Wie ooit iets nieuws probeerde, droeg of deed, weet het maar al te goed: het zijn niet de vele lovende reacties die zich als een suikerspin om ons heen wikkelen. Het zijn de paar negatieve opmerkingen die blijven haken. Zij zorgen ervoor dat die rok of droom diep in de kast wordt opgeborgen.
...

Wie ooit iets nieuws probeerde, droeg of deed, weet het maar al te goed: het zijn niet de vele lovende reacties die zich als een suikerspin om ons heen wikkelen. Het zijn de paar negatieve opmerkingen die blijven haken. Zij zorgen ervoor dat die rok of droom diep in de kast wordt opgeborgen. Helemaal rationeel is dat niet. Wat weegt meer, een kilo veren of een kilo stenen ? Wat onthoud je, honderd complimenten of één kritische noot ? Alle wetten van de wiskunde en de logica zouden de schampere bemerkingen tot onhoorbare ruis moeten reduceren. Toch zijn het díe woorden die oorverdovend echoën in ons hoofd. Wie onzeker is, is er snel bij om complimenten te relativeren. "Ze menen dat niet écht. Ze zeggen dat gewoon omdat ze mij graag zien, omdat ze het beste met mij voorhebben, om me te paaien..." Diezelfde oefening doen bij kritiek, blijkt veel moeilijker. Waarom kleeft kritiek langer aan ons dan een compliment ? De mens heeft de rare neiging te geloven wat zijn diepste angsten hem met vlijmscherpe tederheid toefluisteren. "Zie je wel, je kunt het niet. Rustig maar, geef het op en leg je zachtjes neer. Ik zal je wiegen, zodat je me nooit ofte nimmer alleen zult laten." Kritiek wordt verwelkomd door de demonen in ons hoofd van schaamte en zelfhaat. Horen we een echo van wat we onszelf in donkere tijden bezweren, dan juichen ze. Wie elke dag de rode loper van zelfkritiek uitrolt, moet niet verbaasd zijn dat negativiteit via de hoofdingang binnenkomt. Op een dag was ik dat beu. Ik nam me voor meer achter mijn keuzes te staan. Ze te beschermen tegen gratuite kritiek. Maar voor ik dát kon, moest ik blijkbaar eerst iets anders leren. Uberhaupt keuzes maken. Kleur bekennen. Vroeger was ik een leeg kleurboek. Ik gaf de potloden aan anderen. Dat ze dan eens buiten mijn lijnen gingen, gomde ik vergoelijkend weg. Ze hadden zich tenminste geamuseerd, toch ? Zolang ze maar niets slechts over me zouden zeggen of denken, was alles goed. Dus nam ik geen risico's. Wie niets doet, kan niets misdoen. Tot het besef kwam : mensen vonden mij niet leuk, maar wel zichzelf, uitgesmeerd over mijn pagina's. Op het einde van de avond bleef ik kleurloos zitten. Dus nam ik het heft en de wasco's in handen. Tekende mezelf bij elkaar, en stak af tegen het grijs van de rest. Mijn kop als een regenboog boven het maaiveld. En naast de polonaise van gejuich, steun en schouderklopjes, kwam daar de fanfare van kritiek. Gek genoeg raakte het me minder dan ik vreesde. Want ofwel stond ik nog steeds achter mijn keuzes, ofwel zag ik in dat de opmerkingen meer over hen vertelden dan over mij. Hun angst en twijfels schreeuwden me toe. Soms deed kritiek me juist nadenken en van koers veranderen. Trots dat ik tenminste probeerde. Mijn innerlijke criticus klinkt niet meer als een driftige kleuter of een onredelijke puber. Voor het eerst kan ik écht genieten van complimenten, zonder argwaan. Dus, sorry Angst, Twijfel en Zelfhaat, ik voorspel jullie een eenzame winter. Ik warm me aan jullie gezworen aartsvijanden : Fierheid, Moed en Zachtheid.katrijn.van.bouwel@knack.be KATRIJN VAN BOUWELDe mens heeft de rare neiging te geloven wat zijn diepste angsten hem met vlijmscherpe tederheid toefluisteren