"Dit gebouw werd net voor de wereldtentoonstelling van 1958 opgetrokken in pure Expostijl. Het werd ontworpen als een hotel waar buitenlandse delegaties konden verblijven. Nadien hebben ze er flats van gemaakt, zonder aan de architectuur te raken. Het bijzondere is wel dat veel ervan nog steeds bewoond worden door de oorspronkelijke eigenaars, dus werden er weinig interieurs verknoeid", vertelt Eric Haegelsteen, die hier sinds enkele jaren een schitterende flat betrekt. "Ook die is nagenoeg intact, zelfs de originele Cubexkeuken zit er nog in. Dus lag het voor d...

"Dit gebouw werd net voor de wereldtentoonstelling van 1958 opgetrokken in pure Expostijl. Het werd ontworpen als een hotel waar buitenlandse delegaties konden verblijven. Nadien hebben ze er flats van gemaakt, zonder aan de architectuur te raken. Het bijzondere is wel dat veel ervan nog steeds bewoond worden door de oorspronkelijke eigenaars, dus werden er weinig interieurs verknoeid", vertelt Eric Haegelsteen, die hier sinds enkele jaren een schitterende flat betrekt. "Ook die is nagenoeg intact, zelfs de originele Cubexkeuken zit er nog in. Dus lag het voor de hand dat ik alles zou bewaren. Ik vind die modernistische stijl uit de jaren vijftig en zestig immers steeds boeiender. Dat komt natuurlijk ook door de uitstraling van dit gebouw. Als je hier woont, ontdek je er de schoonheid en functionele kwaliteiten van." Nochtans is Eric zelf in een geheel andere omgeving opgegroeid : "Mijn ouders hadden een klassiek interieur. Mijn grootvader was een echte antiekliefhebber. Hij bezat een enorme collectie Chinees en Doorniks porselein. Alles was mooi, maar doodernstig. Ik ben daar al vrij vroeg tegen gaan reageren. Toen ik zestien was, begon ik bijvoorbeeld meubels te kopen van Jules Wabbes. In die tijd was modern design, tweedehands dan toch, spot-goedkoop." Eric Haegelsteen ondernam tal van wereldreizen voor zijn job. Hij verbleef lange tijd in China en Japan, en kwam daar onder de indruk van de oosterse architectuur en meubelkunst. Maar hij woonde ook een hele periode in Afrika, onder meer in Congo, Kameroen, Senegal en Ivoorkust. "Daar deed ik mijn liefde op voor houten gebruiksvoorwerpen en textiel. Vooral de weefsels van het Congolese volk de Kuba vind ik buitengewoon prachtig. Ik heb er heel wat van gekocht. Die kleuren en motieven passen goed bij vintagedesign." Door zijn verblijf in Afrika is hij bovendien tuk op mooie materialen, zoals het exotische hout dat overal in deze flat werd aangewend voor de deuren. Eric apprecieert de grafische lijn van een gebouw en een voorwerp. "Kijk bijvoorbeeld naar de originele ijzeren vensters van deze flat : ze zijn buitengewoon elegant. Ze zijn uiteraard rechthoekig van structuur, maar daarnaast hou ik ook van de golvende lijnen van bijvoorbeeld mijn Scandinavische meubels. Ik reisde trouwens ook naar Scandinavië, waar je al dat design in zijn 'natuurlijke biotoop' kunt bewonderen." "Deze flat mag dan wel een fiftiessfeer uitademen, toch wil ik er geen museum van maken", vindt Eric Haegelsteen. "Een interieur evolueert mee met je smaak. Je moet je trouwens hoeden voor een te stabiele smaak. Ik vind het leuk om nu en dan iets nieuws binnen te halen of om een meubel te verkopen. Zo hecht ik me niet al te veel aan iets. Ik omring me graag met mooie objecten, maar beschouw mezelf niet als een echte verzamelaar." Door Piet Swimberghe Foto's Jan Verlinde