Illy, Auguste Ortsstraat 6, 1000 Brussel. Vanaf 18 november 2005. Open van maandag tot zaterdag, van 7 tot 19 uur.
...

Illy, Auguste Ortsstraat 6, 1000 Brussel. Vanaf 18 november 2005. Open van maandag tot zaterdag, van 7 tot 19 uur. Een borderline stad, op de grens tussen land en water, tussen het westen en het oosten en tussen het verleden en het heden." Zo omschrijft de Welshe journaliste en auteur Jan Morris haar geliefde Triëst. Ze wijdde er een boek aan : Triëst, de melancholie van een plek. Volgens haar een slechte vertaling van de Engelse titel Trieste and the Meaning of Nowhere, omdat zij daarin niet de werkelijke stad beschrijft, maar de plek die zij in haar hoofd heeft en waarmee zij zich verwant voelt : "Het toonbeeld bij uitstek van neergang en het einde van de wereld." Maar van het " triste Trieste" zoals zo vaak door schrijvers afgeschilderd, is bij mijn aankomst weinig te bespeuren. De ondergaande zon trekt een vuurrood spoor over de bijna roerloze baai en zet de statige classicistische gevels langs het waterfront in een oranje gloed. De trappen van de Molo Audace, de befaamde pier in de oude haven, zien zwart van de jongelui die met hun benen bengelend boven het water de zonsondergang gadeslaan. Ze keuvelen, vrijen, slenteren. Een langharige jongen probeert op zijn gitaar The house of the rising sun te tokkelen. De sfeer is eerder gezellig zuiders dan droevig. Toch is de nostalgie niet ver weg in deze stad met haar woelige geschiedenis en multi-etnische bevolking die meer dan vijf eeuwen onder Oostenrijks bewind stond (1382-1918), en na een traumatische oorlogsperiode pas sinds 1954 bij Italië behoort. Getuige van de historie zijn de statige gebouwen langs de Adriatische Zee en in het hart van de benedenstad, dat gevormd wordt door de majestueuze Piazza Unità d'Italia, het grootste plein van Italië. Maar al is de architectuur hier overwegend 'Germaans', de sfeer is heel bijzonder en heeft iets van het oude Wenen, gemixt met Parijs en met uiteraard een grote dosis Italiaans. Niet voor niets was Triëst eind negentiende eeuw het centrum van het irredentisme, de nationalistische beweging die zich na het ontstaan van Italië tot doel stelde om alle gebieden waar de Italiaanse cultuur vertegenwoordigd was bij Italië te voegen. Ook de belangrijke Sloveense minderheid roerde zich fel in die tijd. Die bijzondere sfeer voel je misschien nog het best in de vele fraaie en druk bezochte koffiehuizen, die vaak meer dan een eeuw oud zijn. Zodra de zon verdwenen is, steek ik de brede kustboulevard over en ga een eerste koffie drinken bij Tommaseo, het oudste en meest gerenommeerde café van Triëst dat dateert uit 1830. Met zijn geboende parketvloer, gebeeldhouwde plafonds, witte pilaren met naakte vrouwentorso's en spiegels die het opulente decor weerspiegelen, heeft het zijn nostalgische charme perfect bewaard. Nu zijn de marmeren tafeltjes en met rood fluweel beklede salonstoelen bezet door chique dames met hoed en bontjas die er nippen van een kleurige cocktail of van een van de speciale koffiesoorten. Maar in het begin van de twintigste eeuw was het café een verzamelplaats van nationalisten en een geliefde pleisterplaats van James Joyce, wellicht de beroemdste literator die er zijn sporen achterliet. De Ierse schrijver verbleef elf jaar (1904-1915) in Triëst als leraar Engels en schreef er onder meer het eerste hoofdstuk van zijn Ulysses. Hij was ook een graag geziene gast in het Caffè Pirona, terwijl zijn bekende tijdgenoot Italo Svevo een voorkeur had voor de Portici di Chiozza, het toenmalige centrum van het irredentisme, en Umberto Saba vaak in de Antico Caffè San Marco vertoefde. Triëst was zeker niet de eerste stad waar koffiehuizen in trek waren, maar heeft van alle Italiaanse steden het meest gedaan voor de ontwikkeling van de koffie-industrie en heeft, samen met Wenen, die oude koffiecultuur het best bewaard. Rond 1640 al werd in de republiek Venetië toestemming gegeven voor het openen van de eerste koffiehuizen, naar het voorbeeld van Istanbul waar het fenomeen toen al bijna een eeuw oud was. Londen (1662), Parijs (1675) en Wenen (1683) volgden snel. Heel belangrijk was de rol die de cafés vanaf eind zeventiende eeuw begonnen te spelen als trendy verzamelplaats voor de rijken en de intelligentsia. Ze kregen algauw de reputatie van 'politieke broeihaarden'. In Triëst bloeide de koffiemode pas goed op eind achttiende eeuw, maar ze kwam niet overgewaaid uit de noordelijke metropolen. Ze werd vooral nageaapt van het rijke en machtige Venetië, dat maar even verderop aan de kust ligt en eeuwenlang de grote rivaal van Triëst was (en de reden waarom dat zich aansloot bij de Oostenrijkers). In de negentiende eeuw werd Triëst op Marseille na de grootste haven van de Middellandse Zee en een belangrijke draaischijf voor de invoer van koffie. Het fungeerde ook als een soort entrepot voor Midden-Europa. De vele buitenlandse kolonies hadden er elk hun ontmoetingsplaats. Zo kwamen de Duitsers bijeen in Caffè Stella Polare, de Grieken in het Caffè Greco en de Zwitsers in Caffè Griot in het oude centrum. Maar door het sterk kosmopolitische karakter van de stad gingen die nationale banden mettertijd verloren en ontwikkelden de koffiehuizen zich tot ontmoetingsplaatsen met een politieke betekenis, terwijl ook literaire cafés een groeiende populariteit kregen. Een aantal ervan is prima bewaard en wordt nog steeds druk bezocht door studenten en burgers die er de krant komen lezen. Zo kun je vandaag genieten van een perfect geserveerde koffie in de Tommaseo , het Caffè degli Specchi op de indrukwekkende Piazza Unità, de Tergesteo, de Stella Polare, de Torinese, het Caffè Priona of de Antico Caffè San Marco , om maar de meest gerenommeerde te noemen. De Triestini drinken niet zomaar een koffie, ze bestellen een nero, een gocciato (met een drupje melk), een macchiato (met ietsje meer melk), een caffelatte (bijna half om half) of cappuccino en dat in een kleine of grote kop, in een glas, koud of heet. Dan kun je ook nog specifiëren : ristretto (geconcentreerd), cafe-inevrij, lungo, met weinig of veel schuim. En uiteraard kom je overal de naam illy tegen. Niet toevallig. Triëst is nog steeds de belangrijkste koffiehaven rond de Middellandse Zee en ook de bakermat van de belangrijkste koffiebranderij van Europa, illy zit al drie generaties verankerd in de stad. Het begon met Francesco Illy, van Hongaarse afkomst, die in de Eerste Wereldoorlog als officier van het Oostenrijks-Hongaars leger in de stad belandde en er na de oorlog bleef. Hij hield zich bezig met de handel in cacao en koffie en spitste zich al gauw toe op koffie alleen. In 1935 vond hij de eerste automatische machine uit die stoomdruk verving door samengeperste lucht. Deze illetta wordt algemeen beschouwd als de voorloper van de moderne espressomachine. Francesco's zoon Ernesto nam na de Tweede Wereldoorlog het roer over. Wetenschapper van opleiding, zette hij een onderzoekscentrum op, schakelde universiteiten in, promootte koffie van topkwaliteit en zorgde ervoor dat espresso op zijn Italiaans wereldwijd een begrip werd. Nu is zijn zoon Andrea topman van het bedrijf dat dagelijks zo'n vijf miljoen koppen koffie verkoopt in honderd dertig landen. Zijn oudste broer Riccardo, voormalig burgemeester van Triëst, is nu gouverneur van de hele regio. Het bedrijf heeft zich tot doel gesteld om de beste kop koffie ter wereld te schenken en heeft daartoe sinds 2003 in de thuishaven een Universita del Caffè opgericht, met als missie de cultuur van de koffie te ontwikkelen en te verspreiden. Momenteel zijn er meer dan vijftig illy-bars wereldwijd, ingebed in de horecawereld, maar België krijgt nu de Europese primeur van het eerste totaalconcept, een illy-winkel-bar-galerie die een soort ambassadeursfunctie moet vervullen in de Europese hoofdstad. In New York werd in september een soortgelijk, maar tijdelijk project gestart. "Het moet een driedimensionale uiting worden van alles waar illy voor staat", zegt Anton Vanden Houte, manager voor België en Luxemburg. "Uiteraard betekent dat koffie, koffiezetapparaten, kopjes en accessoires, maar ook kennisoverdracht, warmte, kunstzinnigheid, tijdloosheid. Die warmte is letterlijk en figuurlijk te nemen : koffie drink je namelijk niet alleen, daarom staat er in de nieuwe ruimte één grote tafel als je binnenkomt, waaraan je koffie kunt degusteren en proeven en is er een trainingcentrum om mensen op te leiden. Illy gaat ook prat op zijn kunstenaarscollectie : sinds 1992 ontwierpen veel befaamde artiesten een koffieset, onder wie James Rosenquist, David Burne, Federico Fellini, Francis Ford Coppola, om er maar enkelen te noemen." "Er komt ook een soort bibliotheek met werken over koffie, maar ook met een selectie kunstboeken en gelegenheid om exposities en lezingen te houden. Het gaat immers om een totale illy experience, waarin niet alleen proeven, maar ook zien en ruiken te pas komt. Symbolisch voor de 'tijdloosheid' - wij zijn geen voorbijgaande rage - is bijvoorbeeld het gebruik van Eames-stoelen. Ze zijn meer dan een halve eeuw geleden ontworpen en nog altijd hip en actueel, net als illy." De inplanting in de buurt van de Dansaertstraat is volgens Anton Vanden Houte niet toevallig : "Daar tref je een melting pot van Vlamingen, Brusselaars, toeristen en allochtonen. Wij willen het winkel-informatiecentrum integreren in het sociale netwerk van de buurt, het moet een ontmoetingsplaats worden voor mensen." Voor de uitvoering werd een beroep gedaan op de jonge Belgische architect Nico Linsen, om te benadrukken dat het gaat om een Belgische interpretatie van het illy-concept. Door Sabine Lamiroy