Ik ben een trotse middelbare-school-drop-out. Ik heb op de avondschool grafische vormgeving gevolgd, maar ik heb geen academieopleiding. Overal waar ik uitzendwerk deed, smokkelde ik afgedankte verpakkingen mee naar buiten. Daar maakte ik collages mee in schetsboeken. Dingen die andere mensen niet zagen, spraken mij aan.
...

Ik ben een trotse middelbare-school-drop-out. Ik heb op de avondschool grafische vormgeving gevolgd, maar ik heb geen academieopleiding. Overal waar ik uitzendwerk deed, smokkelde ik afgedankte verpakkingen mee naar buiten. Daar maakte ik collages mee in schetsboeken. Dingen die andere mensen niet zagen, spraken mij aan. Jonge artiesten leven online. Ik zit zelf ook in de blogosfeer. Dat is heel inspirerend, omdat het een oneindig continuüm is van wawmomenten en indrukken. Maar het kan ook demotiverend werken, want je kunt jezelf erin verliezen. Je wilt niet de kerel worden die alles gezien heeft, maar zelf niks meer doet. Het internet maakt iedereen gelijk. Voor duizend euro heb je een camera en een laptop waarmee je kunt beginnen te prutsen. Iedereen kan nu constant alles zien en horen wat er uitkomt. Dat zorgt misschien voor vervlakking. Maar als er ergens een jonge gast in een kamertje online zit te werken, kan hij één muisklik later ontdekt worden en in een grote galerie hangen. Ik ben begonnen bij de Gouden Gids. Daarna heb ik vijf jaar voor grote reclamebureaus gewerkt, eerst Duval Guillaume, dan DDB. Daar heb ik veel interessante mensen ontmoet, maar ik heb er ook geleerd hoe het niet moet. Je leeft daar in een wereld met heel veel opinies. Ik heb dan ook veel te veel in vergaderzalen gezeten. De dingen die ik nu doe, drijven op intuïtie. Je loopt met schetsboekjes rond, je legt dingen vast en daarmee ga je aan de slag. Na een tijd neemt dat de overhand en dan moet je ervoor gáán. Intuïtie is heel belangrijk, zeker in onze maatschappij, die zo informatiegedreven is. Alles moet onderbouwd zijn en je kunt alles direct opzoeken. Ik denk dat veel mensen bang zijn om hun gevoel te volgen. Ik vind street art zeer inspirerend. Postgraffiti noemen ze dat wel eens. Dat zijn mensen die echt ingrijpen in het straatbeeld. En natuurlijk is er ook hiphop. Er zijn meer en meer streetartists die boeken uitbrengen en in de kunstgaleries terechtkomen. Maar als er in de straat een twintigvierkantemeteraffiche hangt en daaronder staat een graffitimuur, dan heeft dat voor mij dezelfde waarde. Ik ben op een gegeven moment begonnen met murals. Dat was eerst na en tussen mijn uren. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om daarmee verder te gaan. Dat doe ik voor privéklanten en bedrijven. Ik ben nu bezig aan een interieur voor een IT-bedrijf. Zij zeggen : wij hebben een nieuw kantoor neergezet en we willen dat inspirerend inrichten. Dan komen ze bij mij terecht. Ik ben ook al in de etalage van een winkel gaan staan. Dat was dan met een grote doos met stiften, spuitbussen, verf en stickers. Noem het maar visuele improvisatie. Ik heb dozen vol knipsels en uitgescheurde typografieën. Dan volg ik mijn intuïtie en zo komt er iets interessants uit. Voor bedrijven werkt het niet anders. Ik begin te improviseren en zo vormt er zich vanzelf een grafische look. Deze economische crisis is het beste moment om te beginnen. Als kleine kunstenaar heb je even veel kansen als grote bureaus. De budgetten worden teruggeschroefd en dan worden kleine bureaus en vormgever vanzelf interessanter. Ik ben in oktober voltijds zelfstandige geworden. Als je hier door komt, kan het alleen maar beter gaan. Ken 'Kenson' Berghs (35) is grafisch vormgever, webdesigner en visuele improvisator. Zijn werk is te zien op www.krankandhaus.com en www.kenson.be Door Tom Vandyck / Foto Charlie De Keersmaecker