Op de modeacademie was ik de klassieke van de bende. Niet extravagant genoeg, vonden ze in Antwerpen. Dat ik meteen een job vond in Parijs, als eerste assistent van Hedi Slimane, toen nog onbekend, hadden velen dus niet verwacht. Zelf was ik heel plichtbewust : mijn studies hadden mijn ouders veel geld gekost, en dus moest ik aan de slag.
...

Op de modeacademie was ik de klassieke van de bende. Niet extravagant genoeg, vonden ze in Antwerpen. Dat ik meteen een job vond in Parijs, als eerste assistent van Hedi Slimane, toen nog onbekend, hadden velen dus niet verwacht. Zelf was ik heel plichtbewust : mijn studies hadden mijn ouders veel geld gekost, en dus moest ik aan de slag. In Parijs kwam ik met mijn voeten op de grond. Aan de academie ben je drie dagen lang een ster, zelfs Japanse journalisten schreven over me, maar als buitenlander bij Yves Saint Laurent en Dior heb ik geleerd mijn trots in te slikken. Samenwerken met een groot ego met een ijzersterke wil, daar krimp je vanzelf van. Als modestudent dacht ik ook dat het allemaal in Antwerpen gebeurde, terwijl de Franse modepers die stad vaak niet eens kent. In de mode is er geen middenweg. Je kunt geen dingen doen die je niet voelt, en na zes jaar ging Hedi een andere richting uit dan ik. Mijn 'droomjob' was een gouden kooi geworden. Als eerste assistent deed ik zowat alles, maar uiteindelijk had iemand anders de teugels in handen. Sinds oktober werk ik fulltime aan mijn eigen mannenlijn. Ik kan me de kritiek van sommige mensen nu al voorstellen, maar ik wil ervan genieten. Uiteraard ben ik zenuwachtig om de reacties te horen, maar ik heb de tijd niet om er wakker van te liggen. Als ik er zelf kan achterstaan, is dat al mooi. Frustratie is een goede leerschool. Bij Dior heb ik het vak geleerd, maar de machine werd gewoon te groot. Er was minder tijd voor research en atelierwerk en voor alles was er een aparte afdeling. Zo'n groot team wil ik niet meer. Een kleine groep mensen is de beste formule om bij alles betrokken te blijven. Ik ben heel realistisch ingesteld. Ik ben niet iemand die met de spaarcenten van de familie een eigen label opstart. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg, zeiden mijn ouders altijd. Terwijl andere mensen zich smijten, heb ik er dus jaren over gedaan. Ik vind ook niet dat ik al ver sta voor mijn leeftijd, dit is voor mij echt maar het begin. Het verwondert me als de Franse pers me een Belgische ontwerper noemt. Zelf voel ik me een Parijzenaar : ik werk er nu langer dan dat ik op de academie heb gezeten en ik heb een appartement in het achttiende arrondissement. Ik ontwerp ook met de ogen van die stad: mijn cultuur, dat was aanvankelijk alleen Martin Margiela en Ann Demeulemeester, maar in Parijs was het plotseling paillettes à volonté, en dat heeft me verrijkt. Ik ben opgegroeid in Londerzeel. Als enig kind vond ik dat grote dorp echt niet leuk, net als mijn school. Ik had voortdurend conflicten. Pas toen ik op mijn vijftiende tussen kunstenaars belandde in Mechelen, op de weekendacademie, ging het wat beter. Voor mij kunnen dingen niet snel genoeg gaan. Zelf als kind : op mijn twaalfde wilde ik al modeontwerper worden. Die ongeduldigheid maakt het soms moeilijk, want voor alles heb je anderen nodig: van de financiering en een BTW-nummer tot de productie. Ik kan moeilijk aanvaarden dat wat voor mij een prioriteit is voor anderen gewoon een baan is. Mode hoort niet in een museum. Ik wil mijn kleding op straat zien op échte mensen. Mijn collectie is er ook niet voor graatmagere modellen, de pasvorm is ruimer en de look ouder en ruiger. Op dat vlak ben ik heel nuchter, zelfs een defilé vind ik al iets pretentieus, en vaak staan ze mijlenver van de realiteit. Ik ben zelden in België. Alleen om mijn familie te bezoeken of mijn fabrikant in Rotselaar. Vrienden heb ik hier bijna niet, al is dat ook mijn karakter. Mocht ik een fuif geven, ik zou niet weten hoe ik de zaal moet vullen. :: www.krisvanassche.com Tekst Wim Denolf