Hilde Bouchez / Foto's Verne
...

Hilde Bouchez / Foto's VerneHij kwam er voor het eerst op zijn 21ste en wist meteen dat daar zijn ware thuis lag. Sinds 1994 is New York dan ook zijn home base, al is het begrip 'thuis' in zijn geval iets relatiefs. Net als zijn held en landgenoot Kuifje, is hij immers een geboren wereldreiziger. Reizen en ontdekken zitten hem in het bloed. Hij maakte ooit op amper zes weken een halve wereldreis, maar heeft - zoals het een moderne nomade betaamt - nog steeds geen rijbewijs. Al in zijn academietijd trok hij als 'hoffotograaf' mee op wereldtournee met Maurice Béjart, later fotografeerde hij drag queens in New York, kleine familiecircusjes in Egypte, sjeiks in het Midden-Oosten en rodeorijders in het wilde Westen. De bewoner van deze flat wordt soms ook een reiziger in de tijd. Dit blijkt uit zijn liefde voor het werk van David McDermott & Peter McGough. Deze New Yorkse dandy's annex kunstenaars zijn geobsedeerd door het verleden. Ze kleden zich als waren ze Jay Gatsby of Oscar Wilde, omringen zich met objecten uit de late negentiende eeuw, rijden rond met paard en kar en reizen naar Europa per cruiseschip in plaats van per vliegtuig. "Hun rijk is niet van deze wereld", zei een criticus ooit over het extravagante tweetal. Het rijk dat ons Kuifje in Amerika samen met zijn levenspartner heeft gecreëerd in hartje New York is minstens even onwerelds. Een ontheemde in tijd en ruimte. Die indruk krijg je van de eigenaar van dit appartement, ook al ben je er amper enkele minuten en weet je niet wie hier resideert. Ieder vertrek - van de studio, over de bibliotheek tot de slaapkamer - bevat minstens één kunstwerk of object dat verwijst naar noties als 'onderweg zijn' of 'verleden'. Maar het zijn geen souvenirs, nergens valt er ook maar een greintje heimwee of nostalgie te bespeuren. Met die begrippen laat een moderne nomade zich immers niet in. Antieke spullen staan er broederlijk naast nieuwe, het verhevene flirt er achteloos met het populaire en bakermat België gaat er een dialoog aan met de rest van de wereld. In de inkomhal hangt een enorm schilderij van McDermott & McGough, geïnspireerd op een negentiende-eeuwse frenologische schedelstudie. Het doek heeft tegelijkertijd iets lugubers en iets ludieks. He loved boys, artists and aristocrats, staat er onderaan te lezen. Zou het een grafschrift zijn dat de dandy's bedachten voor zichzelf? Of misschien voor hun vriend de Belgische fotograaf? Hoe het ook zij, de woorden vormen een gepast voorspel op wat er komen gaat: veel afbeeldingen van mannen en veel kunstwerken. Van de inkomhal kom je in de bibliotheek, zowel ruimtelijk als inhoudelijk de spil van het appartement. Van op de vensterbank kijkt een achttiende-eeuws marmeren borstbeeld van Horatius de bezoeker aan. Tonnen boeken, van antieke encyclopedieën en geografische studies tot naslagwerken over moderne kunst, vullen de kamerbrede boekenkast aan de rechterkant. Met een typisch New Yorkse flair wisselen glossy plaatjesboeken van Versace turven als Flemish Expressionism af. Op een vroeg negentiende-eeuwse Franse architectentafel ligt een geïllustreerde Franse uitgave van John Milton's ParadiseLost uit 1863, met een voorwoord van Lamartine. Het boek is dichtgeklapt, maar er zit een papiertje tussen, dat de bezoeker subtiel weet te verleiden tot nader onderzoek. Wanneer je het boek ter hoogte van de bladwijzer openslaat, zie je een tekening met wanhopig kronkelende naakte mannenlijven: De val der engelen. Erboven hangt een schilderij van Gustave van de Woestijne, de favoriete schilder van de Vlaamse bewoner. De lessenaar, het boek en het schilderij vormen samen een vreemdsoortig altaartje, het is aan de bezoeker om de betekenis ervan te achterhalen. Rechts ervan opereert dezelfde humor: VoyagesExtraordinaires van Jules Verne en Belgium, een Engels cultuurhistorisch naslagwerk uit 1908, staan er naast elkaar uitgestald. Eronder doet Kuifje zijn herintrede, in de vorm van drie miniatuurtjes, waarvan eentje met een cowboyhoed. Kuifje in Amerika omringt zich verder in deze kamer met maar liefst vier oude globes en verschillende ouderwetse scheepstoebehoren, zoals kompassen en verrekijkers. Een antieke vitrinekast voor kragen refereert aan het werk van McDermott & McGough. Vanuit de donkere, met zware meubelen gevulde bibliotheek treed je de witte, zonnige leefruimte binnen. In deze ruimte, links een container-keuken, probeerden de bewoners het loftgevoel te behouden. Wat onmiddellijk opvalt is het kunstwerk van Cameron Shaw, een glazen vitrine met daarin een zwevende bolhoed, een duidelijke knipoog naar Magritte. Aan de muur hangt een winterlandschap van Valerius De Saedeleer, het grootste schilderij dat deze kunstenaar ooit maakte. Vanuit de grote ramen zie je de New Yorkse bedrijvigheid in de straten beneden, op de daken zonnende dames. Van de living gaat het - voorbij een vroege Richter - naar de slaapkamer, waar de kleuren grijs, beige en houtbruin overheersen. Links van de deur siert een schilderij van Andy Warhol (een portret van Jean-Michel Basquiat) de muur. De volledige rechtermuur wordt ingenomen door de imposante fotocollectie van de twee bewoners. Er hangen onder meer werken van Brassai, Mapplethorpe, Witkin, Von Gloeden, Lagerfeld, McDermott & McGough , Pierre&Gilles, Brandt, Ritts, Bravo, Weber, Anselm Kiefer ... Op de bovenste verdieping is het bureau gevestigd. De invloed van McDermott & McGough steekt ook hier weer de kop op. Naast de werktafel staan in een glazen kast antieke frenologische schedels. De sfeer in de werkkamer is echter allerminst luguber. Een oranjerie zorgt voor een overvloed van licht, de groene planten voor wat extra sfeer. Vanachter de glazen werktafel kijk je uit op de smaakvol aangeplante daktuin en het houten dakterras. En het New Yorkse luchtruim natuurlijk. Kuifje in Amerika leeft hier goed.