Bill Gates deelt zijn rijkdom uit en ik kan daar een graantje - nu ja, een paar duizend euro - van meepikken. Alweer, zucht ik. Er zijn waarlijk geen grenzen aan Bills vrijgevigheid, want de mail die mij instantrijkdom belooft, bereikt me nu al voor de vierde keer. Altijd met dezelfde wazige uitleg over een test van Windows, het grootste computerprogramma ter wereld, en altijd met dezelfde lamme verontschuldigingen van de verzender : het moest zo eens waar zijn. Of nog : baat het niet, dan schaadt het niet, de werkwoorden op velerlei creatieve manieren gespeld. Om de g...

Bill Gates deelt zijn rijkdom uit en ik kan daar een graantje - nu ja, een paar duizend euro - van meepikken. Alweer, zucht ik. Er zijn waarlijk geen grenzen aan Bills vrijgevigheid, want de mail die mij instantrijkdom belooft, bereikt me nu al voor de vierde keer. Altijd met dezelfde wazige uitleg over een test van Windows, het grootste computerprogramma ter wereld, en altijd met dezelfde lamme verontschuldigingen van de verzender : het moest zo eens waar zijn. Of nog : baat het niet, dan schaadt het niet, de werkwoorden op velerlei creatieve manieren gespeld. Om de geloofwaardigheid te vergroten is er bovendien sprake van een advocaat die het zaakje onderzocht heeft en het bonafide verklaart, alsook een paar enthousiaste reacties van de geluksvogels die hun buit al binnen hebben : "Vandaag naar de bank en morgen naar de solden", jubelt iemand, kwestie van mijn hebzucht nog wat aan te wakkeren. En ik beken, de allereerste keer dat ik zo'n 'geen gezeik, iedereen rijk'- mail kreeg, heb ik er mijn halve kennissenkring mee gebombardeerd, tot een wereldwijzer individu me er een tikkeltje meewarig op wees dat het overduidelijk om een geval van phishing ging, een vorm van internetfraude waarbij oplichters vertrouwelijke gegevens van je los proberen te peuteren. Hoe onnozel kan een mens zich voelen ? En verdraaid als het niet waar is, terwijl ik dit stukje zit te schrijven, rolt er alweer een kettingmail binnen, iets over een kindje met kanker dat dringend geopereerd moet worden. Een hartverscheurend verhaal en compassieus als ik ben, wil ik de onfortuinlijke ouders natuurlijk best steunen door al mijn zielsverwanten te mobiliseren, maar nee, ook dit is een slinkse truc om aan internetadressen te geraken, weet ik intussen. Helemaal pervers zijn de zogenaamde Lotus touts waarmee Anthony Robbins, een soort Amerikaanse Emile Ratelband, de wereld bestookt. Dat je traag moet praten, maar snel moet denken en in liefde op het eerste zicht geloven, dat soort stichtelijke klap. Maar het venijn zit in de staart, want net als je denkt dat die Robbins weliswaar een voze peer is, maar het niettemin goed bedoelt, begint hij te dreigen : als je zijn lotus totus of hoe zoiets ook heet niet binnen de zes minuten aan de halve mensheid doorstuurt, zal je een groot onheil overkomen. Zelfs wie niet bijgelovig is, zal daar niet aan ontsnappen, voegt hij er pesterig aan toe. Wie zijn raadgevingen aan minstens vijftien gegadigden doorstuurt, daarentegen, zal zijn wildste dromen in vervulling zien gaan. En reken maar dat een hoop sukkels het zekere voor het onzekere nemen en als de gesmeerde bliksem aan het mailen slaan. Vandaar deze smartelijke oproep : makkers, maten en onbekende weldoeners, ik apprecieer jullie bezorgdheid om mijn zielenheil en mijn portemonnee, maar laat ons die snode mailbevuilers voor eens en altijd een halt toeroepen en hun zever collectief in de recycle bin droppen. Het risico dat kwade kettingbriefgeesten mij eerstdaags met het Mexicaanse griepvirus zullen besmetten, neem ik er graag bij. Linda Asselbergs