?Vertel eens over toen jíj klein was ?" Het was de favoriete vraag van de zomervakantie van het meisje van vijf. Wij, vier grote mensen en zij, kampeerden enkele dagen op een eiland. Ze vroeg het ons keer op keer op keer. Op het strand, in de bus, op de boot, op de terugweg in de auto. Telkens aan een ander van ons. En wij, wij luisterden mee naar elkaars jeugdherinneringen. Naar de kleine trauma's, de geestige anekdotes en de ontroerende ontmoetingen. Een heerlijke vakantiebezigheid, dat herbeleven van eigen en andere kinderjaren.
...

?Vertel eens over toen jíj klein was ?" Het was de favoriete vraag van de zomervakantie van het meisje van vijf. Wij, vier grote mensen en zij, kampeerden enkele dagen op een eiland. Ze vroeg het ons keer op keer op keer. Op het strand, in de bus, op de boot, op de terugweg in de auto. Telkens aan een ander van ons. En wij, wij luisterden mee naar elkaars jeugdherinneringen. Naar de kleine trauma's, de geestige anekdotes en de ontroerende ontmoetingen. Een heerlijke vakantiebezigheid, dat herbeleven van eigen en andere kinderjaren. We zijn nu eenmaal gemakkelijk nostalgisch : cupcakes, retrofietsen, moestuinieren, breien en haken. Flauw, vindt onderzoekster Christy Wampole van Princeton in een opiniestuk in The New York Times. Het is gewoon een afleidingsmanoeuvre voor het échte leven van de blanke middenklassetwintigers en -dertigers. Als archetypevoorbeeld haalt ze de hipsters aan : jongeren met nerdbrillen, fixed gear-fietsen, instagramfilters op hun smartphones. Kort door de bocht samengevat : hipsters hangen aaneen van historische en culturele referenties, maar zijn vergeten zichzelf te zijn. Waardoor ze lekker veilig zitten. De ironische levensstijl, zegt Wampole, is een scherm tegen kritiek. Het is pure zelfverdediging : ?Het laat je toe om weg te duiken van de verantwoordelijkheid voor je keuzes, zowel esthetische als andere. Ironisch leven is je verstoppen in het openbaar, een uitvlucht." En dus pleit ze voor wat meer directheid : ?Zeggen wat je bedoelt, menen wat je zegt en serieus en rechtuit zijn als expressiemogelijkheden zien, ook al zijn daar inherent risico's aan verbonden." Ook muzikant Jack White schetst een weinig positief mensbeeld in zijn song Freedom at 21 : ?Two black gadgets in her hands / All she thinks about / No responsibility no guilt or morals / Cloud her judgement / Smile on her face / She does what she damn well please / (Right) / And she don't care about the things people used to do / She don't care if what she does has an effect on you / Cause she's got freedom in the 21st century." Dat het jongerenwoord van 2012 Yolo was, de afkorting van het Engelstalige You Only Live Once, doet het beeld van de 'onverantwoordelijke jeugd van tegenwoordig' allicht ook niet echt goed. En toch zag ik onlangs een zaal vol hipsters met flink wat inhoud. Als jurylid van de Urban Crafts Awards zag ik een rist doeners passeren : een steenkapper, een graffitikunstenaar, een T-shirtmaker, instrumentenbouwers, lederbewerkers, lichtschilders en lampenmakers. Gedreven, actief en soms opvallend nuchter en doelgericht. En rechtuit. Nog het opvallendst : hun sociale instelling en openheid tegenover andere creatievelingen. Bijna allemaal delen ze vlotjes hun ideeën, materialen, ateliers met anderen. Kruisbestuiving en cocreatie als crisismaatregel. Deze jongeren wachten niet tot iemand hun dromen waarmaakt. Ze nemen zelf het heft in handen. En dat in angstaanjagende tijden. Dus, negeer maar nerdbrillen, stoere petten, bloemenbloesjes en gebreide omatruien. Gewoon op jongeren afstappen en hen vragen : ?Vertel eens over wanneer jíj oud zult zijn." leen.creve@knack.beLeen Creve, redacteur wonenDeze jongeren wachten niet tot iemand hun dromen waarmaakt. Ze nemen zelf het heft in handen. En dat in angstaanjagende tijden