Jo Blommaert Tekening Sandra Schrevens

Een mannenmop :

Een man tegen een andere man : ?Heb je zin in een triootje ??

?Tuurlijk.?

?Dan moet je nu snel naar huis gaan.?

Hahaha ! Wat een mop ! Wat een mannenmop ! En het is nog een van de minst melige die de Nederlander Hans Kaldenbach de moeite van het citeren waard vindt in Het lijkt wel of ze geen gevoel hebben. 99 tips voor het omgaan met mannen. Eerder al publiceerde hij 99 tips voor het omgaan met Nederlanders, en naar verluidt werd dat een bestseller.

Nu kan gevoel voor humor erg van persoon tot persoon verschillen, vandaar ter overtuiging nog deze dijenkletser :

Een vrouw wil gaan scheiden. De rechter vraagt waarom. De vrouw antwoordt : ?Hij heeft al vijf jaar niets meer tegen me gezegd.? De rechter vraagt aan de man of dat waar is. ?Inderdaad edelachtbare,? zegt de man, ?ik kon al die tijd niet aan het woord komen.?

Volgens de achterflap betreft het hier een ?handzaam?, ?luchtig? en ?geestig? boekje, maar er staat zoveel kletskoek in dat je niet begrijpt dat zoiets heden ten dage nog uitgegeven kan worden. Prometheus gelooft er blijkbaar in dat er voor deze baarlijke nonsens een markt bestaat. Je waant je in de jaren vijftig, maar het jaar van verschijnen is wel degelijk 1997.

De lectuur van deze ?gebruiksaanwijzing? staat in ieder geval garant voor ergernis zonder grenzen, tenminste als je tot de ?geëmancipeerde soort? behoort. Het moet gezegd, in het woord vooraf werden we gewaarschuwd : ?Geëmancipeerde mannen en vrouwen zullen zich misschien ergeren ; ze herkennen zichzelf niet of wíllen zichzelf niet herkennen. Ik probeer alleen te beschrijven hoe mannen en vrouwen volgens mij feitelijk zijn. Niet hoe ik vind dat ze eigenlijk zouden moeten zijn.?

En hoe zíjn die mannen en vrouwen dan feitelijk volgens de heer Kaldenbach ? Tip 1 zet de toon : ?Een vrouw kan bij wijze van spreken in een restaurant zitten met een lelijke man zonder dat haar erg opvalt hoe lelijk die man is. (...) Voor mannen ligt dat anders : veel mannen zitten het liefst aan tafel met een mooie vrouw, zelfs als ze oersaai en heel dom is. De schoonheid van de vrouw compenseert veel.? Bij Tip 2 wordt het al behoorlijk gortig. Een man vraagt niet om hulp, luidt de veronderstelling, en die attitude zou dan meteen verklaren waarom mannen gemiddeld zeven jaar minder lang leven dan vrouwen : ?Mannen vragen niet om een grootscheeps onderzoek naar de oorzaken hiervan. Bij vrouwen wordt wel landelijk onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld borstkanker of baarmoederhalskanker, maar mannen willen ook als het om hun gezondheid gaat niet zielig en zwak gevonden worden.? Vandaar.

In de wereld van Kaldenbach is de man nog altijd bezig met zijn werk buitenshuis en de vrouw met de opvoeding van de kinderen en het werk binnenshuis. De man die thuiskomt van zijn werk kruipt nog altijd meteen weg achter zijn krant, terwijl zijn vrouw wil bijpraten : ?Hoe was je dag, schat ??

In de wereld van Kaldenbach geldt voor de meeste mannen dat ?vijf minuten? vijf minuten zijn, terwijl dat voor hun vrouw altijd wat uitloopt, want die moet zich hoe kan het ook anders ? nog opmaken. (Waar blijven de krulspelden ?) Volgens Kaldenbach kunnen mannen niet verkroppen dat hun vrouw langer is en doen lange vrouwen er dus goed aan lage hakken te kiezen (Tip 5). Vrouwen dienen ook te weten dat mannen zich niet graag betutteld voelen : ?Een vrouw die dit weet, kan haar man vragen of hij het goedvindt dat zij zich ergens mee bemoeit. Als hij dan toestemming heeft gegeven, heeft hij het gevoel dat het met zijn instemming gebeurt.? (Tip 57)

Alle stereotiepe rolpatronen die de voorbije decennia in vraag werden gesteld, worden hier doodgemoedereerd opnieuw als stelling geponeerd. Niemand die een béétje verder staat dan de rolverdeling uit de jaren vijftig, kan dit boekje ernstig nemen. Op de achterflap wordt nochtans de hoop uitgedrukt dat het de heren zelf ook enig inzicht zal bijbrengen. Te vrezen valt dat zij zich door dit soort archaïsch gewauwel diep beledigd zullen voelen.

?Ik beschrijf vooral heteroseksuele blanke mannen, waarschijnlijk omdat ik zelf al meer dan vijftig jaar zo'n man ben?, schrijft Kaldenbach in zijn inleiding. Onduidelijk blijft wanneer zijn man-zijn begonnen is. Bij zijn geboorte ? Dan is hij nu een vijftiger die toch opgemerkt moet hebben dat er iets veranderd is. Rond zijn twintigste ? Dan is hij nu in de zeventig en dan kunnen we het hem allemaal wel een beetje vergeven. Maar voor de uitgeverij geldt ook dan geen pardon. Die had, met alle respect voor de zeventig-plussers, de ondertitel eerlijkheidshalve moeten veranderen. Tips voor het omgaan met hoogbejaarde mannen had meer kans gemaakt om een plaats op de bestsellerslijst te veroveren.