Het nieuwe jaar was amper ingezet of Febiac toeterde triomfantelijk in een mededeling dat 2015 een vruchtbaar jaar was qua inschrijvingen van nieuwe voertuigen in ons land. Ondanks de sjoemelsoftware-affaire zorgen een aansterkend consumentenvertrouwen, de interessante krediettarieven en de lage olieprijs ervoor dat de Belgische automarkt op nog betere resultaten hoopt voor 2016. Eén dag later, hoe verrassend, kon je uit de media vernemen dat vorig jaar de files in ons land structureel zijn toegenomen. Meer dan 1200 uur lang stonden auto's over een afstand van meer dan honderd kilometer aan te schuiven.
...

Het nieuwe jaar was amper ingezet of Febiac toeterde triomfantelijk in een mededeling dat 2015 een vruchtbaar jaar was qua inschrijvingen van nieuwe voertuigen in ons land. Ondanks de sjoemelsoftware-affaire zorgen een aansterkend consumentenvertrouwen, de interessante krediettarieven en de lage olieprijs ervoor dat de Belgische automarkt op nog betere resultaten hoopt voor 2016. Eén dag later, hoe verrassend, kon je uit de media vernemen dat vorig jaar de files in ons land structureel zijn toegenomen. Meer dan 1200 uur lang stonden auto's over een afstand van meer dan honderd kilometer aan te schuiven. Met die dramatisch dichtslibbende wegen is het eigenlijk gek dat zo weinig stemmen opgaan om het zonder auto te proberen. Journalist Luc Vanheerentals is zo'n eenzaam roepende in de woestijn. Anderhalf jaar geleden schreef hij het boek Leven zonder auto en zopas publiceerde hij er een addendum met geactualiseerde informatie bij. Vanheerentals wijst er met cijfermateriaal fijntjes op dat het autoverkeer vele doden op zijn geweten heeft, rechtstreeks (door ongevallen) en onrechtstreeks (door fijnstof en stikstofoxide, waarvan respectievelijk zo'n 30 en 60 procent wordt uitgestoten door de gemotoriseerde voertuigen). Voor zijn boek interviewde Vanheeren-tals honderd overtuigde autolozen. Wat opvalt, is dat het vooral alleenstaanden zijn die getuigen over hun autoloze bestaan. Wat spijtig is, want zo kan de indruk ontstaan dat de alternatieven voor koning auto niet voor gezinnen zijn weggelegd. Ik hoef niet te ver te zoeken voor een bewijs van het tegendeel : mijn eigen, vier kinderen tellend gezin. Toen ongeveer tien jaar geleden onze laatste eigen (zij het met een andere familie gedeelde) wagen de geest gaf, besloten we deze niet meer te vervangen. Een gratis gezinsabonnement van De Lijn werd ons deel, maar ook toen we weer voor tram en bus moesten betalen, overstegen in onze ogen de lasten van de auto ruim de mogelijke lusten. Ja, er zijn afkickverschijnselen, maar daar wen je snel aan. En ja, je moet op zoek naar oplossingen, al blijken die soms verbazend simpel. Bijvoorbeeld : zoek voor je kinderen een sportclub in de buurt. Voor die weinige keren dat de nood hoog is - een verre uitstap, de aankoop van een meubel - is er altijd nog het autodelen. De populariteit van systemen als Cambio en Autodelen.net gaat, zo merken we, in stijgende lijn bij families met schoolgaande kinderen. België telt nu naar schatting om en bij de 25 000 autodelers, tegenover 90 000 in Nederland en meer dan een miljoen in Duitsland - er is dus nog serieus wat groeimarge. Het zonder auto doen is een way of life. Het is kiezen voor een leven op een ander, trager ritme. Als je het grotendeels met fiets en openbaar vervoer moet stellen, ga je vanzelf niet als zot van hier naar daar hossen. Bij jonge mensen tekent zich een duidelijke trend af : zij zijn niet zo gebeten door het bezit van een wagen en vestigen zich vaak met voorbedachten rade in een stedelijke omgeving (en dan zwijgen we nog over de rage van de bakfietsen). Recent onderzoek door socioloog Mark Elchardus leert dat liefst 76 procent van de 25- tot 35-jarigen wil dat het gebruik van de auto sterk ontmoedigd wordt. Vroeger, ik spreek uit ervaring, voelde je je weleens een sociaal gehandicapte paria als je toegaf dat je zonder auto naar een afspraak was gekomen. Tegenwoordig wacht je een bescheiden schouderklopje als je vertelt dat je met een combinatie van trein en fiets het rendez-vous hebt gehaald. Plots heet dat milieubewust te zijn en trendy. Er is dus hoop. "Zien wat vervuilde lucht deed met mijn ouders, die aan astma en chronische bronchitis leden, was genoeg om reeds als puber stil te staan bij de milieu- impact van de auto. Zelf namen mijn ouders bewust zelden de auto ; ze toonden hun kinderen dat je het ook met de fiets kunt redden. Door weer en wind, als het moet. Dankzij de fiets heb ik jarenlang spelenderwijs aan mijn fysieke conditie gewerkt. In mijn stad Gent verplaats je je trouwens veel sneller met de fiets dan met de auto - geen gedoe om een parkeerplaats te zoeken. Omdat ik het als vijftigplusser niet meer zo leuk vind om tegen de stormwind in te moeten beuken, heb ik sinds drie jaar een elektrische fiets. Gevolg : ik zit meer dan ooit op de fiets. Jaarlijks leg ik zo'n zevenduizend kilometer af. Een voordeel is dat je meer met de seizoenen leeft, het is prachtig om de lente te voelen ontwaken ; je hebt écht contact met het leven buiten. Praktisch ben ik helemaal ingericht op het fietsgebruik. Goede regenkledij is onontbeerlijk. En het wonder van een boodschappenkar : gecombineerd met mijn waterdichte fietszakken kan ik daarmee twee volle winkelkarren vervoeren. Voor langere afstanden combineer ik de fiets meestal met de trein. Tegenwoordig maak ik vaak gebruik van een Blue-bike, de fiets die je in een aantal stations voor drie euro kunt huren. Met de trein ben je soms langer onderweg, dat klopt, maar je mag je niet blindstaren op dat zogenaamde tijdverlies. Het brengt ook veel op : je kunt tijdens de reis een boek lezen en je spaart veel geld uit. Enkele keren per jaar doe ik aan autodelen om mijn schoonmoeder in Duitsland te gaan bezoeken. Dat autodelen geeft mij een gerust gevoel : als ik écht eens een wagen nodig heb, kan ik altijd over eentje beschikken." "Nooit voelt het als een tekort aan. Integendeel, zonder auto kunnen leven, beschouw ik als een luxe. Ik ben er bewust voor in de stad gaan wonen. Binnen Leuven doe ik alles te voet of met de fiets, dat is superefficiënt. Alle boodschappen kan ik makkelijk zonder wagen doen, en in geval van nood is er nog altijd de mogelijkheid van thuisbezorging. Naar mijn werk in Brussel ga ik met de trein. Voor verplaatsingen boven de twintig kilometer moet ik mezelf zien te organiseren. Vraagt iemand me om 's avonds een lezing te geven, dan vraag ik weleens of de organisator me aan het station kan komen oppikken. Je moet leren geen schroom te hebben. Als ik eens naar het containerpark moet of naar een concert op een afgelegen plek ga, dan durf ik vragen of iemand met een auto me uit de nood kan helpen. Door me nooit te hoeven afvragen of er nog genoeg benzine in de tank zit en of ik de auto na een vriesnacht wel aan de praat zal krijgen, blijft er meer ruimte vrij in mijn hoofd. Heel soms voel ik me wat beperkt, als ik bijvoorbeeld diep in West-Vlaanderen naar een avondfeestje moet en na een uur alweer moet vertrekken om met de trein nog thuis te geraken. Als ik mijn moeder in Hoogstraten in het weekend wil bezoeken, is er slechts om het uur een trein. De treinverbindingen zijn niet altijd ideaal : drie keer overstappen voor één traject ? En in Wakkerzeel, waar mijn vriendin woont, rijden de bussen maar tot 17 uur. Het openbaar vervoer kan zeker nog een pak beter. Ik wil autobezitters absoluut niet veroordelen, maar ik vind het wel onze collectieve verantwoordelijkheid om de CO²-uitstoot naar beneden te halen en anders over mobiliteit te denken. Wat ik vooral wil onderstrepen, is dat je ook veel terugkrijgt als je voor fiets en trein kiest : meer kwalitatieve tijd en minder stress. Wanneer ik op de trein rustig mijn krant lees, ben ik wát blij dat ik niet in de file zit." Door Peter Van Dyck & portretten Guy KokkenMarijke : "Enkele keren per jaar doe ik aan autodelen" Jan : "Zonder auto kunnen leven, beschouw ik als een luxe"