Een deurmat in de vorm van een haas ? Een kast met lades die bijeengehouden worden door een riem ? Een gloeilamp met snoer om aan de muur te plakken ? Het zijn producten uit de collectie van het Nederlandse designlabel Droog. Dat merk werd in 1993 opgericht door Renny Ramakers en Gijs Bakker en brak radicaal met het form follows function-idee in de interieurwereld : ze brachten spullen op de markt vol emotie en humor. Tussendoor organiseert Droog tentoonstellingen in hun eigen exporuimte of op verplaatsing. Er wordt, op een doordeweekse vrijdagvoormiddag duchtig geshopt op hun Amsterdamse adres. Er staan niet alleen producten van Droog, maar ook van bevriende merken of ontwerpers.
...

Een deurmat in de vorm van een haas ? Een kast met lades die bijeengehouden worden door een riem ? Een gloeilamp met snoer om aan de muur te plakken ? Het zijn producten uit de collectie van het Nederlandse designlabel Droog. Dat merk werd in 1993 opgericht door Renny Ramakers en Gijs Bakker en brak radicaal met het form follows function-idee in de interieurwereld : ze brachten spullen op de markt vol emotie en humor. Tussendoor organiseert Droog tentoonstellingen in hun eigen exporuimte of op verplaatsing. Er wordt, op een doordeweekse vrijdagvoormiddag duchtig geshopt op hun Amsterdamse adres. Er staan niet alleen producten van Droog, maar ook van bevriende merken of ontwerpers. Onderzoek blijft voor Droog onontbeerlijk. Designkritiek en -reflectie, ingebakken bij kunsthistorica Ramakers, heeft sinds 2009 zelfs een eigen plek gekregen in Droog Lab, letterlijk een experimentenlaboratorium. "De designwereld raakte verzadigd, we wilden weer op zoek naar echte innovaties, we wilden nieuwe designrichtingen identificeren", zegt Agata Jaworska van Droog Lab. De eerste studie van Droog heet Here, there, everywhere en volgt een eeuwenoud idee : laat ons reizen om te leren. "Waar kunnen we wat bijleren over wat ons nu bezighoudt ? Wie kan ons wat leren over schaarste ? Wie over consumptie ? Wie over improvisatie ? We worden over de hele wereld met die thema's geconfronteerd. Een thema doet ons beslissen naar welke plek we zullen reizen en welke ontwerpers we willen meenemen. Vertrekkend van dat ene onderwerp bezoeken we een stad of streek." TYPISCH RUSLAND : "Renny zat ooit op de trein richting Moskou. Ze zag er boeren met manden vol aardappelen en groenten om te verkopen in de stad. Allemaal zaten ze verdiept in literatuur. Het raakte haar : Russen lijken die dwingende behoefte te hebben om te ontsnappen in een fictieve wereld. Tegelijkertijd consumeren Russen helemaal anders dan wij. Door een sterke inflatie vermindert de waarde van spaargeld. Daarom investeren ze in goud, voedsel voor de toekomst, een huis, een wagen, diamanten. Ze hebben die gewoonte om duurzame goederen te kopen, zo zorgen ze voor hun toekomst. Dat is ongewoon voor ons, want wij voelen ons schuldig als we iets kopen, we krijgen te horen dat we minder moeten consumeren." STUDIE : "We gingen in 2010 naar Moskou met Daniel van der Velden van Metahaven. Een week lang bezochten we soepkeukens, zwarte markten, boekwinkels, communes, luxewinkels, alle plekken waar geconsumeerd werd. We ontmoetten ook economiste Olga Kuzina. Ze beweerde dat wij de Russen zien als consumenten die achteroplopen en de westerse beschaving proberen bij te benen. 'Maar in het Westen zie je nu crashende economieën en falende instellingen', zei ze. 'Dat hebben we in Rusland al eerder meegemaakt. Wij staan voor. We zijn al twintig jaar aan het experimenteren. Russen stellen zich al jaren de vraag hoe ze kunnen overleven zonder te vertrouwen op instellingen of financiële markten. Mensen hebben hun eigen overlevingsstrategie ontwikkeld.' Dat vonden we een unieke invalshoek." NA DE REIS : "We stelden fantastical investments voor, een imaginair merk met imaginaire producten. Dat brengt fantasie én duurzame goederen samen. Twee aspecten die misschien niet alleen in Rusland, maar ook bij ons noodzakelijk worden. We bedachten een sneeuwband voor een auto met diamanten als spikes. Een gouden schroef om in je meubelen te draaien, een levenslange medicijnvoorraad als wandversiering, een levenslange voorraad T-shirts als parachute..." PLANNEN : expo in april. Info: www.drooglab.comTYPISCH CANADA : "In het noorden heerst er bij momenten veel schaarste : aan licht, aan voedsel, aan andere mensen,... Hoe overleven mensen op zo'n extreme plek ? Hoe creëren ze in zo'n schaarse wereld een luxueus leven ?" STUDIE : "Drie ontwerpers gingen op reis en raakten elk gefascineerd door een ander aspect. Cynthia Hathaway bekeek er een walvisvangst en -verdeling. Christien Meindertsma verzamelde planten. En Why Factory ? van Winy Maas baseerde zich op het landschap zelf." NA DE REIS : "Een walvis voedt een hele gemeenschap. Die wordt in groep gevangen en verdeeld. Het staat in schril contrast met hoe wij kleine voedselverpakkingen de hele wereld laten afreizen. Is het mogelijk dat walvisidee hier te vertalen ? Ken je die wedstrijden rond de grootste pompoen of andere groenten ? Dat idee wilde Cynthia Hathaway vertalen. Reuzengroenten en reuzenhazen kweken die zo groot worden dat ze niet meer getransporteerd kunnen worden. Zou een stad zich daarrond kunnen organiseren ? Cynthia inspireerde zich ook op het boek De hongerige stad van architect en food urbanist Carolyn Steel. In Toronto organiseerde ze een diner met reuzeneten en iedereen kreeg een zaadje van de grootste Nederlandse pompoen." "De Why Factory ? van Winy Maas vertaalde de noordelijke landschapskwaliteiten in nieuwe stadsconcepten : een stad op basis van geluiddempende wolken, met spiegels om de eindeloosheid te benadrukken, een transparante stad,..." "Christien Meindertsma ontmoette in Canada een vrouw die wilde planten at. Het inspireerde haar om een herbarium met wilde eetbare planten van Nederland samen te stellen. Ze begon ook een collectie Wild Bone China-servies, dat voor zestig procent gemaakt is van skeletten van overreden dieren die ze vond langs de wegen in de Nederlandse natuurgebied De Veluwe." PLANNEN : Christien Meindertsma exposeert tot 3 juni in Textielmuseum in Tilburg. TYPISCH BELGISCH : "België is een land in het centrum van Europa, een administratieve hoofdstad, maar het heeft geen wezenlijke nationale identiteit. Het zit vol conflicten. Droog ziet dat als een positieve en relevante kwaliteit. Want anno 2012 leven mensen almaar minder in een natie, maar meer in zelfgekozen gemeenschappen van gelijkgezinden. We komen in contact met mensen van alle werelddelen. De nationale identiteit gaat wat verloren." STUDIE : "Onder meer ontwerpers Erik Kessels, Helmut Smits, Jessica Gysel en Thomas Lommée werken aan een imaginaire plek waar mensen zich mee identificeren. Ze zullen bijvoorbeeld alternatieve nationale symbolen bedenken." PLANNEN : De komende maanden komt de studiegroep nog enkele keren samen, in het najaar volgt een expo in samenwerking met kunstencentrum Z33 in Hasselt. DOOR LEEN CREVEAgata Jaworska: "Wie kan ons wat leren over schaarste ? Wie over consumptie ? Wie over improvisatie ?"