Ik ben beginnen te schrijven toen mijn dochter elf maanden was. Ik was toen al assistente aan de universiteit en werkte aan een doctoraat, maar wilde naast het moederschap, het huishouden en mijn huwelijk een plek voor mezelf: mijn teksten en boeken waarin ik geen compromissen hoefde te sluiten en mijn eigen zin kon doen. Misschien lijkt het vreemd dat ik niet opging in de roze wolk van het moederschap en dat ik ook nog schrijver wilde zijn, maar voor mij was dat geen punt van discussie. Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt, en vraag van mijn familie veel begrip voor mijn keuze en tijdsindeling, maar dat recht eigen ik me toe. Aan mannelijke auteurs met kinderen vraagt men ook niet wanneer ze echt vader gaan zijn.
...

Ik ben beginnen te schrijven toen mijn dochter elf maanden was. Ik was toen al assistente aan de universiteit en werkte aan een doctoraat, maar wilde naast het moederschap, het huishouden en mijn huwelijk een plek voor mezelf: mijn teksten en boeken waarin ik geen compromissen hoefde te sluiten en mijn eigen zin kon doen. Misschien lijkt het vreemd dat ik niet opging in de roze wolk van het moederschap en dat ik ook nog schrijver wilde zijn, maar voor mij was dat geen punt van discussie. Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt, en vraag van mijn familie veel begrip voor mijn keuze en tijdsindeling, maar dat recht eigen ik me toe. Aan mannelijke auteurs met kinderen vraagt men ook niet wanneer ze echt vader gaan zijn. Ik sta er altijd van versteld hoeveel je als schrijver niet kunt zeggen. Openhartigheid is niet zo moeilijk wanneer het louter om je eigen gedachten en ervaringen gaat, maar het ligt gevoeliger wanneer er anderen bij betrokken zijn. Bovendien gooi je de gebeurtenissen niet zomaar op papier : ook toen ik schreef over de wiegendood van mijn twee zoontjes of het overlijden van mijn tweede echtgenoot (Herman de Coninck, nvdr) ging het om een tekst. De zinnen moesten goed en krachtig zijn. Ook daarom zijn totale openheid en eerlijkheid wellicht een illusie, of het nu over mijn werk gaat of dat van Karl Ove Knausgård. Kanker verandert de manier waarop je omgeving naar je kijkt. Voor je het weet, ben je alleen nog een patiënt. Toen ik vorig najaar de diagnose borstkanker kreeg, ben ik daar dan ook discreet over gebleven. Omdat ik mezelf wilde blijven met alles erop en eraan als schrijver en docente Engelse letterkunde en creatief schrijven, als echtgenote, moeder en grootmoeder. Om dezelfde reden ben ik ook blijven werken en hield ik tijdens mijn behandeling notities bij in een schriftje. Niet met de bedoeling om ze te publiceren, maar als houvast. Zo heb ik mijn werk altijd ervaren : je mag me alles afnemen, maar daar blijf je van af. Veel mensen lopen weg van ziekte. Onbewust trekken ze een muur op, en wellicht deed ik vroeger net hetzelfde. Ik stuurde een oppervlakkig sms'je of een kaartje, en ging een echt gesprek uit de weg. Uit eigen ervaring weet ik nu wat meer betrokkenheid en warmte waard zijn. Als ambassadeur van de Pink Ribbon-campagne hoop ik mijn steentje bij te dragen en het taboe rond kanker te doorbreken. Jezelf sterk houden is een valstrik. Ik ben een trotse en onafhankelijke vrouw die niet snel haar emoties toont en erin geslaagd is om na tegenslag weer overeind te krabbelen, maar daardoor denken mensen soms dat ze me de volle laag mogen geven. Die kan daar tegen, denken ze, terwijl ik toch niet van steen gemaakt ben. De enige remedie is je kwetsbaarheid tonen, maar ook daar worden vrouwen op afgerekend. Een man die een traan plengt, is een grote meneer, een vrouw wordt dan zwak genoemd. Vrouwen met een mening lopen in de kijker. In plaats van een interessant debat op gang te brengen, worden ze al gauw het mikpunt van spot en kritiek : wie denkt dat mens wel dat ze is ? Ik begrijp dat sommige vrouwen daarom hun mond houden, maar ik laat me niet muilkorven. Vrouwen hebben evenveel recht om deel te nemen aan het publieke debat als mannen. Om sympathiek bevonden te worden praat ik beter over mijn kleinkinderen, maar wie geen risico's neemt, doet niets interessants. In het echte leven is er niet altijd een happy end. Ik krijg soms te horen dat mijn werk niet hoopvol genoeg is, maar voor veel mensen is het leven nu eenmaal shit. We houden van overlevers die sterker worden door de hel waardoor ze gegaan zijn, maar het is doodjammer dat we alleen zulke verhalen horen. Dat zadelt ons op met een enorme angst om mislukt of zielig te zijn. Wie door zijn partner gedumpt wordt, moet er al na een week overheen zijn, of toch minstens van een leerrijke ervaring spreken. Aan die komedie wil ik niet meedoen. Als we alle daken van de huizen zouden kunnen halen, zou blijken dat er in elk leven dingen fout lopen - laat ons dus niet doen alsof, en ook verdriet een plaats geven. Kristien Hemmerechts (61) debuteerde in 1987 met de novelle 'Een zuil van zout'. Deze week verschijnt 'Er gebeurde dit, er gebeurde dat' (De Geus, 14,99 euro), met haar beste autobiografische verhalen en de notities die ze optekende tijdens haar behandeling voor borstkanker. Per boek gaat er 1 euro naar de Pink Ribbon-campagne. Info: pink-ribbon.be TEKST WIM DENOLF & FOTO DEBBY TERMONIA"Je mag me alles afnemen, maar van mijn werk blijf je af"