Londen mag dan een zwaarbeveiligde stad zijn, in het 160 werknemers tellende hoofdkwartier van Paul Smith loop je zo naar binnen. De bakstenen mastodont uit 1880 ligt om de hoek van Covent Garden. Aan de met eikenhout, kunstwerken en foto's van bekende vrienden gedecoreerde receptie vind ik alleen maar een zeskoppige televisieploeg van een Brits station - geen receptionist of telefoon. Dan maar op zoek naar het toilet. Op de terugweg loopt de Britse ontwerper me op het lijf aan de goederenlift. "Ah, daar ben je", zegt hij met uitgestoken hand en een joviale glimlach. "De aardigste vent in de modewereld" wordt hij genoemd. "Ik wil ook dat mensen me aardig vinden", bekent hij later in zijn kantoor. "Dat trekje heb ik van mijn vader. Die kon met iedereen babbelen, je was meteen op je gemak bij hem."
...

Londen mag dan een zwaarbeveiligde stad zijn, in het 160 werknemers tellende hoofdkwartier van Paul Smith loop je zo naar binnen. De bakstenen mastodont uit 1880 ligt om de hoek van Covent Garden. Aan de met eikenhout, kunstwerken en foto's van bekende vrienden gedecoreerde receptie vind ik alleen maar een zeskoppige televisieploeg van een Brits station - geen receptionist of telefoon. Dan maar op zoek naar het toilet. Op de terugweg loopt de Britse ontwerper me op het lijf aan de goederenlift. "Ah, daar ben je", zegt hij met uitgestoken hand en een joviale glimlach. "De aardigste vent in de modewereld" wordt hij genoemd. "Ik wil ook dat mensen me aardig vinden", bekent hij later in zijn kantoor. "Dat trekje heb ik van mijn vader. Die kon met iedereen babbelen, je was meteen op je gemak bij hem." Het kantoor van Smith wordt gedomineerd door een langwerpige vergadertafel. De wand, met talloze schilderijen en tekeningen van bekenden als Peter Blake, is ook volgestouwd met honderden spullen : kunstboeken en cd's, speelgoed en schaalmodellen van Britse sportwagentjes, wielrennersmemorabilia van de Giro, stripboeken, curiosa uit Japan, Tibetaanse dekens, junk uit de jaren vijftig, een konijn in keramiek dat een lamp moet voorstellen. "Ik wil niet opgroeien", zegt Smith nog voor ik wat kan zeggen. "Ik ben er trots op dat ik het kind in mij niet verloren ben. Het is ook een van de redenen waarom we het goed blijven doen bij jongere mensen, ook al verkopen we ook aan bankmanagers en politici. Ik kan niet alles bijhouden, maar mijn muziekcollectie is actueler dan die van vele jongere medewerkers. Ik koop al sinds mijn achttiende voortdurend nieuwe muziek. Ik bezoek voortdurend galerieën met jonge kunstenaars, heb veel contacten met studenten ( Smith reikt studiebeurzen uit aan kunstscholen), ben voor iedereen heel benaderbaar. Ik leef niet in een ivoren toren." Het kind in het lijf van een bijna zestiger heeft in een kwarteeuw een mini-imperium met een jaarlijkse omzet van 350 miljoen euro uitgebouwd. Het werkwoord is niet toevallig gekozen : Smith was een ongediplomeerde schoolverlater op zijn vijftiende en werd door zijn vader aan een baantje bij een lokale groothandel in kleding geholpen. Zelf wilde hij liever professioneel wielrennen maar die droom werd twee jaar later aan diggelen gereden door een snelheidsduivel. De zes maanden die hij in het ziekenhuis doorbracht, leverden echter een pak nieuwe vrienden op, en die leidden op hun beurt naar de Bell Inn, destijds een pub met een bohémien-cliënteel in Smiths geboortestad Nottingham. Hun losbandige leventje spoorde hem aan om met een met zakcenten gekochte Morris Minor het Londen van de swinging sixties te verkennen. De benzine betaalde hij met de opbrengst van zelfgemaakte T-shirts. In dezelfde pub leerde de ontwerper ook zijn huidige vrouw Pauline Denyer kennen. De Londense modestudente was zes jaar ouder en had twee kinderen, maar dat weerhield Smith er niet van om op zijn 22ste met haar te gaan samenwonen. Denyer leerde de toenmalige kledingverkoper niet alleen patronen te tekenen en te naaien, maar spoorde hem ook aan om in 1970 een eigen winkel te openen : Vêtements pour Homme. De in het buitenland aangekochte stukken werden aanvankelijk aangevuld met eigen hemden, later ook met broeken en jasjes, en in '76 presenteerde Paul Smith zijn eerste mannencollectie in Parijs. "Het was krankzinnig : ik leerde tegelijkertijd winkeleigenaar, echtgenoot, stiefvader en ontwerper te zijn", zegt Smith nu over die periode. Ondertussen heeft de combinatie van Saville Row-tradities en excentrieke details de in 2000 tot ridder geslagen ontwerper bovenaan het Britse modelegioen gebracht. Zijn kleding- en accessoirelijnen, dertien in totaal, worden in ruim vijftig landen verkocht en het verkoopnetwerk omvat inmiddels om en bij de driehonderd winkels in eigen beheer. Twee derde daarvan ligt in Japan. Met eerder bescheiden maar gestage groeicijfers en beperkte schulden bezit Paul Smith een van de gezondste ondernemingen in de sector. Het vermogen van de ontwerper, die 85 procent van de aandelen in handen houdt en tot nog toe zowat alle luxegroepen afwimpelde, wordt nu op zo'n 250 miljoen euro geraamd, maar de onderneming groeit nog steeds. In februari verscheen er een boetiek in zijn geboortestad, een zoals steeds eclectische bedoening in een adellijk pand uit 1738, en ook Los Angeles, Peking en een tweede winkel in Parijs stonden dit jaar op het programma. De selfmadeontwerper beperkt zich overigens al lang niet meer tot kledinglijnen. De voorbije jaren verschenen al mokken, tapijten, meubels bij Capellini, pennen, parfums en uurwerken van zijn hand, deze winter worden zijn functionele ontwerpen voor snowboardfabrikant Burton gelanceerd. Bij het legendarische Triumph verschijnen dan weer negen gepersonaliseerde motorfietsen, vrolijke streepjespanelen en geruite zitkussens inbegrepen. "Ik volg geen strikt businessplan, maar mijn intuïtie", houdt Smith vol. "Als kledingverkoper heb ik mijn zakelijk instinct aangescherpt, maar ondertussen hoef ik niet meer voor het geld te werken. Een van de dingen die ik in al die jaren het best geleerd heb, is juist nee zeggen. Ik wil ook geen merk zijn. Ik doe gewoon wat ik leuk vind. Omdat de jongen van de tapijtenfabrikant zo amusant is, omdat mijn broer zelf een Triumph bestuurde of omdat ik een Brits bedrijf van de ondergang wil behoeden. En omdat zulke projecten een uitstapje zijn natuurlijk. Het ontwerpproces achter horloges of meubels duurt veel langer en leert me met andere materialen en patronen te werken." Kunt u het allemaal nog overzien ? Paul Smith : Het punt is dat je nooit op je lauweren kunt rusten. You've never made it. Zelfgenoegzaamheid is mij vreemd, ik probeer mezelf altijd een schop te verkopen en aan te moedigen om beter te worden. Dat is ook de filosofie in het bedrijf : we stellen alles voortdurend in vraag, en we kiezen nooit voor de evidente route. Natuurlijk is een goed team belangrijk, maar ons succes heeft toch ook met bescheidenheid, keurigheid en nieuwsgierigheid te maken. We zijn ook nooit nummer één geweest. Cool en interessant, dat wel, maar nooit de beste. Achteraf bekeken is dat een voordeel. Ik ben autocratisch, maar geen controlefreak. Ik heb over alles mijn zeg, ook over het management en de praktische beslommeringen, maar in de modewereld gaat het toch vooral om ideeën. En op dat vlak vult John, mijn financieel directeur sinds vijftien jaar, me perfect aan. Ik loop voortdurend over van ideeën, terwijl hij gewoon heel praktisch is. "En hoe wil je dat precies doen, Paul ?" (lacht). zorgen ? Ik ben me bewust van mijn verantwoordelijkheid voor mijn medewerkers, maar ik probeer niet aan de toekomst te denken. Ik hou niet van verjaardagen met een nul op het einde, maar ik voel me springlevend. Ik heb energie te over en zolang ik gezond ben, denk ik : let's have a ball. Ik reis ook nog steeds zeven maanden per jaar. Alleen zit ik nu vooraan in het vliegtuig, kies ik voor rustige hotels en maak ik afspraken op mijn voorwaarden, niet die van het persbureau of anderen. Mijn vrouw Pauline en mijn assistente Colette zijn ook een geweldige hulp. Colette stuurde me vanmiddag nog wandelen tijdens de lunchpauze. Ga een luchtje scheppen, zei ze, anders ben je vanavond kapot. Ik ga elke ochtend al om halfzeven zwemmen, dus ik probeer naar mijn lichaam te luisteren. Alhoewel, vorige maand was ik voor één dag in Hongkong en heb ik veertien interviews na elkaar gegeven. Het is een leerproces ( lacht). Het is zo'n misvatting dat traditionele mannen met kinderen ( Smith heeft twee stiefzonen) niet cool zijn. Kinderen en jongeren zijn juist een eindeloze bron van ideeën. Ze denken lateraal, hun hoofd zit nog niet vol met informatie. Het ergste tegenwoordig is overinformatie, dat je de hele dag voor de radio, de televisie, de kranten en het internet kunt zitten. Dan kun je nooit echt creatief zijn, want daarvoor moet je juist het onbekende verkennen. Zo normaal is mijn leven trouwens ook niet. Ik heb met de Concorde gevlogen, met Tony Blair en Jacques Chirac ontbeten, ik ben op stap gegaan met The Ramones, Eric Clapton, Led Zeppelin en The Talking Heads, ik heb speeches gegeven op de Britse ambassade. Eigenlijk leid ik een heel schizofreen leven. 's Avonds kom ik thuis, na een of andere fantastische ervaring of reis, en dan zegt Pauline alleen maar "oh darling, je bent een beetje laat. Er staat vis in de oven". En dan begint ze over Proust of de tuin die in bloei staat. Dat houdt me met mijn twee voeten op de grond. Pauline is een verlegen, rustig en intelligent mens en ik zie haar nog steeds doodgraag. Ze biedt een tegengewicht voor alles wat ik meemaak. Dat is vaak nogal heftig, ook omdat ik meestal alleen op reis ben. Ik ben twintig jaar geleden al in Vietnam, Cambodja, Rusland en China geweest. Dan is het fijn dat er je, als je thuiskomt, die stabiliteit wacht. Ik ben ook een opgewekte mens. En ik heb heel duidelijke ideeën over mijn rol als ontwerper. Ik heb jaren geleden al beslist dat het niet mijn taak is om een politieke stempel te drukken. Natuurlijk ben ik bezorgd over het terrorisme, maar ik wil mensen in de eerste plaats een goed gevoel geven. Ook aan jou : ik wil dat je een leuke herinnering overhoudt aan je bezoek. Dat heb ik van mijn vader, die stond goed met iedereen en dat is ook wat ik met mijn werk probeer te bereiken. Ik wil mensen raken, energie, enthousiasme en inspiratie overplanten. Dat is wat mij gelukkig maakt. verontwaardiging kwijt moet ? Ik wil mensen bereiken. Dus moet mijn kleding interessant en inspirerend zijn, maar ook draagbaar. Al de rest is daaraan ondergeschikt. Ik wórd ook nooit kwaad, ik heb geen radicale meningen. Ontwerpers die dat wel voelen hebben een fantastisch medium om zich te uiten, maar ik ben rustig en zachtaardig aangelegd. Ik wil gewoon aardig gevonden vonden. Net zoals zij trouw blijven aan hun persoonlijkheid, blijf ik trouw aan de mijne. Voor een John Galliano zijn die shows het hoogtepunt van het jaar, ze laten hem toe zich helemaal te uiten. Voor mij is een defilé gewoon een verplicht nummer. Die veertien minuten kosten me een kwart miljoen euro, dertig modellen, tien kappers en een hoop stress. Aan de ene kant moet je winkeliers tonen dat je spullen hebt waarmee ze hun huur kunnen betalen, en aan de pers en de camera's moet je tonen dat je nog steeds ideeën hebt en interessant bent. Mijn plezier is veel discreter. Dat schuilt meer in het laten bloeien van een idee. Dat een deken uit Latijns-Amerika later de voering van een jasje of een kasjmieren sweater inspireert, of dat je met de stiksels van een Indische postmanstas de afwerking van een jeansjasje bedenkt. Dat geeft mij een kick. Sinds de jaren tachtig en negentig gooien de grote modehuizen er zoveel geld tegenaan dat het tegenwoordig vechten is om de aandacht van modebladen. Te meer omdat ik gehecht blijf aan Londen en ik de damescollectie daar toon. Noem me maar een patriot, voor mij is het een kwestie van loyaliteit. Het punt is dat het product verkoopt van Scandinavië tot Japan. Sommige klanten kopen al twintig jaar Paul Smith, dat is uniek in de mode. Anderzijds zie je dat de consumenten ook wat anders willen. Ze zijn het beu om over de hele wereld dezelfde boetieks met gelijkaardige interieurs te zien. "Iedereen is zo Paul Smith", hoor ik nu van alle kanten, maar ik kan dat moeilijk leuk of niet leuk vinden. Ik doe gewoon wat ik doe. Begin jaren negentig was ik als ontwerper ook helemaal niet relevant, al gingen de zaken nooit slecht. Gucci en Prada boomden met hun minimalistische, sexy look en ik was totaal uit de mode. Net als mijn winkels. Die eclectische aanpak met curiosa en andere labels strookte helemaal niet met wat er in Milaan en Parijs opende. Maar ik heb mijn eigen stijl nooit verloochend. Mister Armani is een goede vriend en iemand die ik respecteer. Hij heeft, nog veel meer dan ik, jonge mensen de kans gegeven om pakken te dragen en ze losgerukt van formele gelegenheden en gerespecteerde beroepen. We maakten de schouderlijn zachter, we gebruikten zachte vezels als linnen of nieuwe materialen als polyester. Maar het pak komt en gaat, en dat potloodsilhouet van Hedi Slimane is niet nieuw. Denk aan The Beatles of The Rolling Stones. Die droegen pakken met bloemenshirts. Mij zie je ook nooit in wat anders. Ik draag wel eens een jeans, maar dan toch met een mooie colbert. Ik kan er van alles in opbergen en wat kleding betreft, gedraag ik me graag naar mijn leeftijd. opgevoerd. U heeft zich daar nooit aan gewaagd. Uiteraard waren er altijd stijlvolle mannen als Fred Astaire of de Hertog van Windsor, maar het wordt zo snel camp. Nureyev was heel modieus in zijn tijd, maar wat ben ik daar vandaag mee ? Vaak zijn de mannen die ík goed gekleed vind ook geen iconen, zoals Yves Saint Laurent, of gewoon niet interessant genoeg. James Dean had een fantastische look, maar zijn kleding was heel basic. Ach, Slimane werkt voortdurend met rocksterren, maar zulke thema's lijken me vooral goed voor het persbericht. Commercieel zijn ze niet interessant en ze beperken je ook op creatief vlak. Zeker voor ontwerpers die al zo lang bezig zijn als ik. Het is geforceerd om dat door een hele collectie te werken. Stel dat ik beslis dat het volgende seizoen 'Nureyev' moet zijn, moet ik dan balletschoenen gaan maken ? Daniel Day-Lewis, een goede vriend van me. Hij rijdt met een motorfiets, maar hij kan ook een maatpak, Lobb-schoenen of handgemaakte handschoenen appreciëren. Weet je dat hij ooit stage liep bij een Franse schoenenmaker ? Hij speelt ook met tegenstellingen, net als ik : ruw en zijdeachtig, gekleed en casual. U heeft mode toegankelijk gemaakt voor mannen, wordt wel eens gezegd. Mannen zijn de laatste vijftien jaar dramatisch veranderd, maar ik weet niet of dat met ontwerpers of iconen te maken heeft. Denk aan de eerste generatie na de oorlog, die van de rock-'n-roll, de teddy boys en de mods in de jaren zestig. Die waren sterk beïnvloed door jazzclubs en Amerikaanse soldaten die het weekend in Londen doorbrachten. Daarna explodeerde de popmuziek en de zelfexpressie in film, grafische ontwerp en fotografie, met mensen als Jean-Luc Godard, David Bailey en Fellini. Denk ook aan bewegingen als de punk en de new romantics in de jaren tachtig. Zulke bewegingen heb ik altijd geweldig gevonden. Je hoort mij niet klagen dat jonge mensen niet meer op straat komen om te betogen. Het enige wat ik niet leuk vond, was de yuppielook, maar ook die had meer met omgevingsfactoren te maken zoals de explosie van de aandelenmarkt en de Londense City, dan met iconen op zich. Dat bewijst maar hoe individualistisch de Britten zijn, zonder zich zorgen te maken over wat andere mensen ervan denken. We nemen onszelf niet al te serieus, dat is ook een belangrijk aspect. Die Britse tegenstelling draag ik voortdurend met me mee : we zijn graag apart, maar we zijn ook trots op onze tradities. Die mix van conservatisme en excentriciteit inspireert me nog altijd. Door Wim Denolf"Mister Armani heeft, nog veel meer dan ik, pakken losgerukt van formele gelegenheden en gerespecteerde beroepen. "een defilé is een verplicht nummer. het kost me een kwart miljoen euro, dertig modellen, tien kappers en een hoop stress."