Wie aan het Marokkaanse Tanger denkt, stelt zich Moorse paleizen voor met zicht op twee zeeën, Spaanse koloniale woningen en kleine witte huisjes in de kasba. Maar in het hart van de stad ligt een bouwwerk dat afwijkt van de verwachte stijlen.
...

Wie aan het Marokkaanse Tanger denkt, stelt zich Moorse paleizen voor met zicht op twee zeeën, Spaanse koloniale woningen en kleine witte huisjes in de kasba. Maar in het hart van de stad ligt een bouwwerk dat afwijkt van de verwachte stijlen. HILDE BOUCHEZFOTO'S : VERNE Een muur omheint het reusachtige domein waar het Spaanse konsulaat, de Spaanse school en het Spaanse hospitaal een onderkomen vonden. Verscholen tussen deze officiële gebouwen ligt de privé-woning van Pablo en Sonsoles Bravo, de konsul en zijn vrouw. "We wonen hier sinds 1992", vertelt Pablo Bravo. "Daarvoor was ik konsul-generaal in Indonesië en in Stuttgart. Een konsul blijft gemiddeld een viertal jaar op dezelfde plaats. Waar we over een jaar heengestuurd worden, is nog een open vraag. " Sonsoles komt erbij zitten, getooid in een djellaba. "Spanje zou niet erg opgetogen zijn met het feit dat ik hier als een Marokkaanse vrouw gekleed loop. Maar die dingen zitten nu eenmaal lekker, en als ik het huis niet uit moet, verkies ik deze loshangende jurk boven strakke westerse kledij. "De familie Bravo geniet van het leven in Marokko. Tanger is een stad die niet alleen geografisch maar ook kultureel aanleunt bij Spanje. Bovendien wonen er ongeveer 2500 Spanjaarden in het noorden van Marokko en worden er jaarlijks 35.000 Spaanse visa uitgereikt. Konsul zijn, is hier geen loze funktie. Ook Sonsoles Bravo heeft het hier naar haar zin. In Spanje is ze het hoofd van alle musea en ze is ook op internationaal vlak nauw betrokken bij de kunstwereld. In Marokko steunt ze zowel buitenlandse als Marokkaanse kunstenaars. Dagelijks bezoekt ze schrijver Paul Bowles, die nog steeds in de stad woont. Geveld door ziekte is hij afhankelijk van de hulp van buitenstaanders. Sonsoles ziet erop toe dat hij de beste medische zorgen krijgt en dat zijn administratie niet in het honderd loopt. Met reden noemt hij haar "el sol". Terwijl de konsul rustig een boek doorbladert, konverseert zijn vrouw aan de telefoon met Spaanse dynamiek in het Frans, Engels en Spaans. Geen minuut zit ze stil, en tussen haar gesprekken door geeft ze haar huispersoneel onophoudelijk opdracht ons te voorzien van tapas en cerveza. We worden hier met Spaanse gastvrijheid ontvangen. Met overgave doet de konsul de voorgeschiedenis van dit konsulaat uit de doeken. De architektuur laat al vermoeden dat de bouwheer geen Spanjaard was. In de 19de eeuw was de grond eigendom van de Engelse konsul, die hem gebruikte als jachtterrein. Zoon Herbert White erfde de gronden, en liet in 1910 de nu nog bestaande residentie bouwen. De woning werd opgetrokken in koloniale stijl, bovenop een kleine heuvel, omringd door een immens park met meer dan 200 palmbomen en 80 verschillende boomsoorten uit Afrika, Amerika en de Canarische Eilanden. In 1928 kocht de Spaanse staat het domein, dat als residentie aan de konsul-generaal werd toegewezen. Voor de toen 30.000 Spaanse inwoners in Tanger kwam er op de 16 ha grond een Spaanse school en een hospitaal, allebei vandaag nog in gebruik. De school telt nu een 1000-tal studenten, waarvan de meerderheid Spanjaarden en beter gegoede Marokkanen zijn. Tijdens de Spaanse bezetting van 1940 tot '45 werden langs de straatkant militaire gebouwen opgetrokken. Vandaag doen ze dienst als administratief centrum van het konsulaat. Toen de familie Bravo drie jaar geleden het huis ter beschikking kreeg, was het in erbarmelijke staat. De vorige konsul was een vrijgezel die meer tijd doorbracht op het konsulaat dan in zijn residentie. Hij liet de al vervallen woning totaal verkommeren. Met een minimum aan middelen en veel moed begonnen de Bravo's in 1992 aan de restauratie. "Enkel in een land als Marokko, waar de lonen zo laag zijn en de materialen zo goedkoop, konden we met weinig geld het huis opnieuw bewoonbaar maken. Zo bijvoorbeeld werkten tien mannen verschillende weken aan de cederhouten vloer, die helemaal herlegd en bewerkt moest worden. In Spanje zou dergelijke klus onbetaalbaar zijn. "Sonsoles Bravo stond in voor de koördinatie van de werkzaamheden en voor de inrichting van het huis. Ze koos voor een frisse klassieke dekoratie en een harmonie tussen hun meubels, de antieke stukken uit Azië, de Spaanse museumstukken en de hedendaagse kunstverzameling. De vloer en de witte en lichtgele wanden vormen de basis. Daartussen speelde Sonsoles met blauwe tinten die terugkomen in de overgordijnen, de zetelbekleding, de tapijten en in de vele porseleinen borden en schalen die ze vanuit Indonesië meebracht en die ooit toebehoorden aan de Indische Compagnie. Uitzonderlijk zijn de luchters die van het paleis in Tétouan komen. Tijdens het Franco-regime resideerde het Hoog-Kommissariaat in deze gebouwen. Nu is het één van de vele privé-paleizen van koning Hassan II. Na 1945 werden de meubels en kunstvoorwerpen uit het Hoog-Kommissariaat in depot geplaatst. Een aantal van deze stukken kreeg de familie Bravo in bruikleen voor de residentie in Tanger. Ook het Prado in Madrid stelde enkele werken ter beschikking. Zo kreeg een meesterwerk van Tapiro een plaats in het hoofdsalon. De imposante luster in dit salon komt uit de voormalige troonzaal van het Hoog-Kommissariaat. Bij de renovatie werd de bestaande struktuur behouden. De indeling van de verschillende ruimten bleef zoals ze oorspronkelijk gekoncipieerd was : een grote hal, met links centraal de trap en rechts het hoofdsalon. Via het hoofdsalon kom je in het kleinere salon met aansluitend de eetkamer. De Bravo's wonen vooral in het kleine salon, en zelfs in de zomer wordt's ochtends steevast het haardvuur aangemaakt. Deze kamer geeft ook uit op de veranda en de omliggende terrassen. Vanuit de veranda heb je een prachtig zicht over de immense tuin. In de linkervleugel van het huis bevinden zich de dienstvertrekken. Op de bovenverdieping van de woning gebruikte Sonsoles meer gewaagde kleuren. De slaapkamer kreeg een warme tint mee, het bureau een zacht groen en de badkamer een hard groen. In de gastenkamer koos ze voor een fuchsia vloerbekleding. Het opiumbed, dat als enig meubel in deze kamer staat, is afkomstig uit China. De gordijnen aan de zijkant waren bedoeld om een poppenspel op te voeren, één van de geneugten waarvoor dit bed dienst deed. Sonsoles Bravo koos voor een frisse klassieke dekoratie en een harmonie tussen de meubels,de antieke stukken uit Azië, de Spaanse museumstukken en de hedendaagse kunstverzameling.Boven : het opiumbed in de gastenkamer. Rechts : het kleine salon waar zelfs in de zomer 's morgens het haardvuur wordt aangemaakt.Bij de renovatie werd de bestaande struktuur behouden : een grote hal, met links centraal de trap en rechts het hoofdsalon.Ook in de eetkamer zonnige lichtgele wanden.Vanuit de veranda, met haar rieten meubelen, heb je een prachtig zicht op de immense tuin.