P iet (43) is onderwijzer en leerde twintig jaar geleden biologisch tuinieren in een stadstuintje in Gent. Zijn vrouw Els (39) is regentes huishoudkunde en geeft vormingscursussen aan de leden van de KVLV. Zeven jaar geleden kochten ze het huis van Piets betovergrootvader. "Het dateert van 1866", vertelt Piet trots. "We verbouwden het niet, omdat we het karakter van het huis wilden behouden. Wel kwam er een nieuwe keuken en werd er hier en daar behangen." De open koer tussen het huis en de tuin, Piets paradepaardje, werd één groene ruimte, met een ecologische vijver en een kleine wilde bloemenweide. "Dat was vroeger anders, want tot wij er kwamen wonen, was hier een kolenhandel en grondwerkenbedrijf gevestigd."
...

P iet (43) is onderwijzer en leerde twintig jaar geleden biologisch tuinieren in een stadstuintje in Gent. Zijn vrouw Els (39) is regentes huishoudkunde en geeft vormingscursussen aan de leden van de KVLV. Zeven jaar geleden kochten ze het huis van Piets betovergrootvader. "Het dateert van 1866", vertelt Piet trots. "We verbouwden het niet, omdat we het karakter van het huis wilden behouden. Wel kwam er een nieuwe keuken en werd er hier en daar behangen." De open koer tussen het huis en de tuin, Piets paradepaardje, werd één groene ruimte, met een ecologische vijver en een kleine wilde bloemenweide. "Dat was vroeger anders, want tot wij er kwamen wonen, was hier een kolenhandel en grondwerkenbedrijf gevestigd." In de stallingen houden Piet en Els konijnen, braad- en scharrellegkippen, duiven en een varken. Tot voor kort liepen er ook een paar schapen in de boomgaard, maar die deden Piet en Els weg voor hun vier kinderen, Lisa (13), Boris (12), Mathilde (7) en Titus (2). "De kinderen protesteerden, omdat hun speelruimte te veel werd ingenomen. Ze hadden gelijk." Meer naar achteren ligt de 3500 vierkante meter grote biotuin en een oude hoogstamboomgaard. Piet had drie jaar nodig om zijn tuin min of meer in orde te brengen en het evenwicht in de bodem te herstellen. "Mijn grootvader was de laatste bewoner van het huis. Hij was een fervent aanhanger van kunstmest en sproeistoffen, maar begreep niet waarom zijn oogst elk jaar verminderde. Ik liet de grond ontleden en stelde vast dat die volledig uitgeput was: een tekort aan humus en een oververzadiging van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Ik ben beginnen composteren en paste een duurzaam en traag vruchtwisselingssysteem toe. Om natuurlijke vijanden van insecten aan te trekken, richtte ik hier en daar kruidenhoekjes in en trok ik hagen op." Piet kweekt veel gangbare groentesoorten, maar je vindt in zijn tuin ook kardoen, artisjokken, snijbiet en zo. Kleinfruit is er in overvloed: druiven, aardbeien, kruisbessen, rode bessen, frambozen, kweeperen, moerbeien, mispels, vijgen en perziken.De levensfilosofie van Piet en Els is eenvoudig: zij doen het op hun eigen tempo en willen op hun eiland zo goed mogelijk leven in harmonie met de natuur. "De bedoeling is om zoveel mogelijk het jaar rond te kunnen leven van alles wat we zelf kweken en maken", vertelt Els. "Tijdens de zomermaanden blijf ik thuis om de oogst te verwerken. Ik maak verschillende soorten confituur en chutney, maar mijn grote specialiteit is toch wel conserveren. Ratatouilles en stoofpotjes vooral, die ik steriliseer. Dat is een veel betere conserveermethode dan invriezen, omdat de smaken van de verschillende ingrediënten dan beter versmelten. Alles gaat nadien de bewaarkelder in, waar we ook onze wintergroenten bewaren en onze hammen drogen." Elk jaar slacht Piet samen met een vriend het varken dat ze zelf hebben vetgemest. Alles van het dier wordt in huis verwerkt, Els maakt zelf pasteien, ze zout en droogt de hammen. Het smout wordt als broodbeleg gebruikt.Omdat het huis nog een oude broodoven herbergt, bakken Piet en Els zelf hun brood. "Dat vind ik zeer interessant, omdat ik zo de buurt op een ecologische manier kan onderhouden. Ik ga elk jaar samen met de boeren de wilgen in de buurt knotten en het hout brengen ze tot bij mij. Het groothout gaat in de houtmijt, het kleinhout en de twijgen gebruik ik om de bakoven mee te stoken." Piet en Els maken notenbrood, rozijnenbrood, speltbrood enz., alle op basis van biologische bloem. De biologische voeders voor de dieren komen van bij Molens Dedobbeleer uit Halle. "Daarmee is de gesloten kring, die het uitgangspunt is van de biologische landbouw, bijna rond. De bedoeling is om geen 'vreemde' producten (die niet zelf worden geproduceerd) te gebruiken. Dat is moeilijk voor ons, omdat we zelf niet voldoende voeder en stro hebben voor de dieren." Tot voor kort verkochten Piet en Els hun overschotten aan vrienden en kennissen. Daar zijn ze mee gestopt, omdat dat te veel tijd en energie opslorpte en omdat ze meer samen met de kinderen wilden zijn.Het is woensdagnamiddag wanneer Piet en Els een kookfestijn voor de kinderen en hun vriendjes organiseren. Terwijl Els alle ingrediënten samenzoekt, lopen de kinderen ongedurig buiten rond, op zoek naar avontuur. Straks mogen ze zelf de keuken in en samen met mama gerechtjes maken met groenten uit de tuin. Els heeft hier ervaring mee en geeft ons praktisch advies: "Kook je met kinderen, zorg er dan voor dat er zoveel mogelijk snijwerk te doen is. Daar zijn ze gek op. Laat ze liever niet of toch zo weinig mogelijk aan het fornuis zelf staan, om ongelukken te vermijden, en gebruik zoveel mogelijk mechanisch materiaal in plaats van elektrische apparaten. Wij hebben van die oude kloppers met een tandwiel in huis, dat is altijd leuk." Op het menu staan eenvoudige gerechtjes, vooral op basis van groenten. De appelsoep met kerrie valt in de smaak bij de kinderen om zijn friszoet karakter, maar de absolute voltreffers zijn het bloemkoolgebak met aardappelpuree en vooral de rabarbercrumble. "Dat is een snoetentrekker!", lacht Lisa. Het bolletje ijs is als de kers op de slagroomtaart. Het feestje kan beginnen.Filip Verheyden / Foto's Sven Everaert