Dertig jaar geleden dacht niemand dat het eerste plastiek ooit geld waard zou zijn. Zelfs uitvinder
...

Dertig jaar geleden dacht niemand dat het eerste plastiek ooit geld waard zou zijn. Zelfs uitvinder Leo Baekeland kon niet vermoeden dat zijn bakeliet ooit kostbare "antiek" zou worden. ÞATKÞPIET SWIMBERGHEþ FOTO'S : LIEVE BLANCQUAERT Nu de eerste generatie plastieken voorwerpen van de markt is verdwenen, maken verzamelaars er jacht op. Ze schuimen vlooienmarkten en veilingen af op zoek naar asbakken, snoerschakelaars, koffiemolens, radio's en scheerapparaten van bakeliet. Gelukkig maar, want er is vroeger veel weggegooid. Ondertussen groeide het respekt voor industriële design en werden het interbellum en de fifties herontdekt. Bakeliet was immers van 1925 tot 1960 populair. De belangstelling voor objekten in dit materiaal is meer dan louter nostalgie, ze hebben nu wel degelijk een verzamelwaarde. De father of plastics, zoals de Amerikanen Leo Baekeland (1863-1944) noemen, was een Gentenaar. Daarom krijgt hij een ereplaats in het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen in Gent, dat straks zijn deuren heropent. Aan de Gentse universiteit leidde men deze volksjongen op tot chemicus. Aanvankelijk legde hij zich toe op de fotografie. Hij maakte het eerste fotografisch papier, het zogenaamde Veloxpapier, dat ontwikkeld wordt bij kunstlicht. Door deze revolutionaire uitvinding werd hij fabelachtig rijk. In 1898 sleet hij zijn procédé, met inbegrip van de fabriek die hij in de States runde, voor een slordige 750.000 dollar aan Eastman Kodak. Ondertussen vestigde hij zich definitief in de States. In 1905 hernam hij het onderzoek waarmee hij 20 jaar eerder begon, de studie van de reakties tussen fenol, gedistilleerd uit steenkoolteer, en formaldehyde, bereid uit metylalkohol. Men vermoedde al lang dat beide komponenten op een of andere wijze konden versmelten. Na twee jaar onderzoek slaagde Baekeland in zijn opzet via verwarming, druk en het gebruik van een katalysator. Hij bekwam een stroperige kunststof, bakeliet, die snel verhardt, vervolgens verpulverd wordt en verrijkt met vulstoffen zoals asbest, mika, katoen, papier of houtzaagsel. Soms is dat vulmiddel zichtbaar. Dit materiaal wordt onder druk geperst en gegoten in een metalen matrijs. Destijds was het resultaat revolutionair : Baekeland ontdekte een hitte-, vocht- en zuurbestendige kunststof, een gedroomd materiaal voor massaprodukten die vroeger van hout en metaal waren. Het duurde tot de jaren dertig voor de industrie besefte hoe handig bakeliet was. Toen was het hek van de dam en werd het voor van alles en nog wat gebruikt. In de keuken verschenen donkerbruine suikerstrooiers, eierdopjes, bonbondozen, stoelen, termoskannen en drinkbekers. Maar ook een hele reeks elektrische toestellen, want bakeliet werkt ook isolerend voor stroom. Het meest bekend zijn de ouderwetse telefoons van de firma Atea uit Antwerpen. Tijdens het interbellum werd er flink gesleuteld aan het produktieproces. Tegen het einde van de jaren dertig verscheen de witte, rode en blauwe bakeliet op de markt. Nadien werd het materiaal verdrongen door andere kunststoffen en vanaf de jaren zestig nog nauwelijks gebruikt. Behalve in Oost-Europa, waar men het nog steeds aanwendt. Volgens verzamelaar Hugo Geeraerts uit Leuven wordt de brocantehandel overspoeld met bakelieten toestellen van Oostduitse makelij. Ze zien er veel ouder uit dan ze in werkelijkheid zijn. De tijd dat men een bakelieten televisie tussen het huisvuil opviste, is voorbij. De mooie toestellen zijn zelfs zeldzaam op de doorsnee rommelmarkt. Verzamelaars komen aan hun trekken op gespecializeerde beurzen en bij brocanteurs. In Frankrijk zijn de prijzen net zo hoog als hier. In Duitsland en Nederland, waar veel toestellen vandaan komen, is alles flink wat duurder. De schattenjagers moeten naar Groot-Brittannië waar het aanbod rijk is en de prijzen laag, aldus Geeraerts. Voor een goede 50.000 à 70.000 frank bouwt men een heuse kollektie op. Sinds de collectioneurs de Britse markt ontdekten en de aanvoer uit Oost-Europa toenam, stelt Geeraerts een daling van de prijzen vast. Denk niet dat alle bakeliet goud waard is. Voor een vooroorlogse asbak telt men amper een paar honderd frank neer. De verzamelaars kunnen twee richtingen uit : huishoudtoestellen of siergoed vergaren. Meest gezocht zijn de met goud en zilver versierde doosjes van de Antwerpse firma Ebena. Ze worden overal in Europa gezocht en kosten gemakkelijk 10.000 frank of meer. Ook parfumflakons zijn in trek. Beroemd is het blauwe uiltje van "Soir de Paris", van het merk Bourjois. Men telt er 8000 à 10.000 frank voor neer. Echt exclusieve stukken zijn nog prijziger. Voor een rode poederdoos van rond 1930, ontworpen door René Lalique moet men een kleine 50.000 frank rekenen. Toestellen zijn nog best betaalbaar. Een simpele broodrooster uit de fifties tikt men voor 2500 frank op de kop. Een rekenmachine is soms niet eens half zo duur. Maar ja, weinig verzamelaars tonen belangstelling voor deze lompe tuigen. Tot de meest voorkomende toestellen behoren de scheerapparaten van Braun en Philips, goed voor 2000 à 3000 frank. Dat is eveneens de prijs voor Kodak-toestellen uit de jaren vijftig. Televisietoestellen zijn erg in trek. Een Amerikaanse Bush-kijkbuis uit 1950 wordt geschat op 20.000 à 25.000 frank. Philips-toestellen, die meer voorkomen, worden aangeboden voor 10.000 à 15.000 frank. Ook ventilators zijn gezocht. Voor de bekende luchtmolen van Calor telt men 4000 tot 8000 frank neer, naargelang van de afwerking. Tot de duurste eksemplaren behoort ook het molentje van kunststof. Haardrogers zijn uiteraard minder gewild. De grote ronde luidspreker van Philips (gemaakt door Ebena) is hét collector's item bij uitstek. Hoe fraaier de kleurschakeringen van het bakeliet, hoe hoger de prijs. Men vindt ze vanaf 10.000 frank. Ook de termoskan, van de Engelse firma Thermos, is erg gezocht, maar weliswaar gedaald in prijs. Voor enkele jaren betaalde men er ruim 4000 frank voor, thans minder dan de helft. Wie meer informatie wenst over de prijzen, verwijzen we naar de Engelse prijsgidsen, zoals de Millers. Over bakeliet en andere soorten plastiek is er tegenwoordig in elke boekhandel literatuur te vinden. Deze prachtige luidspreker uit de jaren dertig, door Ebena geproduceerd voor Philips, is hét verzamelobjekt bij uitstek. Hij gaat tot 10.000 frank. (Kollektie Geeraerts) Dit soort bakelieten tafelklokken van Jaz, met een fraaie art-decomantel, is erg in trek. (Kollektie Geeraerts)Het neusje van de zalm : de parfumflakon "Soir de Paris" van Bourjois. (Kollektie Geeraerts)De verzamelaar kan twee kanten uit : sierobjekten of huishoudtoestellen. Deze Duitse koffiemolen uit 1924, hét pronkstuk. (Kollektie Geeraerts)