Het is moeilijk republikein te zijn in deze tijden. Niet dat ik met honderd procent zekerheid kan zeggen dat ik republikein ben in hart en nieren. Als ik erover nadenk, vind ik het in alle nuchterheid nogal bizar dat we betalen voor een instituut dat niet echt nog macht heeft ; voor een familie die eigenlijk niet zo veel doet, niet zo snugger is en pas in 1830 deel ging uitmaken van ons leven en onze cultuur. Maar nu ze er toch is, vind ik ze een fascinerend anachronisme. En als de leden ervan trouwen, aftreden of kinderen krijgen, zit ik aan het scherm gekl...

Het is moeilijk republikein te zijn in deze tijden. Niet dat ik met honderd procent zekerheid kan zeggen dat ik republikein ben in hart en nieren. Als ik erover nadenk, vind ik het in alle nuchterheid nogal bizar dat we betalen voor een instituut dat niet echt nog macht heeft ; voor een familie die eigenlijk niet zo veel doet, niet zo snugger is en pas in 1830 deel ging uitmaken van ons leven en onze cultuur. Maar nu ze er toch is, vind ik ze een fascinerend anachronisme. En als de leden ervan trouwen, aftreden of kinderen krijgen, zit ik aan het scherm gekluisterd en moet ik af en toe naar een zakdoek grijpen. Want ik mag dan een occasioneel republikeins opstootje voelen, ongevoelig voor de charme van het instituut ben ik niet. En als ze trouwen, aftreden of kinderen krijgen, zie ik Shakespeare. Een koningsdrama waarin we wachten tot het masker even verschuift en er een onvolmaakte mens voor ons staat. En in die onvolmaaktheid herkennen we onszelf. Journalist en republikein Christopher Hitchens noemde de Britse monarchie "'s lands favoriete fetisj", de cultus van de Windsors en de prinsen van Wales, "een mooie oefening in brood en spelen". Ons koningshuis mag dan nog wat terughoudend en afstandelijk zijn, de Windsors are out there, larger than life, een über-celebrity-realityshow. Philips ongepaste opmerkingen, Elizabeths geklemde vingers rond die vreemde handtasjes, Charles' serieel overspel, Diana's boulimie, krokodillentranen en tragische dood... Zij was de tikkende tijdbom en tegelijkertijd de ster van de monarchie. Je kunt het eigenlijk zo gek niet verzinnen. Tenzij je Shakespeare heet. En nu is er de royal baby, codenaam baby Cambridge maar uiteindelijk prins George, derde in lijn voor de troonopvolging. Zijn vader is de zoon van de 'Heilige Diana'. Zijn moeder is een 'burgermeisje', zoals dat dan genoemd wordt. Eentje met meer geld dan ik ooit zal zien, en een betere opvoeding dan veel prinsessen ooit zullen krijgen. We kijken naar hen als ze het ziekenhuis verlaten en zien haar nog steeds opgezwollen buikje dat ze duidelijk niet wil verbergen. We zien zijn blauwe buttondownhemd en hoe goed hij geoefend heeft met dat babystoeltje. En we slaken een vertederd "aaah...". Ik dan toch tenminste ; geheel in stijl gebruik ik hier de koninklijke wij. Mijn meisjesachtige hang naar alles wat koninklijk is, mag dan irrationeel zijn. Maar zowel geschiedenis als sprookjes zijn opgebouwd uit prinsen en prinsessen. En zowel prins George als onze koning Filip brachten een golf van goede wil en optimisme met zich mee. En daar kun je niet ongevoelig voor zijn. LENE.KEMPS@KNACK.BE LENE KEMPS"Als royals trouwen, aftreden of kinderen krijgen, zie ik Shakespeare : een koningsdrama waarin het masker even verschuift en er een onvol-maakte mens voor ons staat. Daarin herkennen we onszelf"