Daar zijn ze weer, de glunderende koppen van mannen en vrouwen die straten en weiden vervuilen en indringend of schaapachtig kijken. Een van de koppen heeft met haar baby op de affiche postgevat. Daarbij staat één woord : 'koester'. Wat dat met politiek te maken heeft, weet ik niet. Even curieus vind ik de affiche in een ander landgedeelte, met de slogan 'maskers af'. De vrouw die erbij staat, neemt effectief een masker af, zo'n frivool modelletje dat mij doet denken aan de film Eyes Wide Shut. Evengoed kon zij kiezen voor de slagzin 'zo gezegd, zo gedaan'. Meer diepgang wordt niet wenselijk geacht.
...

Daar zijn ze weer, de glunderende koppen van mannen en vrouwen die straten en weiden vervuilen en indringend of schaapachtig kijken. Een van de koppen heeft met haar baby op de affiche postgevat. Daarbij staat één woord : 'koester'. Wat dat met politiek te maken heeft, weet ik niet. Even curieus vind ik de affiche in een ander landgedeelte, met de slogan 'maskers af'. De vrouw die erbij staat, neemt effectief een masker af, zo'n frivool modelletje dat mij doet denken aan de film Eyes Wide Shut. Evengoed kon zij kiezen voor de slagzin 'zo gezegd, zo gedaan'. Meer diepgang wordt niet wenselijk geacht. Ook via de brievengleuf glippen de koppen naar binnen, ongevraagd want ik heb een sticker geplakt waarop staat dat ik geen verkiezingsdruksels verlang. Misschien moet ik de namen van de partijen die desondanks hun folders in mijn bus droppen, afstrepen van mijn lijst, met het risico blanco te moeten stemmen. Freya stopt die folders toch niet zelf in je bus, zou je kunnen opmerken. Maar Freya kan haar lastdieren instrueren dat ze de mensen haar propaganda niet door de strot moeten rammen. Ik voel mij verkleuterd, als er ondanks vriendelijk verzoek toch weer telkens nieuwe koppen uit mijn bus komen gedwarreld. Dat het allemaal postjespakkers en zakkenvullers zijn, zul je mij niet horen zeggen, maar erg veel vertrouwen heb ik er toch ook niet meer in. Dit keer heeft het geglunder op het glossy drukwerk wel iets heel eigenaardigs. De dames en heren politici gedragen zich als een set acteurs die, na een beroerde voorstelling vol overacting, niettemin breed lachend op de bühne komen en buigen in de hoop op een staande ovatie. Gelukkig krijg je, ter compensatie van de namaak in de wereld, af en toe ook iets dat onverwacht je hart verwarmt. De Peruaanse jongen in de Bio-Planet bijvoorbeeld, die toesnelt om het broodrek open te houden als ik met volle handen probeer een zuurdesembroodje te grijpen. Of de chique man in maatpak op het trottoir, die glimlacht als ik hem links dan rechts dan weer links probeer te kruisen, en bijna tegen hem opbots omdat hij telkens dezelfde richting kiest als ik, een situatie die vaker voorkomt en de meeste mensen geërgerd doet kijken. Soms wou ik dat ik in tijden leefde waarin niemand wist wat een computermuis was. Intussen ligt, in de kamer hiernaast, een kindje te slapen voor wie alles in de wereld nog geweldig is. Oké, is nu haar nieuwste woordje, dat zij ten overvloede gebruikt. En samen. Dat zei ze toen we onder mijn paraplu uit de auto naar de voordeur vluchtten voor de razende regen, en ik haar dertien kloeke kilo's tegen mij aangedrukt hield. "Samen he, papa ?" Ze zei het met zichtbaar genoegen en dat deed mij plezier. Het liet mij vermoeden dat zij misschien wel een harmoniezoeker wordt, iemand die inzit met de wereld en die het anderen naar hun zin wil maken. Een sociaal wezen, dat wakker ligt van het regenwoud en van bedreigde soorten. Tegelijk kan zij bijzonder zelfzuchtig zijn, bijvoorbeeld als ze iets vastpakt en dat claimt. " Mijn fietsje. Niet van papa. Mijn." Zij zou de hele wereld tot de hare verklaren. Als we een bedelaar zien, stuur ik haar daar met kleingeld op af, zodat ze dat verlegen in het bekertje kan gooien. Ik hoop dat ze dat later blijft doen. En dat ze verdraagzaam wordt, maar ook niet te veel, want te veel verdraagzaamheid krijgt al vlug iets lams. Te veel verdraagzaamheid doet mij denken aan een koe die graast in de wei. Deze week heeft dochterlief mij voor het eerst op mijn plaats gezet. We liepen voorbij een parkje waar hoenders zaten. Een ervan maakte het soort lawaai dat hoenders al eens durven maken. "Kippetje", zei ik nonchalant. "Hààntje", zette zij recht, met die klemtoon van haar die veel woorden grappig doet klinken. De eerste keer dat ze iets beter wist dan ik, of het tenminste nauwkeuriger formuleerde. "Je hebt gelijk meisje", gaf ik toe. "Alleen hààntjes doen kukeleku." Zij wou glimmen van trots, maar was nog te jong. Jean-Paul Mulders