Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens
...

Jo Blommaert Illustratie : Sandra Schrevens Uiteraard dient er aan de mankementen van het justitieel apparaat te worden gevezen. Maar het is toch vreemd dat men enkel van deze eis een prioriteit heeft gemaakt, terwijl de afgelopen maanden een vloedgolf van berichten nogmaals duidelijk heeft gemaakt dat onze samenleving aan nog een andere ontwrichtende kwaal lijdt. Niemand kan er nu toch nog omheen dat er bij een groot deel van onze bevolking op seksueel gebied wat mank loopt. Om dat in te zien, hoef je deze nazomer niet eens permanentie te hebben gedaan bij de Kindertelefoon, Tele-Onthaal of de rijkswachtcentrale met het nummer 0800-97779. We werden in de media overspoeld met verhalen over incest en seksueel misbruik. Behalve mensen die beroepshalve met deze problematiek bezig zijn, kon waarschijnlijk niemand de omvang en de impact ervan vermoeden. Bij seksueel misbruik is er niet alleen een slachtoffer dat kampt met seksuele problemen. Laten we eens een simplistisch rekensommetje maken, gesteld dat één kind op tien ooit het slachtoffer was van seksueel misbruik. Als we ervan uitgaan dat die ervaring zware gevolgen heeft voor de toekomstige seksualiteitsbeleving van dit kind, dan worden ook de latere partners hiermee geconfronteerd en kan het gebeuren ook voor hen tot seksuele problemen leiden. Bovendien staat er naast elk slachtoffer een dader, bij wie er op seksueel gebied ook wat fout zit. En men kan zich de vraag stellen of iemand die de behoefte heeft kinderen seksueel te misbruiken in staat is een gezonde seksuele relatie uit te bouwen met een andere volwassene. Zo niet, is de kans groot dat ook de partner van een dader geen gelukkig seksueel leven heeft. Verder : er is al genoeg op gewezen dat daders ooit slachtoffers waren. Wat impliceert dat er ook in zijn of haar verleden individuen rondliepen die seksueel in de knoop zaten. Enzovoort. Als deze redenering klopt, hangt er rond elk verhaal van seksueel misbruik van kinderen een cluster andere verhalen van seksueel onbevredigde of ongelukkige mensen. Als we ons dan ook nog realiseren dat pedofilie slechts één van de vele problemen is die zich op seksueel gebied in een mensenleven kunnen voordoen, dan vraag je je af hoeveel procent van de bevolking er overblijft zonder seksueel probleem. Zo verbijsterend als deze conclusie is, zo verbijsterend is de vaststelling dat dit drama niet leidt tot een maatschappelijke discussie en vertaald wordt naar politieke eisen. Waarom zwijgen de koning, de premier, de politici, de commentatoren en zelfs de nieuwe mondige burgers over dit luik van de Dutroux-affaire ? Hebben we het te danken aan de uitschuiver van Alexandra Colen dat deze hele discussie meteen een kolderachtige dimensie kreeg, waardoor niemand het nog waagde luidop te zeggen dat er misschien toch wat misloopt met onze seksualiteitsbeleving ? Durft men het thema niet aan te pakken uit vrees in een of andere hoek te worden geduwd : die van de gefrustreerden, de moraalridders of de zedelozen ? Of moeten we, alle seksuele revoluties en aidspreventiecampagnes ten spijt, teruggrijpen naar een eeuwenoud cliché en nog maar eens vaststellen dat op seks een taboe rust ? Gelukkig zat in het televisiedebat dat volgde op de Witte Mars een psychiater die de massale opkomst niet alleen toeschreef aan het heersend ongenoegen over de werking van het gerecht. Professor Peter Adriaenssens kreeg even de kans om aan te stippen dat zich die namiddag in de straten van Brussel ook heel wat oud en jong kinderverdriet verzameld had. Misschien zou het goed zijn bij dit broze zinnetje even lang stil te staan als bij de kwestie van de politieke benoemingen (of wie weet welk juridisch knelpunt in de kijker zal staan op het ogenblik dat u dit leest). Niet om de hervorming van justitie terzijde te schuiven, maar er is nog zoveel ander werk aan de winkel. Zelfs een perfect functionerend gerechtsapparaat zal niet kunnen verhinderen dat misdaden worden begaan omdat mensen worstelen met seksuele problemen. En vermits het beter is te voorkomen dan te bestraffen, lijkt het gerechtvaardigd te eisen dat er evenveel mensen, middelen en woorden besteed worden aan een beleid dat gericht is op een gezonde seksualiteitsbeleving en -opvoeding.