7 u. 25, bushalte 5, Tolhuislaan Gent.

"Zij die op het gemak leeft." Ayse zegt het bijna verontschuldigend, met een schouderophalen. En klopt het ? "Misschien wel. Ik maak me niet snel druk. Ik ben geen zenuwachtig type." Meryem, de hartsvriendin van Ayse, knikt. " Mijn naam ? Meryem betekent gewoon Maria. Saai, hé ?" Gegiechel. Maar wel onderdrukt. Het is halfacht, woensdagmorgen. We zitten op de bus die het Lucernacollege inlegt tussen Gent en de school in Melle. Opvallend stil is het. Niet het kolkende gejoel dat ik me van schoolbussen herinner. Rustig. En gedisciplineerd.
...

"Zij die op het gemak leeft." Ayse zegt het bijna verontschuldigend, met een schouderophalen. En klopt het ? "Misschien wel. Ik maak me niet snel druk. Ik ben geen zenuwachtig type." Meryem, de hartsvriendin van Ayse, knikt. " Mijn naam ? Meryem betekent gewoon Maria. Saai, hé ?" Gegiechel. Maar wel onderdrukt. Het is halfacht, woensdagmorgen. We zitten op de bus die het Lucernacollege inlegt tussen Gent en de school in Melle. Opvallend stil is het. Niet het kolkende gejoel dat ik me van schoolbussen herinner. Rustig. En gedisciplineerd. De school ligt landelijk, in een groene vlek in het dorpje Melle. Over enkele minuten beginnen de lessen, de speelplaats kleurt blauw-rood. Want jawel, Lucernaleerlingen dragen een uniform. Voor de meisjes : een rode trui met blauwe streepjes aan de randen, wit hemd, blauw-rood gestreepte das, blauwe rok tot over de knieën, en panty's. De jongens : blauwe trui met rode streepjes, wit hemd, das en blauwe broek. Creatief met schoenen dan maar : van ballerina's, over laarsjes tot sneakers. Creatief ook hier en daar met de hoofddoek : van strak rood-wit tot romantisch kleurrijke bloemenmotiefjes. Al zijn ze in de minderheid, de hoofddoeken. Twee tel ik er, bij de zeven meisjes in Ayses klas. Met tweehonderdduizend zijn ze in ons land, de dragers van de dubbele nationaliteit Belgisch-Turks. "Veertig jaar geleden studeerde 1,5 procent daarvan voort. Vandaag ? Twee procent. Als we in veertig jaar tijd amper een halve procent vooruitgaan, dan gaan we achteruit." Ik ben intussen even bij de directeur geroepen, Metin Özbel. Hij is bovendien algemeen directeur van de andere drie Lucernavestigingen in Brussel, Antwerpen en Genk. Özbel is industrieel ingenieur van opleiding, maar heeft altijd les gegeven. Negenentwintig is hij. Pas. Dat blijkt een bewuste politiek van Lucerna. De gemiddelde leeftijd van de leerkrachten is achtentwintig. "Ze moeten al wat ervaring hebben, maar nog flexibel genoeg om onze totaalaanpak gewoon te kunnen worden. Ouders bezoeken, elke middag bijles geven : onze leerkrachten doen zoveel meer dan die 22 uur waarvoor ze betaald worden. Het is de kracht van Lucerna, ik ben ze er ontzettend dankbaar voor." Achter hem hangen, prominent in beeld, koning Albert en koningin Paola. Özbel ziet me kijken en knikt. "Het Lucernacollege is opgericht uit dankbaarheid tegenover België. Omdat het hoogtijd werd dat wij, als Turkse gemeenschap, onze verantwoordelijkheid opnamen voor onze jongeren. En iets terugdeden voor de Belgische maatschappij." Dus richtten enkele Turkse academici en intellectuelen met de financiële hulp van Turkse zakenlui in 2002 het eerste Lucernacollege op in Brussel. Eén doel : hun leerlingen hogere studies doen aanvatten. Eén jaar later al is het Lucernacollege erkend en (dus) gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap. En in vijf jaar tijd explodeert het leerlingenaantal, van 19 naar 675. Het leerplan volgt dat van het Gemeenschapsonderwijs. Met enkele eigen accenten, het zwaarste op de kennis van het Nederlands. De klas van Ayse, vierde Wetenschappen, krijgt bijvoorbeeld zeven uur Nederlands. "We offeren er onder meer één uur Duits voor op. We moeten daar nu eenmaal niet flauw over doen. Taal blijft dé struikelblok in de doorstroming en slaagkansen van allochtone leerlingen. Daar stoppen we dus zeer veel energie in." Zo begint de eerste les vanmorgen, fysica, met een leeskwartier : de leerlingen steken de neus vijftien minuten in een zelfgekozen boek. Want Nederlands lezen "moet een tweede natuur worden". Ayse vermaalt enkele bladzijden van Anneke Scholtens Tussenstop. Vervolgens gaat leraar Recep Zorlu, 23, over tot de orde van de dag : de molaire gaswet. Dan gebeurt het : leerlingen die overkoken van enthousiasme en concentratie. Alle twaalf de leerlingen zetten zich schrap om formule voor formule te volgen. Ayse niet het minst, al is ze haar rekenmachine vergeten - ze gluurt even naar mij, schuldbewust, maar met een zestienjarigengiechel. Hier geen selecte kopgroep die nauwgezet oplet en een groot peloton dat de slaap uit de ogen wrijft, zoals ik me de gang van zaken herinner. Elke leerling is gretig. Onverminderd in het daaropvolgende uur wiskunde. "Lossen we de oefeningen samen op of proberen jullie zelf ?" "Zelf !" Erna wordt er gepopeld om de oplossingen op het bord te schrijven. "Strebers", zou de populaire kliek nu moeten snuiven. Hier lijkt de populairste net het hardst de oplossingen te roepen. Leraar Gültekin Kartal, 27, beseft het. "Ik heb nog in andere scholen lesgegeven en het verschil is immens. Hoe het komt ? Onder meer omdat de leerkrachten echt veel energie in hun leerlingen stoppen. Zo voelen ze zich ondersteund en beseffen ze dat het de moeite loont om ervoor te gaan. We staan elke middag beschikbaar voor bijlessen en extra uitleg. We hebben ook een goed contact met de ouders, zodat zij op hún beurt ondersteunen. Een totaalaanpak die rendeert." Speeltijd, de lerarenkamer loopt vol. Een gemengd gezelschap is het. De grote helft autochtonen, de kleine helft van Turkse origine. "Alle taalvakken willen we sowieso door autochtonen laten geven, maar we vinden het ook belangrijk om onder de lesgevers nogal wat Turkse mensen te hebben", zegt Özbel me tijdens het uurtje studie - de biologielerares is ziek. "Vooral voor hun voorbeeldfunctie. 'Als hij kan slagen aan de universiteit, dan ik ook.' Ze zien dat ambitie een mensenrecht is. En dat later vandaag begint. Bovendien helpt het dat ze Turks spreken voor een goed contact met de ouders. Want ook daarin onderscheiden we ons. Eén keer per trimester trekt onze leerlingenbegeleider naar de ouders. Negentig procent van de ouders komt opdagen op het oudercontact, dat is ontzettend veel. En acht keer per jaar organiseren we een seminarie voor de ouders over opvoedingsthema's. We zijn nu ook in gesprek met het Huis van Nederlands in Gent om lessen Nederlands te organiseren voor de ouders. En we motiveren ze om thuis naar Vlaamse zenders te kijken, en een abonnement te nemen op Vlaamse media. Ons engagement gaat daarin zeer ver. Omdat het succes van een leerling nu eenmaal op drie wielen rijdt : de leerling zelf, de school én de ouders. Sputtert het bij een van de drie, dan is dat meteen af te lezen aan de resultaten." Welke leerlingen Lucerna aantrekt ? "Zeer uiteenlopende. We hebben hier de kinderen van een fabriekseigenaar, maar net zo kinderen van ouders die van een vervangingsinkomen leven." Nationaliteit ? Özbel zucht even. "Tja, dat is onze grootste zorg. Momenteel hebben we alleen maar allochtone leerlingen. Behalve Turkse, zijn er ook Marokkaanse en enkele Oost-Europese origines bij. Maar we hopen vurig dat binnenkort de eerste autochtone leerlingen bij ons aankloppen. We organiseren allerlei activiteiten om onze school bekend te maken, van een wiskundequiz tot een wetenschapsbeurs, en we gaan een thuisbezoek brengen aan alle kinderen uit groot Gent die volgend jaar naar het middelbaar gaan. We doen ons best, maar het is moeilijk. Mensen denken dat we een islamschool zijn, een koranschool zelfs. Terwijl we hier de godsdienstlessen aanbieden volgens de geloofsovertuiging van de leerling. In Brussel hebben we vorig jaar voor één katholieke leerling een katholieke godsdienstleraar ingeschakeld. Inhoudelijk zijn we een school als een andere. Vorig jaar hebben we trouwens doorlichting gekregen en een zeer positieve evaluatie gehaald." Maar zijn autochtone leerlingen wel gebaat bij zeven uur Nederlands ? "Nee, uiteraard zouden zij geen extra Nederlands krijgen. Dan zouden we met subgroepen werken en de lessenpakketten opsplitsen." De bel gaat. Ayse komt me halen voor de les Nederlands. Lerares Marieke Van de Vijver, 24, geeft de leerlingen eerst een ambitieuze leesopdracht. Tegen eind mei moeten de leerlingen in groepjes een boek bespreken, enkele scènes herschrijven in een ander genre, en verwerken tot een toneelstuk, dat ze voor de klas moeten brengen. Ayse en Meryem kijken elkaar aan, de samenwerking ligt vast. De rest van de les behandelt de samengestelde zin. Ook nu wordt hard meegewerkt. En in de oefeningen waarvoor ze zelf zinnen mogen maken, zie ik Ayse eigennamen als Jonas en Jantje gebruiken. "Hun niveau ? Zeer goed", zegt Van de Vijver na de les. "Hier en daar ontgaat hun al eens een dubbele betekenis. Maar ik zie eigenlijk weinig verschil met mijn leerlingen uit andere scholen. Dit is natuurlijk wel al het vierde jaar. In het eerste jaar merk je wél een taalachterstand." Wijst dat dan op een tekortkoming van het reguliere basisonderwijsnet ? "Nee, ik wil niemand beschuldigen", benadrukt Özbel. "Als er in een klas van dertig leerlingen twee taalproblemen hebben, dan kun je uiteraard moeilijk de lessen aanpassen voor die twee leerlingen. Of extra lessen aanbieden. Ik heb daar alle begrip voor." We verzamelen aan de schoolpoort, en wachten op de bus. "Waarom maak je uitgerekend over het Lucernacollege een reportage ?" Een klas- en naamgenote van Ayse die me al de hele voormiddag kritisch monstert, vraagt het me ietwat argwanend. Omdat ik het een interessant initiatief vind, zeg ik. En omdat het net vijf jaar bestaat. Ze lijkt tevreden met het antwoord. Maar toch. "En wat vind je ervan ?" "Het was een fijne voormiddag. Jullie lijken me bijzonder gemotiveerde leerlingen." Ze knikt, maar laat niet af. "En wat vind je de negatieve punten ? Er moet toch iets zijn dat je minder goed vindt ?" Ik glimlach en wil haar vragen of ze er niets voor voelt om later in de journalistiek te gaan, maar de bus komt aanrijden en ze verdwijnt in de groep. Op de terugweg naar Gent vertelt Ayse me dat ook zij hoopt dat er vlug autochtonen inschrijven. "Alleen al om ons nog beter Nederlands te doen spreken. Nu spreken we stiekem al eens Turks op de speelplaats, al zijn de straffen niet mals." Ik zeg haar dat ik de avond ervoor wat Turks heb zitten studeren. "Waarom ?" Ze kijkt ongelovig. "Omdat ik eens wou weten hoe het voelt voor Turkstaligen om Nederlands te leren." "En ?" "Ontzettend moeilijk", zeg ik. En dat meen ik. Er lijkt werkelijk geen enkel aanknopingspunt te bestaan tussen beide talen. Niet in woordenschat, nog minder in grammatica. " Tesekkür ederim", dat herinner ik me nog. "Dankuwel." Uitgelaten - maar niet té, we zitten op de bus - beginnen Ayse en Meryem mijn uitspraak te corrigeren. Welke taal Ayse zelf het best kan ? "Nederlands. Zeker in het schrijven. Met mijn moeder spreek ik dan wel Turks, maar dat is dan ook nog maar een specifiek dialect." Ayses vader blijkt hier geboren, haar moeder is pas in België komen wonen toen ze trouwden. Een klassiek verhaal. En dus misschien ook een belangrijke oorzaak voor het taalprobleem ? Omdat bruiden nog vaak uit Turkije komen en als moeder geen Nederlands met hun kinderen kunnen spreken ? "Nogal wat Belgische Turken worden verliefd op een meisje in Turkije, klopt", had Özbel me vanmorgen daarop geantwoord. "Maar neen, dat zijn daarom heus geen gedwongen huwelijken. Het gebeurt nu eenmaal nog vaak dat Belgisch-Turkse jongens tijdens de zomer in Turkije verliefd worden. Die vrouwen komen dan op latere leeftijd naar hier. Het is onder meer voor die moeders dat we Nederlandse lessen willen organiseren." Meryem blijft deze namiddag bij Ayse. "Om samen wat te studeren." Bij Ayse thuis wacht Gültekin Kartal ons op, de wiskundeleraar. En Ayses broer, zo blijkt. Hij heeft thee gezet en de tafel gedekt. Olijven, pepers, kaas, brood met geitenkaas en spinazie. De moeder van Ayse en Gültekin is niet thuis, want ze volgt Nederlandse les. En dat werd hoogtijd, vinden broer en zus. Zelf was Gültekin een van de twee allochtonen op de duizend studenten industrieel ingenieur. Het gebrek aan steun van thuis lijkt hem de belangrijkste oorzaak voor dat hilarisch lage aantal. "Veel ouders zien hun kinderen liever meteen geld verdienen. Ze geloven niet in de investering van een studie. Maar goed, dat proberen we met Lucerna allemaal om te buigen. Volgend jaar studeert de eerste generatie af. Dan zullen we zien of onze aanpak rendeert." Een dynamischer rolmodel dan Gültekin kunnen Ayse en Meryem in elk geval niet krijgen. Al lijken ze intussen zelfverzekerd genoeg. "Ik wil later chirurg worden", zegt Meryem. En ze meent het. "Dat zou ze zeker aankunnen, ze is intelligent genoeg", knikt Gültekin. "Alleen zou ze iets harder moeten werken." Een terechte opmerking, aan Meryems schuldbewuste glimlach te lezen. Hoe ook, vandaag komt daar nog geen verandering in. Ayse en Meryem trekken eerst sweet sixteen-gewijs 't stad in. De lente hangt vers in het land, de Graslei lokt. De oefeningen op de molaire gaswet zijn voor daarna. Enthousiast besluit ik op de terugweg mijn net geleerde woordenschat te gebruiken en mijn brood bij de Turkse bakker maar meteen in het Turks te vragen. De man schrikt, lacht even vertederd en ik murmel er nog trots Tese kkür ederim achteraan. Dat ik de man zonet "één bakker" heb gevraagd, zou ik pas later ontdekken.www.lucernacollege.be Op 25 en 26 april organiseert Lucerna in Brussel een wetenschapsbeurs. Op 10 mei is er een wiskundequiz voor alle leerlingen van het zesde leerjaar uit groot Gent. Info en inschrijvingen op de site. Door Guinevere Claeys I Foto's Michel Vaerewijck