markt of in de ooit zo levendige koffiebars. Vroeger was het middeleeuwse centrum best pittoresk, nu wordt het ontsierd door puin, leeggespoten brandblussers, ramen die 'Zalig Pasen' wensen, en kalenders van 2009. Links en rechts staat een klok stil op 3 : 32, het tijdstip waarop de beving plaatsvond. Militairen bewaken er nog steeds de zona rossa, het zwaarst getroffen deel van het centrum. Om veiligheidsredenen raken enkel werkmannen en journalisten met een pasje er langs. Ingenieurs hebben steeds minder vertrouwen in de ijzeren en houten stellingen die de woningen en andere gebouwen ondersteunen. Daarvoor is er al te veel tijd verstreken, en een zorgvuldige inspectie wordt te duur geacht. Wie zijn huis wil terugzien, moet dus vergezeld worden door een brandweerman, of in het geniep zijn kans wagen. Ook als van die woning alleen gescheurde muren, een vernielde vloer of een nog niet afbetaalde hypotheek overblijven. ?Verstevigen, en dan iedereen de toegang ontzeggen, dat slaat nergens op", zucht Pier Luigi D'Armi, een veertiger wiens eigen woonst onbewoonbaar verklaard werd. Naast de menselijke en materiële schade kreeg L'Aquila ook een economische klap te verwerken. Duizenden verloren hun baan. En na het optimisme over de eerste noodwoningen volgde de ontgoocheling. Toch gaven de inwoners hun stad niet zomaar op. Het popolo delle carriole of kruiwagenvolk ging zelf puin ruimen, en tegenwoordig treffen oude buurtgenoten elkaar op dezelfde pleintjes als vroeger. Sommigen zijn zelfs 'verstekeling in eigen huis' geworden : mensen wier woning het toeliet om terug te keren naar het centrum en die daar nu opnieuw proberen te starten. Ondanks het puin en het niets, en ondanks de bureaucratische lijdensweg die het telkens vergt om weer aan gas, elektriciteit of een straatlamp te geraken. Om hoeveel mensen het gaat, kan het stadsbestuur niet zeggen. Wie het centrum uitkamt en om aanwijzingen vraagt, stelt echter al gauw vast dat het er meer zijn dan dat de verstekelingen zelf vermoeden. De een keert terug uit heimwee of protest, anderen uit pure noodzaak. Op de clandestini valt niet meteen een leeftijd te kleven. Sommigen keren terug naar een huis dat ze zelf bouwden, kamers die hun leven tekenden, of een plek waar ze een dierbare verloren. Velen studeren echter aan de lokale universiteit, zoals Mattia Carlomagno, Marco D'Alonzo, Loris Pettinella en Diego Marcovecchio : toekomstige ingenieurs die een woning in via Giovanni XXIII huren. De twintigers zeggen het goed te stellen. ?We kunnen lawaai maken en de radio openzetten zonder aan de buren te moeten denken", glimlacht Diego. ?We voetballen zelfs voor de deur. Vroeger was dit een van de drukste straten, nu maken we ons zorgen als er meer dan vier auto's op een uur passeren." Op een ander adres verbaast psychologiestudent Alan Pizzoli zich over de stilte 's nachts. ?Op het platteland hoor je 's nachts nog geritsel en krekels, hier is daar niet eens sprake van." Velen verklaren hen trouwens voor gek, bekent zijn kotgenoot Giovanni Di Matteo. ?De meeste mensen zijn bang voor nieuwe aardschokken en zouden nooit tussen het puin en de stellingen willen leven." Later blijkt dat de studenten vorige winter een ganse week opgesloten zaten wegens hevige sneeuwval. Leven in een rampgebied vergt het nodige aanpassingsvermogen, zegt Luca Innocenzi, nog een student. ?Ik ben hier geboren en getogen, mijn ganse leven speelde zich hier af. Nu heeft alles zich naar een commercieel centrum buiten de stad verplaatst. Ik zou er liever wegblijven, maar dat lukt niet." Het leven gaat immers voort, en mensen moeten nog altijd boodschappen doen. Hier en daar heropende een bar of wijnwinkel zijn deuren, maar dat zijn uitzonderingen, bevestigt Laura Pizzirani. ?Voor de aardbeving hadden we hier alles binnen handbereik," zegt de voormalige docente rechten, ?nu heb je voor de minste boodschap een auto nodig." Dat ongemak lijkt Laura er echter graag bij te nemen : alles is beter dan het ?vernederende en deprimerende" hotel waar ze met haar echtgenoot verbleef. In hotels, kazernes en andere noodverblijven is van privacy of een eigen tijdsindeling immers weinig sprake. Het koppel besloot vorig jaar om de draad weer op te nemen, en sliep in afwachting van de herstellingswerken maandenlang in een tent in de tuin. De verloren zonen en dochters van L'Aquila zijn sceptisch over de rol van de politiek. Ze hebben vragen bij de haastig gebouwde wooncomplexen buiten het centrum. Die hebben de stad verscheurd en verknipt tot een lappendeken. Hechte gemeenschappen werden uiteengereten. Projectontwikkelaars zijn de wederopbouw van L'Aquila zoals het was echter weinig genegen. De opening van een nieuwe concertzaal van Renzo Piano in het centrum van de stad in oktober doet sommigen al dromen van een nieuwe ecologische modelstad. ?De situatie is dramatisch en in menig opzicht moeilijker dan drie jaar geleden", zegt Luca Maggi, de lokale ambtenaar die over het architecturale erfgoed van de Abruzzen moet waken. ?De verschillende overheden hebben te weinig gerealiseerd." Landen als Duitsland en Kazachstan kwamen de Italianen te hulp, maar ook dan blijft de uitdaging enorm. Tientallen kerken en andere openbare gebouwen moeten nog hersteld worden, net als enkele duizenden woningen. Critici wijten dat onder meer aan de onduidelijke bevoegdheidsverdeling, de institutionele chaos, en de inmenging van de maffia. Bovendien krimpt het budget voor de wederopbouw voortdurend : van 1,5 miljoen euro in 2009 en 824.000 euro in 2010 naar nog minder nu, terwijl volgens de meest optimistische ramingen zes miljard euro nodig is. Het lot weer in eigen handen nemen klinkt dan wel mooi, de clandestini in L'Aquila moeten er voorlopig het beste van maken.DOOR FRANCESCA LOMBARDI & BEWERKING WIM DENOLF FOTO'S ALESSANDRO GANDOLFI - PARALLELOZERO