Hij woont in een vriendelijk appartementsgebouw dicht bij het haventje van Mamaroneck, een kalm plaatsje ten noordoosten van New York. Als we aanbellen, gebeurt er eerst niks. Na een tweede poging weerklinkt een stevige bariton door de intercom. Binnen excuseert Lee Stringer (49) zich voor de rommel: "Ik ben met een paar projecten bezig." Vandaar ook de vele stapeltjes op bank, vloer, tafel en bureau. Aan de wand hangt een affiche van een tentoonstelling in Grand Central Station, de plek waar hij als dakloze drugsverslaafde in New York bijna tien jaar de nacht doorbracht, in de kruipruimten onder de sporen. Een kleurrijke computer op het bureau illustreert dat voor Stringer andere tijden zijn aangebroken.
...

Hij woont in een vriendelijk appartementsgebouw dicht bij het haventje van Mamaroneck, een kalm plaatsje ten noordoosten van New York. Als we aanbellen, gebeurt er eerst niks. Na een tweede poging weerklinkt een stevige bariton door de intercom. Binnen excuseert Lee Stringer (49) zich voor de rommel: "Ik ben met een paar projecten bezig." Vandaar ook de vele stapeltjes op bank, vloer, tafel en bureau. Aan de wand hangt een affiche van een tentoonstelling in Grand Central Station, de plek waar hij als dakloze drugsverslaafde in New York bijna tien jaar de nacht doorbracht, in de kruipruimten onder de sporen. Een kleurrijke computer op het bureau illustreert dat voor Stringer andere tijden zijn aangebroken. Vijftien jaar geleden had Stringer nog een baan als grafisch vormgever toen op korte tijd zijn vader, broer en zakelijke partner overleden. Stringer werd depressief, raakte eerst aan de drank en toen aan de drugs, betaalde geen huur en werd op straat gezet. Hij vond slaapruimte onder de rails van Grand Central, waar hij een hoekje inrichtte met boeken die hij hier en daar vond, variërend van Tennessee Williams tot Larry McMurtry. Het potloodje dat hij gebruikte om zijn crackpijp te stoppen, zo bedacht Stringer op een nacht, kon ook dienen om te schrijven. Het resultaat verscheen in de daklozenkrant Street News, en Stringer werd columnist. Zijn werk trok de aandacht van een uitgever die in de metro vastzat en niks beters te doen had dan de krant te lezen die hij even tevoren voor een dollar had gekocht van een dakloze. Lee Stringer: "De uitgever wilde dat ik een boek schreef. Dat was even schrikken. Ik kreeg een voorschot van duizend dollar en wist precies wat ik met dat geld zou doen: partytime! Opgerookt, met een vriend. Op maandagochtend werden we wakker. Ik had nog tien dollar en gaf die aan mijn vriend om wat eten en koffie te halen. Natuurlijk kwam hij niet meer terug. Ik zat in het kantoor van Street News en besefte dat ik aan dat boek moest beginnen. De uitgever had een verzameling stukjes voor ogen zoals in die krant hadden gestaan. Maar ik vermoedde dat er weinig belangstelling zou zijn voor 'De schrijfsels van Lee Stringer'. Een boek over daklozen leek me ook niks. Het was de hoofdredacteur van Street News die me zei: 'Je moet je verhalen vertellen, want daar ben je goed in.' Tijdens het schrijven merkte ik dat mijn verhalen over mensen gingen, en over datgene waar iedereen mee bezig is, het eigenbelang. In dat opzicht bestaan er geen verschillen tussen ieder van ons. De man die ooit een pistool op me richtte omdat hij iets wilde hebben, deed dat uit eigenbelang. Op dat moment wist hij zeker dat het pistool de beste methode was om zijn doel te bereiken. Het boek vertelt ook dat dakloosheid niet het probleem is. Het is een omstandigheid die het gevolg is van problemen. Daklozen zijn mensen die volop in het leven staan. Jij moet niet bepalen wat voor hen het beste is. Want je weet niet waar ze vandaan komen of welke betekenis een bepaalde situatie voor hen heeft. Je weet al helemaal niet waar ze heengaan, en of dat leidt tot glorieuze resultaten. Wie weet leidt jouw comfortabele, economisch zekere leven ooit tot rampen."Het boek kreeg een voorwoord van Kurt Vonnegut, die Stringer een geboren verhalenverteller noemde. Vervolgens volstonden de lovende recensies om van de nieuwe auteur een mediafenomeen te maken. Hij moest op tournee, werd eindeloos geïnterviewd door lokale radio en tv, en zat op een dag in een grote New Yorkse boekhandel met de grote Vonnegut achter één tafel om voor een geletterd publiek te spreken over schrijven. Verwaand is hij er niet door geworden, zegt Stringer, mede dankzij een halftijdse baan op een basisschool waar hij kinderen helpt met lezen. "Als mijn ego te groot dreigt te worden, dan brengt dit werk het weer tot normale proporties terug. Het zal die kinderen een zorg zijn wie ik ben." Stringer stelt voor om ons gesprek voort te zetten in een café-restaurant. Onderweg komen we enkele plaatsgenoten tegen die hem herkennen. Zijn werk ligt bij de boekhandel in Main Street prominent in de etalage, en na enkele spreekbeurten is hij de beroemde burger van Mamaroneck.Al lang voordat u aan de drank en de drugs was, betaalde u geen huur omdat u dat geld liever besteedde "aan recreatieve doeleinden". U was kennelijk toen al geen doorsneeburger.Lee Stringer: Alleen het geld dat ik overhad, was voor de verhuurder, zo vond ik. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat alles uiteindelijk wel goed komt. Je staat op, je leeft de dag, en beng, ineens doet zich iets bijzonders voor. Als je de huur niet betaalt, word je op een dag op straat gezet. Dat weet je. Zo wist ik ook dat ik wel iets anders zou vinden. De eerste dagen ervoer u dakloosheid als een bevrijding. Was u niet bang?Waarvoor?Voor de onzekerheid. Waar eten te krijgen, waar te slapen, zulke dingen.Niet echt. Wie in zo'n situatie belandt, zal wel doen wat nodig is om te overleven. Ik had al veel ups en downs achter de rug, met steeds andere banen in andere steden. Het zat me niet altijd mee. Maar met een gezond laisser faire kwam ik al een heel eind ver.Had u vrienden of familie die u misten?Mijn vriendenkring was al aanzienlijk uitgedund vóór mijn dakloosheid, toen ik verslaafd raakte aan drugs. Drugs zijn geen deeltijdse bezigheid, ze overheersen alles. Oude vriendschappen heb ik daarvoor misbruikt. En de nieuwe waren een deel van drugswereld. Mijn moeder wist niet wat ik precies deed in de stad. Ik had de gewoonte om contact met haar te zoeken als het goed ging. Ging het slecht, dan hoorde ze niks van me. Een jaar of wat nadat ik mijn baan en woning kwijt was, heb ik een tijdje bij haar gewoond. In de stad had iemand me met een mes bedreigd en er was mij verteld dat ik rijk kon worden door een schadevergoeding te eisen. Ik deed aangifte, maar kreeg bezoek van de grote broer van mijn belager, die kwam voorrijden in een dure drugmobiel. Als zijn broer werd opgepakt, zei hij, was ik dood. Het leek me toen verstandig om de stad even te verlaten. Maar bij mijn moeder vlotte het niet. Ik voelde me schuldig over alles. Ze is nogal precies. Het zout moet op die ene plank staan met het etiket naar voren. Daar kon ik niet tegen. Ik beeldde me in dat ik niet welkom was en vertrok. Waarschijnlijk wist mijn moeder toen wel dat ik op straat woonde.U hebt vaak in Central Park geslapen. Dat schijnt 's nachts een gevaarlijke plek te zijn.Alleen als je iets bij hebt dat iemand anders aantrekkelijk vindt. Ik had niks, dus het was er heel veilig.U had contactlenzen. Waar liet u die als u ging slapen?Die liet ik gewoon zitten. Dat in- en uitdoen en schoonmaken is volgens mij een mythe om al die vloeistofjes te verkopen. Ik had nergens last van. Blijkbaar zijn mijn ogen niet zo gevoelig. Maar na negen jaar deugden de lenzen niet meer. Ik deed het een tijdje zonder, en toen vond de uitgever van Street News dat ik een bril nodig had. Bij een opticien kon ik in ruil voor een advertentie een gratis bril krijgen.Waar waste u zich?Ik beschikte over een paar adressen waar ik weleens langs kon komen. We konden ook in de toiletruimtes van Grand Central terecht. Ten slotte mocht ik ook de toiletten gebruiken van het stationspersoneel dat de treinen schoonmaakte. Als er een trein binnenkwam, deed ik een deel van hun werk. Die lui vonden me dus wel aardig en gaven me de sleutel van hun toiletten. Om op straat te overleven, moet je relaties onderhouden met mensen aan de "andere kant". Het zou goed zijn voor iemand die te veel in zichzelf gekeerd is om een tijdje dakloos te zijn.Wat at u zoal?Wat beschikbaar was. Veel bagels. In Grand Central heb je zeker twaalf zaken waar ze elke ochtend enorme hoeveelheden bagels, croissants en donuts maken in de hoop ze verkocht te krijgen. Wat 's avond overblijft, wordt weggegooid. Ik kocht ook eten. Als ik vijftig dollar had verdiend met het statiegeld van gevonden blikjes of met de verkoop van Street News, hield ik twee dollar over voor voedsel. Dan kocht ik brood voor zeventig cent en wat beleg en maakte daar een fantastische sandwich van. De rest van het geld verdeed ik aan drugs. Een verslaafde heeft zo zijn prioriteiten. Kennelijk kun je het zonder een verantwoord dieet lang uithouden.Het lichaam is een wonderbaarlijk apparaat. Ik was zelden ziek. Pas nu ik van de straat ben, krijg ik allerlei kwaaltjes. Alsof ik daar destijds tegen beschermd was.In het boek doet u niet aan seks. Was dat afwezig?Ha nee, helemaal niet! Maar dat heb ik niet opgeschreven. Mijn boek ligt overal en niet iedereen hoeft op de hoogte te zijn van mijn geslachtelijke activiteiten. Ook mijn moeder moet het boek kunnen lezen. Veilig vrijen? Dat was niet echt aan de orde. Wij zochten vooral zoveel mogelijk fun. Bovendien is veiligheid niet het eerste waaraan iemand denkt die giftige chemicaliën inhaleert. Misschien dacht ik achteraf, hopelijk heb ik er niks aan overgehouden. Maar zo'n overweging duurde nooit lang.Hoe was de eerste Kerst op straat?Fantastisch. Dat was de eerste keer dat ik in een paar uur tijd honderdvijftig dollar aan statiegeld verzamelde. Elk jaar vind je in die periode enorme hoeveelheden drank en eten in de lege treinen, achtergelaten door feestvierende reizigers. Normaal deed ik niet aan voedselopslag bij mijn slaapplek, om geen ratten te lokken. Maar in december kon ik de verleiding niet weerstaan. Het was zonde om al dat lekkers weg te gooien. Mensen lieten zelfs koelboxen met ijs in de trein achter, en die dienden dagenlang als koelkast. Oudjaar was ook altijd goed. Iedereen is goedgezind en consumeert er op los. Het is makkelijker om de krant te verkopen en je vindt meer blikjes. Meestal vond ik ook geld. Zelfs briefjes van twintig dollar. De buitenwereld denkt ten onrechte dat daklozen zielig zijn tijdens de eindejaarsfeesten. Ons leven kent hoogte- en dieptepunten, zoals elk leven.Vond u het gênant om door voorbijgangers gezien te worden als u in de vuilnisbakken op zoek was naar blikjes?Soms. Maar mensen zijn in staat tot oneindige aanpassingen. En we kunnen rationaliseren. Zo bedacht ik dat een vuilnisman ook met afval in de weer is. Alleen werkte ik niet binnen een officiële structuur, noch kreeg ik er een maandloon voor. De afkeuring gold dus niet de daad op zich, maar de context. Bovendien bewees ik de samenleving een dienst. De staat New York wil minder blik tussen het afval, maar de consument gaat niet voor vijf cent statiegeld naar de supermarkt. Wat zij weggooien, verzamelen wij.Een tijd lang had u een dakloze vriend, maar die vond ergens een baantje. Miste u hem?Drugs waren al die jaren verreweg het belangrijkste. Voor een verslaafde is al het andere marginaal. Ik miste hem een beetje maar ook niet meer dan dat.U beschrijft iemand in een "nep-Armani-pak". Hebt u oog voor mode?Dat was in de jaren tachtig, toen iedereen werd verleid door die glimmende mannenbladen. Je hoefde niet modebewust te zijn - alles waarmee veel geld werd verdiend, nestelde zich in het Amerikaanse bewustzijn. Armani, met zijn pakken van tweeduizend dollar en zijn miljoenen-levensstijl, was een icoon. Hij had van die power-pakken die je makkelijk herkende. Hebt u gebedeld?Bedelen ging me te ver. Ik had mijn waardigheid en wilde iets doen voor mijn geld. Ik zou ook niet weten waarom iemand die me niet kent, geld zou geven alleen omdat ik het vraag.Mensen met geld hebben een paar standaardexcuses om niks te geven. Eén daarvan: die lui kopen er toch maar drank en drugs mee.Dat is, denk ik, het populairste excuus. Maar waarom doet men hier zo moeilijk over? De mensen stellen zich op als God, wiens daden het leven van de dakloze verregaand zouden beïnvloeden. Het zal ze verrassen, maar zó belangrijk zijn ze niet. Bovendien heeft niemand morele autoriteit omdat er toevallig een dollar in zijn broekzak zit. Voor mij is het simpel. Als ik in de juiste stemming ben en de persoon staat me aan, dan geef ik wat. Anders niet.Een ander excuus: geef iemand een vis en je voedt hem voor een dag, leer hem vissen en hij heeft eten voor de rest van zijn leven.Dat ken ik. En is er vervolgens ook iemand die stopt om de dakloze te leren vissen? Nee. Het is een smoes om niks te hoeven doen.En: de gemeente geeft ze al onderdak en eten dus dat geld hebben ze niet nodig.Die opvanghuizen zijn gevaarlijk en onprettig. De wet schrijft voor dat elke inwoner van de stad recht heeft op een bed, maar de gemeente investeert zo weinig mogelijk in de opvang van daklozen. Bovendien word je in die huizen onheus behandeld. Het is de bedoeling dat je bij de ingang het laatste inlevert wat je nog rest, je waardigheid.Mist u de opwinding van de stad?Nee. Ik ben niet meer verslaafd en ik hoef niet meer rond te rennen. Voor een ex-verslaafde is het spiritueel ontwaken van groot belang. Niet dat je een God-freak moet worden, maar al die donkere troep in je ziel moet het zonlicht zien. Dat is gebeurd. Ik voel me nu op mijn gemak tijdens stille momenten waarop ik alleen ben. Ik ben nu meer dan ooit mijn eigen gezelschap.Lee Stringer, Aan de grond - van zwerver tot schrijver, Het Spectrum, 595 fr. (verschijnt eind oktober).Jim Schilder