Eén jas en een mantelpakje. Dat was het begin van het succesverhaal van Achille Maramotti (1927-2005), de Italiaanse ondernemer die in 1951 Max Mara oprichtte, het familiebedrijf dat tegenwoordig 35 labels telt en zo'n 2250 winkels verspreid over de hele wereld. Achille verloor zijn vader zeer vroeg, hij was twaalf. Zijn belangstelling voor mode kreeg hij van de matriarchen in zijn familie : grootmoeder Marina Rinaldi, die in de jaren 1850 een kledingzaak uitbaatte en naar wie hij later een label voor volslanke vrouwen zou noemen, en zijn moeder, die een school voor snit- en naad en patroonmaken leidde. Zijn plan ? Modieuze kwaliteitsconfectie leveren in een tijd dat Italiaanse vrouwen hun kleren door een naaister lieten maken, of als ze rijk genoeg waren, door Romeinse couturiers.
...

Eén jas en een mantelpakje. Dat was het begin van het succesverhaal van Achille Maramotti (1927-2005), de Italiaanse ondernemer die in 1951 Max Mara oprichtte, het familiebedrijf dat tegenwoordig 35 labels telt en zo'n 2250 winkels verspreid over de hele wereld. Achille verloor zijn vader zeer vroeg, hij was twaalf. Zijn belangstelling voor mode kreeg hij van de matriarchen in zijn familie : grootmoeder Marina Rinaldi, die in de jaren 1850 een kledingzaak uitbaatte en naar wie hij later een label voor volslanke vrouwen zou noemen, en zijn moeder, die een school voor snit- en naad en patroonmaken leidde. Zijn plan ? Modieuze kwaliteitsconfectie leveren in een tijd dat Italiaanse vrouwen hun kleren door een naaister lieten maken, of als ze rijk genoeg waren, door Romeinse couturiers. Achille was een man met visie : bij Max Mara lag de nadruk niet op de persoonlijkheid van de ontwerper, maar op elegantie en vakmanschap. Grote namen als Karl Lagerfeld, Jean-Charles de Castelbajac, Anne Marie Beretta, Luciano Soprani, Emmanuelle Khanh en meer recent nog Narciso Rodriguez en Dolce & Gabbana ontwierpen collecties, in alle anonimiteit. Die echte, altijd zeer draagbare kleren werden dan weer wel door topmodellen gepresenteerd, voor de lens van de grootste modefotografen : Oliviero Toscani, Richard Avedon, Sarah Moon, Steven Meisel. Zijn aanpak had succes : in korte tijd groeide Max Mara uit tot een van de grootste Italiaanse modehuizen. Maar daar bleef het niet bij : op zijn 25ste al kocht Achille Maramotti zijn eerste bankaandelen. Bij zijn dood in 2005 was hij vice-voorzitter van de Credito Emiliano en directeur van twee andere, de Unicredito Italiano en de Mediobank. In 2004 schatte Forbes Maramotti's persoonlijke fortuin op 2,1 miljard dollar. Toch bleef de man het liefst op de achtergrond, hij was niet te beroerd om in een witte schort in zijn ateliers rond te lopen. Hij was ook een fijnproever en graag geziene klant in de beste restaurants. Dankzij hem produceert de familie Maramotti nog altijd een excellente Parmigiano Reggiano, afkomstig van een eigen kudde koeien. Een ander facet van zijn persoonlijkheid was zijn belangstelling voor kunst. Tegelijk met zijn eerste bankaandelen kocht Achille Maramotti zijn eerste belangrijke hedendaagse werk, een doek van de Italiaanse abstracte expressionist Alberto Burri. Bij zijn dood liet hij een van de meest uitgebreide en vooraanstaande privécollecties naoorlogse schilderijen, beeldhouwwerken en installaties na, nu te bewonderen in het voormalige hoofdkwartier van Max Mara aan de Via Fratelli Cervi in Maramotti's geboorteplaats Reggio Emilia, een charmant provinciestadje waar het familiebedrijf nog altijd gevestigd is. Moderne Medici's, zo zou je de Maramotti's - Achilles zonen Luigi en Ignazio, zus Ludovica en negen kleinkinderen - kunnen noemen, maar dan zonder de schandalen. Belangrijke werkgevers in de streek, eigenaars van een hotel (Albergo delle Notarie) en restaurant (Caffe Arti e Mestieri) zijn ze ook echte mecenassen. Onder hun impuls werd de prachtige barokke Basilica Madonna della Ghiara gerestaureerd. En nu is er dus de Collezione Maramotti, een absolute topcollectie hedendaagse kunst die een heel ander licht werpt op de persoonlijkheid van de stichter. Want waar hij in zijn mode vooral voor tijdloze elegantie koos, ging zijn voorkeur in de kunst resoluut naar de avant-garde. Veel kunstenaars zijn vertegenwoordigd met werken uit hun vroege periode, vóór ze bekend raakten en een veilige investering werden. Altijd al was het Maramotti's bedoeling om zijn verzameling toegankelijk te maken voor het publiek, als een soort staalkaart van de progressiefste strekkingen in de kunst van zijn tijd. Tot in 2000 hingen sommige werken al voor langere perioden in de gangen en werkruimten van het Max Mara hoofdkwartier, met de bedoeling de wisselwerking tussen kunst en industrieel design te stimuleren. Als de grote architecte Zaha Hadid gelijk heeft als ze beweert dat een esthetisch uitdagende omgeving even inspirerend werkt als op reis gaan of een goed boek lezen, dan waren de werknemers aan de Via Fratelli Cervi ongetwijfeld bevoorrecht. Het oorspronkelijke gebouw was een concept van de architecten Pastorini en Salvarini en met zijn radicale en functionele vormgeving in 1957 zijn tijd ver vooruit. Zo bevonden alle nutsvoorzieningen zich buiten de centrale structuur, zodat vooral op het gelijkvloerse niveau een buitengewoon veelzijdige ruimte ontstond. Bovendien werd bij het ontwerp maximaal gebruik gemaakt van natuurlijk licht en ventilatie. In 2003 verhuisde Max Mara naar grotere gebouwen aan de rand van Reggio Emilia en werd besloten het oorspronkelijke gebouw te behouden als galerie voor Achilles collectie, met bovendien ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. De conversie van fabriek tot museum werd toevertrouwd aan de Engelse architect Andrew Hapgood, die het oorspronkelijke, ietwat ruwe industriële karakter van het gebouw respecteerde en slechts een paar noodzakelijke wijzigingen aanbracht : twee nieuwe volumen die fungeren als bronnen van natuurlijk licht, naast ruimten van drie verdiepingen boven de ingang en in het hart de permanente collectie waar de verschillende zalen op uitkomen. Daglicht stroomt binnen via de glazen façade, wordt verdeeld via reflectors en geregeld via panelen op het dak. De toegang tot de galerie is gratis, maar je moet wel reserveren, want er worden maximaal 25 bezoekers tegelijk toegelaten. Wie door de grote, stille, goed verlichte en verluchte witte ruimten met monumentale kunstwerken kuiert, voelt zich een bevoorrecht mens. Meer dan tweehonderd werken in 43 zalen en twee open ruimten telt de collectie, overwegend schilderijen, maar ook enkele beeldhouwwerken en installaties. Aan het plafond bij de ingang een werk van Claudio Parmiggiani, een zwart houten bootje met drie monochroom zwarte doeken dat de kunstminnaar mee naar binnen voert. Caspar David Friedrich heet het werk, een ietwat ironische verwijzing naar de romantische schilder (1774-1840) die bij voorkeur schepen op woeste zeeën borstelde. Op de eerste verdieping Europese kunst uit de late jaren veertig en begin jaren vijftig : expressionistische en abstracte doeken. Dan wat ze in Italië de protoconceptuelen noemt : Fontana, Burri, Fautrier, Manzoni. Ook wie helemaal niets van de stromingen in de moderne Italiaanse kunst kent, merkt meteen dat de modeman Maramotti gefascineerd was door kleuren en materialenkeuze. Verf en jutezakken, bijvoorbeeld, geplooid textiel, koorden en bewerkt leer. Er zijn vertegenwoordigers van de pop romana en van arte povera, waarvan Pistoletto allicht de bekendste vertegenwoordiger is. Ook namen als Chia en Clemente, kunstenaars die tot de zogenaamde transavant-garde gerekend worden, doen waarschijnlijk wel een belletje rinkelen. Toen de Italiaanse kunst naar zijn smaak te decoratief werd, ging Maramotti over de grenzen verzamelen. Zo telt de collectie belangrijke werken van Duitse neo-expressionisten als Kiefer, Baselitz, Polke en A.R. Penck en Amerikanen als Basquiat, Schnabel en Salle. Overwegend monumentale werken, die vaak confronterend gepresenteerd worden. Geen groter contrast denkbaar dan tussen het hypergestileerde January V van Alex Katz, waarbij de kunstenaar zijn vrouw op een winterdag in Central Park portretteert en het mysterieuze, bijna fauvistische Man of sorrow van Julian Schnabel. Van sommige kunstwerken weet je bij de eerste aanblik al dat je ze nooit meer vergeet : Birthday boy, bijvoorbeeld, een neorealistisch doek van Eric Fishl, dat een adolescent bij zijn eerste bezoek aan een prostituee voorstelt. Maar dat geldt net zo goed voor Western sector, een krachtig abstract werk van Peter Halley. Krachtig, dat is de overheersende indruk die de collectie maakt ; dit is ontegensprekelijk de verzameling van een gepassioneerd mens. En het is een work in progress, de erfgenamen Maramotti zetten de missie van Achille voort. Algemene info : +39 522 382484, info@collezionemaramotti.org, www.collezionemaramotti.org Door Linda Asselbergs