"Vous parlez français ?", vroeg hij. Door op die vraag bevestigend te antwoorden, verspeelde ik mijn laatste kans om te ontkomen. Ik had "bah nink gie" kunnen antwoorden, met een tongval uit la Flandre profonde.
...

"Vous parlez français ?", vroeg hij. Door op die vraag bevestigend te antwoorden, verspeelde ik mijn laatste kans om te ontkomen. Ik had "bah nink gie" kunnen antwoorden, met een tongval uit la Flandre profonde. Ik had door de vrieskou van de winkelstraten gelopen en geluisterd naar de lokzangen van de kleinhandel. Hij stond op een straathoek en speelde accordeon. Kerst naderde en ik aarzelde tussen het ingetogene en het schampere. Zo'n jaareinde moet niet te schijnheilig worden. Je kunt geen jaar lang de mensen met rampspoed overspoelen, om dan op de valreep een devote bocht te maken en te doen alsof er niets aan de hand is. Hij speelde niet slecht, ik liet een euro in zijn beker vallen. We stonden oog in oog, een heldere blik in een gezicht dat deed denken aan de stookruimten van de Titanic. Toen ik toegaf een mondje Frans te spreken, kwam er een stortvloed aan woorden die mij achteruit deed deinzen. Een soort Esperanto, waar af en toe iets herkenbaars in doorschemerde. Of ik soms wist waar hij hulp voor de nacht kon vinden. "Het is zo koud voor de kleintjes." Hij gaf hun formaat aan door zijn vlakke hand akelig dicht bij de grond te houden. Ik haalde de schouders op, mompelde iets over stadsdiensten. Of ik hem kon helpen, drong hij aan. Zoals de meeste mensen haat ik het als wildvreemden een rechtstreeks beroep op mijn hart doen. Gedachten aan beroepsbedelaars in Mercedessen. Als we het te gemakkelijk maakten, zouden ze dan niet met nog meer afzakken naar ons stuiptrekkende land van melk en honing ? Moesten de ministers niet voor opvang zorgen ? En waar zaten de rijken, als je ze nodig had ? Voorbijgangers keken vreemd op omdat ik met de man stond te praten, op de een of andere manier leek ik daarmee een ongeschreven wet te overtreden. Ik vroeg of hij Spaans was, maar hij schudde het hoofd. "Roemeens", zei hij treurig. En hoe moeilijk het was om in België poot aan de grond te krijgen. "Kun jij mij helpen, mon frère ?" Meer cliché kon het niet worden en toch deed het mij iets, die broer, allenig als ik ben van geboorte. "Sta je hier nog even ?", wilde ik weten. Hij keek schichtig de straat in. "Een minuut of tien, misschien." Hij had geen vergunning en was bang dat de polis zijn accordeon in beslag zou nemen. Dat liet mij niet onbewogen. Ik stelde mij voor hoe ik in een vreemd land op een straathoek zou zitten schrijven om den brode en de polis mij de pen zou afnemen. Ik zei dat ik er met mijn vrouw over moest praten - waar haalt een mens het vandaan, op zo'n ogenblik ? Ik moest erover kunnen nadenken. Dan was het geen zwakte, maar een keuze. En weg wandelde ik, met verende tred. Ik liep een blokje om en zag de glitter in de etalages. Ik dacht aan een paar uitgaven van de voorbije dagen. Barbie op een afschuwelijke paarse eenhoorn : 37 euro. Bandenwissel : 54 euro. Een etentje dat tegenviel, zoals wel vaker : 114 euro. Toen deed ik iets wat enigszins haaks staat op het gezond verstand en op de volksaard. Ik stapte op de straatmuzikant af en drukte hem een biljet van vijftig euro in de handen, vers gesteven. In een vlaag van zinsverbijstering. Het zal wel inbeelding geweest zijn, maar even meende ik iets geslepens op zijn gezicht te zien verschijnen. Weer zo'n halfzachte die erin liep. Toen hij zich uitputte in dankbaarheid maakte ik mij uit de voeten, bang dat hij ook nog mijn handschoenen zou vragen. "Als gij zo voortdoet," hoorde ik mijn moeder in mijn linkeroor fluisteren, "zult ge nooit rijk worden." Ze had gelijk natuurlijk. De woonbonus was ons al door de neus geboord, en het gratis abonnement voor journaille op bus en tram. Maar fuck de woonbonus ! Ik had mijn hart laten spreken en tenminste de nood van één mens helpen lenigen. Met een hart als een schuurtje vol goudgeel koren, keerde ik terug naar mijn auto, aan de late kant door het hele gebeuren. Er zat een papiertje achter de ruitenwisser. Parkeerboete : dertig euro. jp.mulders@skynet.beJean-Paul Mulders"Kun jij mij helpen, mon frère ?" Meer cliché kon het niet worden en toch deed het mij iets, die broer, allenig als ik ben van geboorte