Met de talenkennis van de vroedvrouwen in Brussel is het vast goed gesteld. De helft van de moeders die in de hoofdstad bevallen, zo bleek onlangs, heeft niet de Belgische nationaliteit. Een verjaardagfeest dat enkele dagen geleden de vertrouwde bende uit mijn universiteitsjaren samenbracht, sprak dat niet tegen. Niet dat er ter plekke kinderen verwekt werden, maar toch. Het was een kleurrijk gezelschap dat erop los taterde in de keuken, ook zonder kids.
...

Met de talenkennis van de vroedvrouwen in Brussel is het vast goed gesteld. De helft van de moeders die in de hoofdstad bevallen, zo bleek onlangs, heeft niet de Belgische nationaliteit. Een verjaardagfeest dat enkele dagen geleden de vertrouwde bende uit mijn universiteitsjaren samenbracht, sprak dat niet tegen. Niet dat er ter plekke kinderen verwekt werden, maar toch. Het was een kleurrijk gezelschap dat erop los taterde in de keuken, ook zonder kids. Twee voormalige studiegenoten hebben inmiddels een straffe Spaanse vriendin. Een andere bleef plakken aan een Franstalige van Algerijnse afkomst, en nagenoeg iedereen ging wel eens Kuifje achterna in landen als India of Zuid-Korea. Hoog scoutsgehalte hoor, die bende. De keukenscène leek, multiculturele spraakverwarring en drankverbruik inbegrepen, op de avonden die we doorbrachten als Erasmusstudenten in Madrid. Driehoog in de Calle Leganitos volgden de slapeloze nachten elkaar op, en ook daar hing het gezelschap aan elkaar als een Europees lappendeken. Net als Barcelona voor het hoofdpersonage in L'Auberge Espanol, was de Spaanse hoofdstad ons Begin Van Alles, onze Openbaring. Toen het venster op de wereld zeven maanden later weer op een kier ging, waren Antwerpen, Denderleeuw en Aarschot geen optie meer. De hoofdstad van Europa lonkte, al waren de eerste weken op het deprimerende af. Een internetconnectie werd toen nog niet standaard ingebouwd. Tegenwoordig waagt de 'klas van '96' zich aan het gezinsleven en hypotheekleningen. We zijn jonge dertigers, 'hardwerkende Vlamingen' die blaken van activiteiten en plannen. Die aan yoga doen en zwemmen om de mentale huishouding op orde te houden en zich engageren in verenigingen allerhande. We zijn niet rijk, maar evenmin ongelukkig, en we werken niet alleen voor het geld. De wereld, of toch een stuk, ligt binnen handbereik, en mettertijd werd zelfs het ondenkbare mogelijk : een eigen nest bouwen, aarden in Brussel. Voor velen is het nu een overtuiging, zo blijkt in de keuken. Want de politieke voorkeuren lopen dan uiteen, we zijn wel gehecht aan deze stad en haar veelzijdigheid. Het land splijt ver boven ons hoofd. "Ik wil me vaak verontschuldigen bij Franstalige kennissen", bekent iemand, een ander noemt zichzelf consequent Nederlandstalig. En wat gaat het in de televisiejournaals vaak over álle Vlamingen, behalve die in Brussel, over ons. Nog een glas, iemand ? Het moment was memorabel zoals het alleen in een keuken kan zijn. Als dit het loftsocialisme van de Dansaert-Vlamingen is, dan zie ik de uitnodigingen graag komen. We zaten trouwens bij het Flageyplein, en zo groot was het rokershol niet. Generatie x'ers schrikken ook niet van een geuzennaam meer of minder. Hoe werden we als adolescenten genoemd ? Apathisch, cynisch, pessimistisch, ongeïnteresseerd, nihilistisch, vereenzaamd, gezichtsloos, wantrouwig, vervreemd - onderbreek me gerust. Maar neem het van een crisisbaby aan : daar leek het niet op in de keuken. Toen ik de nacht instapte, maakte een vreemd gevoel van geruststelling zich van me meester. Wim Denolf