November vorig jaar werd een zesjarig jongetje door vissers uit de Atlantische Oceaan geplukt voor de kust van Florida. Hij was samen met een vrouw vastgebonden aan een vlot. De vrouw was dood. Ze was niet zijn moeder. Die was voor zijn ogen verdronken, samen met zijn stiefvader en negen andere Cubaanse vluchtelingen die probeerden de Amerikaanse kust te bereiken.

Als je Eliàn Gonzàlez ziet op tv, met zijn mooie kleren, zijn nieuwe speelgoed, zijn grootoom en de sympathiek uitziende bemoeials die hem mee naar Disneyworld en andere attracties slepen en hem te pas en te onpas voor de camera's halen, zou je kunnen besluiten dat het kleine jongetje geluk heeft gehad.

Onbehaaglijk word je echter van al die mensen die zich rond hem verdringen, hem willen aanraken. Vertellen dat voor hem een grote rol is weggelegd, dat hij door God gezonden is om iets bijzonders te doen en te betekenen voor de "bevrijding" van Cuba en de Cubanen.

President Clinton en justitieminister Janet Reno in Washington vinden dat de kleine terug naar zijn vader moet, zijn naaste familielid, die in Càrdenas niet ver van Havana woont. Daarover bestaat zelfs een officieel besluit van de Dienst voor immigratie en naturalisatie. Eliàns twee Cubaanse grootmoeders vlogen eind januari over naar de States om hun kleinzoon naar zijn vader te proberen terugbrengen. Maar de Amerikaanse (verre) familie wil niet dat hij teruggaat naar de dictatuur van Castro. In Havana komen duizenden schoolkindertjes in uniform op straat om te demonstreren voor de terugkeer van Eliàn naar hun "arm maar eerlijk" land en vooral naar zijn vader. Er is nu een rechtszitting op 6 maart om te oordelen of de vraag van Eliàns Amerikaanse familie om hem in Miami te houden gerechtvaardigd is.

Een kleine jongen, tegen wil en dank de speelbal geworden van een politiek dispuut, wordt misbruikt in een beschamend politiek vertoon. Zonder dat er veel vragen worden gesteld over hoe hij hier zal uitkomen. Niet onbeschadigd, zoveel is wel zeker. Een Amerikaanse psychiater maakte onlangs een vergelijking met De Kleine Prins, het mythische de Saint-Exupéry-personage. Eliàn staat in het middelpunt van de wereld en op al zijn wensen en wenken wordt ingegaan om hem vooral het gevoel te geven dat het hem goed gaat. Iedereen vindt hem aardig, iedereen wil hem hebben. Maar straks tuimelt hij van zijn planeet. Straks krijgt hij weer gewoon een oorveeg van de grootmoeders die nu - allicht met de centen van Fidel - alles zouden doen om hem weer te kunnen meenemen. Snel al zullen die rijke Amerikaanse ooms constateren dat ze een onuitstaanbaar verwend pestjoch gekweekt hebben.

Geen van de politici die aan weerszijden van de Oceaan zogenaamd vechten voor de kleine "vrijheidsheld" schijnt zich af te vragen wie 's nachts de dromen van deze jongen bevolkt. Het lijkt, zo op foto- of televisiebeelden, ook gewoon een vrolijk baasje, opgenomen in een wervelwind van gebeurtenissen en ervaringen. Alles wat hij beleeft en krijgt, heeft hij zeker nog niet eerder gezien of gehad. Het houdt hem bezig, overdondert hem.

Zijn hele verblijf in de States is tot nu toe één lange rollercoasterrit, een bad van verrassingen, één grote vakantie. Het overtreft allicht alle fantastische verhalen die zijn moeder hem verteld had om de gevaarlijke tocht over het water aantrekkelijk te maken. Maar zij is er nu niet meer om hem weer met zijn voetjes op de grond te brengen en er straks voor te zorgen dat hij goede resultaten haalt op school, dat hij nieuwe vriendjes maakt.

Het zal in Càrdenas allicht allemaal veel armtieriger zijn dan in Miami, maar het lijkt mij dat Raquel Rodriguez en Mariella Quintana hun kleinzoon best maar weer aan hun rokken mee naar zijn vader kunnen nemen.

Hopelijk laat die rechter in Miami zich niet vermurwen door de druk van al de Amerikaanse Cubanen die vinden dat zij en hun politici geen gezichtsverlies kunnen lijden in deze zaak, en door hun behoefte om Castro op officiële wijze een hak te zetten.

Tessa Vermeiren