Wat onthouden we van de voorbije modeweken ? Dat voor de meeste luxehuizen de crisis nog moet (her)beginnen - er worden nog altijd fortuinen geïnvesteerd in megalomane, weliswaar zeer vermakelijke shows : een wondere onderwaterwereld voor kapitein Karl bij Chanel, een carrousel voor Marc Jacobs bij Louis Vuitton. Dat Miuccia Prada en Raf Simons (vandaag met Jil Sander, morgen misschien elders) aan zet blijven. Dat Kanye West, die in Parijs met veel poeha zijn eerste collectie als modeontwerper onder de doopvont hield, nog veel moet leren. Dat machtsvertoon nergens voor nodig is, en dat eenvoud siert. Zie onder meer de kleine, uitstekende shows van Julien David, Anthony Vaccarello, of Sacai, maar ook de pretentieloze (enfin...) chic van Hermès.
...

Wat onthouden we van de voorbije modeweken ? Dat voor de meeste luxehuizen de crisis nog moet (her)beginnen - er worden nog altijd fortuinen geïnvesteerd in megalomane, weliswaar zeer vermakelijke shows : een wondere onderwaterwereld voor kapitein Karl bij Chanel, een carrousel voor Marc Jacobs bij Louis Vuitton. Dat Miuccia Prada en Raf Simons (vandaag met Jil Sander, morgen misschien elders) aan zet blijven. Dat Kanye West, die in Parijs met veel poeha zijn eerste collectie als modeontwerper onder de doopvont hield, nog veel moet leren. Dat machtsvertoon nergens voor nodig is, en dat eenvoud siert. Zie onder meer de kleine, uitstekende shows van Julien David, Anthony Vaccarello, of Sacai, maar ook de pretentieloze (enfin...) chic van Hermès. Het ging in New York opvallend vaak over bloemen (geplukt in Hawaï bij zowel Joseph Altuzarra als Alexander Wang ; geïnspireerd door de foto's van Nobuyoshi Araki bij Prabal Gurung, en door de zonnebloemen van Van Gogh bij Rodarte). Bij Ralph Lauren stond een metershoog, pastelgekleurd boeket in de hal. Laurens collectie stond in het teken van The Great Gatsby en de jaren twintig, een decennium waar ook elders in New York, Milaan en Parijs veelvuldig uit geput werd. Theyskens' Theory, de exclusieve lijn die Olivier Theyskens ontwerpt voor de Amerikaanse winkelketen Theory (waar hij artistiek directeur is), combineert de high-fashion gotiek van de ontwerper met iets commerciëlers : boyfriend jeans, lurex en pailletten, dit seizoen gecombineerd met tailleurjasjes die duidelijk loensen naar het erfgoed van Chanel. De overtuigendste shows ? Francisco Costa voor Calvin Klein Collection, en Proenza Schouler. De collectie van Costa is licht, delicaat en doordrongen van het vocabularium van lingerie. Bij Proenza Schouler ging het over Afrika, met bijvoorbeeld weelderige waxprints. Marc Jacobs showde als laatste op de kalender in New York. Achter een ouderwets cinemagordijn in de immense zaal van The Armory prijkte een tableau vivant dat zo uit een musical van choreograaf Bob Fosse kon zijn gelift : een rij van 48 Thonetstoelen, met op elk zitje een model in een bevroren pose (en achteraan : Jacobs zelf, als de choreograaf die zijn danseressen dirigeert). Net als bij Ralph Lauren was er een duidelijke invloed van de jaren twintig. Maar Jacobs gaf de esthetiek van het jazztijdperk een hedendaagse invulling, bijvoorbeeld door natuurlijke materialen te combineren met synthetische stoffen, van gekreukt polyester over transparant cellofaan. In Londen ligt de focus traditiegetrouw minder op zaken, en meer op creativiteit : zodra er zaken kunnen worden gedaan, proberen Britse ontwerpers naar Parijs of Milaan te vluchten. Toch heeft Londen de voorbije jaren een sterke kalender ontwikkeld, met jonge succesvolle namen : Mary Katrantzou, bijvoorbeeld (trompe-l'oeileffecten, geïnspireerd door de autowraksculpturen van John Chamberlain), of Peter Pilotto (een snorkelvakantie naar Indonesië vertaald in sexy, sportieve kleren). Dan zijn er ook nog grote kleppers als Burberry of Paul Smith, die hun mannenmode in respectievelijk Milaan en Parijs showen, maar hun damescollecties voor Londen reserveren. De marketingafdeling van Burberry lijkt al enkele jaren geobsedeerd door de virtuele werkelijkheid. Dit keer werd de show van Chris-topher Bailey niet alleen live gestreamd op de website en op Facebook, maar ook op Twitter, Instagram, YouTube, en de populaire Chinese fora Sina en Youku. Volgend seizoen, zoveel is zeker, kunnen ook de Marsmannetjes meekijken. Raf Simons, zo voorspelde Suzy Menkes in de International Herald Tribune, neemt in de nabije toekomst de leiding van Yves Saint Laurent over van Stefano Pilati. Tot gevolg : hommeles in de modewereld. De show van Simons voor Jil Sander was, in afwachting, alvast een hoogtepunt. Raf Simons, lang een cultontwerper voor mannen, heeft nu ook de damesmode in zijn greep (de volants die voortdurend in Parijs opdoken, waren afgelopen zomer al bij Jil Sander te zien). De collectie was opvallend Frans, met duidelijke referenties naar Brigitte Bardot, Jacques Tati, de Côte d'Azur en, zeer letterlijk, Pablo Picasso. Daaruit afleiden dat Simons zich al voorbereidt op een post bij een fabelachtig Frans huis, is misschien een stap te ver. Toeval (of niet) : Marc Jacobs, over wie al maanden wordt beweerd dat hij eventueel/misschien/ welhaast zeker naar Christian Dior overstapt, toonde in Parijs een collectie voor Louis Vuitton die in de sfeer van dat huis was ondergedompeld (zie verder). Het decor bij Jil Sander was een hommage aan Mon Oncle, de film van Tati over een futuristische fiftieswoning in een verder doodgewone voorstadwijk. Tati zagen we dit seizoen ook bij Prada. Maar daar lag de klemtoon meer op komedies als Playtime en Traffic. De absurditeit van de moderne stad, de dominantie van de auto. Miuccia Prada en architect Rem Koolhaas, die het decor bouwde (miniautootjes in piepschuim, roze olievlekken), mengden Tati met de Amerikaanse autocultuur uit de fifties en sixties (plus een knipoog naar de country- en westernpakken van Nudie Cohn ; zie ook p32). Kitsch ? Ja (de invloeden), en toch ook : neen (het resultaat). De jaren vijftig waren ook elders in Milaan (en in Parijs) bijzonder prominent. De Franse versie van les années cinquante bij Jil Sander, de Hollywoodversie bij Prada, en de Italiaanse variant ( la dolce vita) bij Dolce e Gabbana. Eerst met jurken bedrukt met groenten, en daarna met avondkledij die geïnspireerd leek door feestverlichting : blinkertjes, siersteentjes en andere glans. De ontwerpers showden ook voor het laatst de lijn D&G, die vanaf winter 2012 wordt geïntegreerd in de hoofdlijn. Een uitstekende show, gebaseerd op één idee : de zijden foulard. Frida Giannini concentreerde zich bij Gucci op avondjurken, hoofdzakelijk in zwart met gouden en/of zilveren details, gedipt in art deco en twentiesnostalgie. Trussardi vierde zijn honderdste verjaardag met een nieuwe ontwerper, Umit Benan, die al bewondering oogstte met zijn mannenlijn. Een geslaagd debuut, chic en comfortabel tegelijk (met veel beige en stewardessenblauw : het thema was een vliegtuigreis). Zowel in Milaan als Parijs stonden opvallend veel collecties in het teken van water. Giorgio Armani hield het voor zijn beide collecties, Armani en Emporio, kort en krachtig. De hoofdcollectie stond in het teken van parelmoer, met veel glans en grijs, watertinten, en zwemkampioen Ian Thorpe op de eerste rij. De modellen van Sportmax hadden natte haren en outfits die, met een beetje verbeelding, verregend leken (met of zonder regenboogeffecten). Bij Versace waren de Medusaprints vervangen door zeemeerminnen, zeesterren en ander onderwaterfauna. Geen hardcore Versace, dat is waar, maar daarvoor kunnen de Donatellista's al over enkele weken terecht bij een populaire winkelstraatketen. Ook in Parijs trokken nogal wat ontwerpers hun zwembroekje aan. Riccardo Tisci van Givenchy bijvoorbeeld, die in zee behalve ideeën ook materiaal ging vissen (paling, haai, rog : het moet niet altijd leder zijn). Een zacht kleurenpalet, met mouwloze blazers en jasjes (al dan niet versierd met vin-achtige elementen) en wetsuitbroeken, en oversized haaientandhalssnoeren. De laatste look, een korte, algengroene jurk, werd gedragen door Gisele Bündchen. Van een grote vis gesproken. Sarah Burton suggereerde oesters, parels en schelpen, bij Alexander McQueen. De collectie had een hoog fetisjgehalte, met focus op smalle taille en nauw aansluitende kokerrokken. Karl Lagerfeld toverde het Grand Palais om tot een wondere onderwaterwereld met immense schelpen, zeepaardjes en anemonen voor de show van Chanel. Uit een van die schelpen kwam halverwege het defilé Florence Welch tevoorschijn (ze bracht haar jongste single, What the Water Gave Me, ook toepasselijk). De vangst : zeventig meisjes, hoofdzakelijk in witte jurken, parelmoeren tailleurs, transparante jasjes en gesublimeerde sportswear. Parels dienden ter versiering van haar, oren en ruggengraat. Enkele huizen introduceerden nieuwe gezichten. Bij Chloé overtuigde Clare Wright Keller met een oefening in plissé. Bij Ungaro kwam de jonge, voorlopig nog geheel onbekende Jeanne Labib- Lamour wuiven (hoogtepunt : prints geïnspireerd door luchtfoto's van de Nasa). Paco Rabanne werd opgefrist door de Indiase ontwerper Manish Arora. Enfin, dat was de bedoeling. Rabanne was in de jaren zestig een overtuigd futurist, maar deze reïncarnatie was vooral nostalgisch, en daardoor toch wel een teleurstelling (de collectie van Manish Arora voor zijn eigen merk, met actrice Rosy De Palma in de rol van modellendrijfster, was veel sterker). Al even teleurstellend : het debuut van Kanye West, dat we alleen online konden bekijken. Kenzo, al jaren een zorgenkind van het luxeconglommeraat LVMH, gaf carte blanche (of daar leek het tenminste op) aan het duo Humberto Leon en Carole Lim van de Amerikaanse keten Opening Ceremony. Het duo heeft een goed ontwikkeld gevoel voor marketing en hypes. Maar mode is nog iets anders. Er waren weinig grote verrassingen bij de Belgen. Met uitzondering van de collectie van Dries Van Noten. Hij speelde met de architecturale vormen van de Spaanse en Italiaanse couture uit de jaren vijftig en zestig : volants, oversized jurken, geborduurde toreadorjasjes. Hoogtepunt, zoals wel vaker bij Van Noten : de prints, die net als vorig seizoen op een bijzondere manier werden gemixt (zeventiende-eeuwse etsen, de jungle, nachtelijke cityscapes van fotograaf James Reeve). Ondanks outfits in felle kleuren (fuchsia, felgroen en geel) had de collectie iets ernstigs. Dat Belgische mode vaak ingetogen mode is, bleek ook bij Haider Ackermann, van wie de show in het teken stond van dichter Lord Byron. Ackermann verrast niet echt meer, maar blijft subliem, vooral wat zijn kleurgebruik betreft. Dit seizoen veel metaaltinten en rockabilly-jasjes, gedragen over, bijvoorbeeld, een elegante harembroek. Ann Demeulemeester bouwde verder op de mannencollectie die ze in juni in Parijs toonde. De Noord-Afrikaanse woestijn, lange, lichte gewaden in ivoorkleuren en huidtinten - en zand op de grond. Een sensuelere collectie dan we van haar gewoon zijn. Ook A.F. Vandevorst trok naar de (Keniaanse)woestijn, vertaald naar warme kleuren (oranje, brons, kaki, bordeaux), veel zijde, franjes en gewikkelde foulards in paisleyprints. Jean-Paul Lespagnard liet zich voor zijn tweede, kleine show inspireren door basketbal. Oversized chocoladebruine shorts, sweaterstoffen, elegante broeken. Lespagnard deelt met Anthony Vaccarello de titel van Belg van het seizoen. Vaccarello won onlangs de prijs van de Andam, en kon met die buit een aantal topmodellen inhuren voor zijn niets verhullende mode. De geruchtenmolen ziet Marc Jacobs bij Dior (zie hoger), en dus bouwde hij voor wat misschien zijn laatste show was als artistiek directeur van Louis Vuitton, zijn eigen molen, een oogverblindend witte carrousel, waarop de modellen in lieflijke, pastelgekleurde outfits rondjes draaiden. De collectie had een fiftiesgevoel, met veel couture-elementen, new-lookvolumes, broderie anglaise (onder meer gebruikt voor kraagjes), en opnieuw een gastrol voor Kate Moss (die ongeveer sinds de jaren vijftig meedraait in de mode). In afwachting van de (mogelijke) komst van Jacobs, groette studiodirecteur Bill Gaytten nog het publiek na de show van Christian Dior. Gaytten speelde op veilig en greep terug naar het klassieke fiftiesrepertoire van het huis. Stefano Pilati voorspelde bij Yves Saint Laurent eerst een donkere lente, maar evolueerde daarna naar iets lichters. Veel volume, vooral in de jasjes, en medaillonriemen. Maison Martin Margiela werkte rond Perzische tapijten en transparantie, maar presenteerde vooral mooie jassen (en de beste kapsels van het seizoen). Met zijn tweede collectie voor Hermès nam Christophe Lemaire nog wat meer afscheid van de mode : de ontwerper geeft het statige luxehuis een tijdloze, soms bijna oubollige garderobe, perfect uitgevoerd in de meest onberispelijke materialen. Véronique Leroy doet iets soortgelijks (zij het nog beter) met het Belgische label MUS. DOOR JESSE BROUNS EN ELLEN DE WOLF - FOTO'S CATWALK PICTURES