Met de nieuwe XF, die het type S vervangt, heeft Jaguar resoluut en zonder schroom voor een nieuwe koers én een stijlbreuk gekozen. Geen geringe verdienste voor een merk dat zijn Britishness riskeert te verliezen, nu het in Indiase handen (Tata) is gevallen. Shocking !
...

Met de nieuwe XF, die het type S vervangt, heeft Jaguar resoluut en zonder schroom voor een nieuwe koers én een stijlbreuk gekozen. Geen geringe verdienste voor een merk dat zijn Britishness riskeert te verliezen, nu het in Indiase handen (Tata) is gevallen. Shocking !De ambities van de afgelopen jaren om tweehonderdduizend exemplaren per jaar te verkopen, moesten drastisch worden teruggeschroefd en de verliezen waren navenant. Dat heeft sporen nagelaten en het verwachte, lichte aluminium platform is er uiteindelijk niet gekomen, de XF zet maar liefst 1,7 ton op de weegschaal. Dat is op papier wat veel en de combinatie met de vertrouwde 2.7 liter V6-turbodiesel van Ford/PSA-origine deed de vraag rijzen of er geen tekort aan power dreigde. Laten we daarom maar met de deur in huis vallen : de fraai gelijnde, modern ogende XF mag dan visueel wat Jaguarkarakter missen, met zijn turbodiesel, die goed is voor 207 pk, hoeft hij tegenover de Duitse concurrentie absoluut niet te blozen. Ook al scoren de A6 en de E-klasse op het vlak van de pure prestaties een zuchtje beter. Op de landelijke wegen, waar we onze testwagens graag sturen, bleek de motor, gekoppeld aan een feilloos functionerende zestrapsautomaat, perfect in zijn sas. Die combinatie zorgde zowel voor zeer lineaire en toch spitse acceleraties, terwijl een stevige trekkracht over brede toerentallen ter beschikking staat. Een extra troef is de vrijwel geluidsvrije werking van de zescilinder, helemaal zoals dat bij een bijna vijf meter lange luxeberline verwacht wordt. Ook de wegligging bleek voorbeeldig, en meer dan dat : de ingenieurs wisten een bijzonder uitgekiend compromis tussen prestaties en comfort uit hun mouw te schudden die van de XF de haast perfecte kompaan maakt. Het beste van twee werelden verenigd. Binnen valt de strakke, overzichtelijke, rechtlijnige vormgeving op met op de middenconsole de ronde draaiknop die bij het starten (via een knop) oprijst en mogelijk maakt de automaat te bedienen. Ook de elektrisch bediende handrem kreeg een plaatsje op diezelfde console - van een stijlbreuk gesproken. Ondanks zijn aardige potentieel stelde de V6 evenmin teleur aan de pomp. Een chauffeur die een beetje uit de doppen kijkt, blijft, zonder te slenteren, met gemak onder de 9 liter/100 km. De kofferruimte bleek verrassend homogeen en ruim. Als er al kritiek te rapen valt, dan heeft die met de weinig communicatieve en nauwkeurige besturing te maken. Bij het pittige karakter van deze Brit ware een wat directere besturing op zijn plaats geweest. Het kan slechts een kwestie van tijd zijn vooraleer ook deze hindernis met verve genomen wordt.