"Wil je langs Salto Angel vliegen, de hoogste waterval ter wereld ?" vraagt de piloot als hij zijn Cessna goed en wel in de lucht heeft. We zitten in een zeszitter, onderweg van Santa Elena, de enige grenspost met Brazilië in het oosten van Venezuela, naar Ciudad Bolivar op de oever van de Orinoco. Onder ons openbaart zich het meest unieke landschap van Venezuela, het Nationaal Park Canaima met zijn legendarische tepuis, ontoegankelijke tafelbergen met loodrechte wanden. Van een van die zonderlinge bergen valt het water bijna een kilometer naar beneden. Geen waterval ter wereld is hoger. "Een goede zichtbaarheid, geen mist en veel debiet", brult de piloot terwijl de propeller genoeglijk ronkt. "Amper honderd bolívar (ca. 25 euro) voor 20 minuten extra vliegen." Een aanbod dat geen reiziger weerstaat, zo weet de bush pilot, getraind op jungle- airstrips van aangestampte aarde.
...