Barok ? Dat was jarenlang voor architecten en ontwerpers een scheldwoord. Moest je in de jaren negentig niet mee afkomen, zeker niet bij het publiek dat John Pawson verafgoodde, de Engelse paus van het minimalisme. Barok was ook langer geleden een woord dat je beter kon vermijden. Vooroorlogse moderne ontwerpers baalden ervan. De Oostenrijkse architect Adolf Loos, die een hekel had aan de art nouveau, gaf in 1908 een lezing waarin hij ornamenten een misdaad noemde, hij wilde alle versiering schrappen.
...

Barok ? Dat was jarenlang voor architecten en ontwerpers een scheldwoord. Moest je in de jaren negentig niet mee afkomen, zeker niet bij het publiek dat John Pawson verafgoodde, de Engelse paus van het minimalisme. Barok was ook langer geleden een woord dat je beter kon vermijden. Vooroorlogse moderne ontwerpers baalden ervan. De Oostenrijkse architect Adolf Loos, die een hekel had aan de art nouveau, gaf in 1908 een lezing waarin hij ornamenten een misdaad noemde, hij wilde alle versiering schrappen. De hele twintigste eeuw lang hebben moderne architecten en vormgevers gestreden tegen alle decoratie. Gelukkig waren er toch enkele originele ontwerpers en decorateurs die zich daar geen moer van aantrokken, zoals de Italiaanse designers Piero Fornasetti en Carlo Mollino, de Britse interieurvormgever David Hicks, of de Finse ontwerpster Maija Isola van stoffenproducent Marimekko. En de barok was niet de enige stijl waar de artistieke beau monde een afkeer van had. Gotiek was nog zo'n woord waar velen voor huiverden. Het stond voor superoubollig. En rococo ? Was het toppunt van wansmaak, al die krullen die nergens voor dienden. Wat heeft onze voorouders bezield om hun huizen zo druk te versieren ? Ooit werd de art nouveau meesmuilend de spaghettistijl genoemd, ook al omdat ze te rijk oogde. Al dat gescheld verdoezelt een onderliggende gedachte. In de twintigste eeuw konden veel moderne kunstenaars, architecten en ontwerpers maar niet verkroppen dat verschillende trends tegelijk in de mode kunnen zijn. Ze droomden van een ver verleden, waarin je bijvoorbeeld zoals in de zestiende eeuw de renaissance had, en daarna de barok. Dat leek simpel, je had gewoon een eenheidsstijl. Maar eigenlijk is dat steeds een fictie geweest, het klopt niet, de kunsthistorici hebben gewoon de geschiedenis naar hun hand gezet om die indruk te wekken. Mensen hielden altijd al van mixen en matchen. En om de dertig jaar steekt het eclecticisme de kop op, met alles lekker door elkaar. Nu zijn we daar weer aan toe, wat heerlijk is ! Mixen is ook menselijker, beweert de internationaal gereputeerde décorateur-ensemblier Gert Voorjans terecht. Je hebt nu eenmaal soorten mensen, de ene houdt van strak en is bang voor wat chaos, de andere is daar net gek op. Alleen moeten de 'strakken' de rest niet de les gaan spellen. En dat gebeurt wel. Er is echt plaats voor een veelheid aan smaken, stijlen en sferen in de architectuur, muziek, design, eetcultuur, mode, noem maar op... De term barok is afgeleid van het Portugese barroco, het woord voor een grillig gevormde parel. Leve de onregelmatige parels ! Piet.swimberghe@knack.be Piet SwimbergheDe ene houdt van strak en is bang voor wat chaos, de andere is daar net gek op. Alleen moeten de 'strakken' de rest niet de les gaan spellen