Af en toe droom ik nog over hem. Dat zijn intense dromen waarin Sven nog leeft. Ontwaken blijft een harde klap : beseffen dat hij er niet meer is. Maar dat gevoel ebt snel weg, het regeert mijn dag niet meer."
...

Af en toe droom ik nog over hem. Dat zijn intense dromen waarin Sven nog leeft. Ontwaken blijft een harde klap : beseffen dat hij er niet meer is. Maar dat gevoel ebt snel weg, het regeert mijn dag niet meer." "In het vierde middelbaar leerde ik Sven kennen. Door de jaren heen groeiden we steeds meer naar elkaar toe. We hadden allebei geen rooskleurige jeugd, al kreeg ik gelukkig veel liefde van mijn moeder. Hij praatte wel over zijn ouders, altijd al zeverend. Sven verschool zich achter zijn glimlach, waardoor ik niet besefte hoeveel pijn daarachter zat. Omdat we allebei geen nauwe familiebanden hadden, was onze vriendschap intenser dan eender welke bloedband. Wij wisten alles van elkaar, alleen zweeg hij over zijn zwarte gedachten. Hij grapte weleens dat hij nooit dertig zou worden. En zo ging het ook." "Die bewuste dag had ik hem een bericht gestuurd, maar er kwam geen antwoord. We stonden de hele dag door in contact, van 'goeiemorgen' tot 'slaapwel'. Toen zijn vriendin rond de middag in paniek belde omdat ze ongerust was, wist ik dat er iets mis was. Toen hij zijn telefoon niet opnam, reed ik naar zijn huis. Samen met zijn vriendin kwam ik aan. Ook de politie arriveerde. Toen ze de woorden uitspraken, werd alles zwart voor mijn ogen." "Pas achteraf hoorde ik dat Sven jaren geleden al een depressie overwon. De dagen voor zijn dood was hij terug neerslachtig, vertelde zijn vriendin. Je hoofd vult zich met duizend-en-één vragen, die allemaal met 'waarom' beginnen. Die blijven héél lang rondspoken." "De laatste keer dat ik hem zag, was op het verjaardagsfeestje van mijn dochter. Toen was hij stiller dan gewoonlijk. Dat er ook bij hem een kindje op komst was, moet iets hebben losgemaakt. Net voor zijn dood sms'te hij naar zijn zwangere vriendin : 'Ik zie je graag. Zorg goed voor de kleine.' Sven vreesde dat hij geen goeie papa zou zijn, omdat hij thuis nooit het goede voorbeeld had gezien. Zijn vriendin komt wel uit een warme familie." "Een maand later ben ik volledig ingestort. Zijn dood was de druppel, want ik zat al op mijn tandvlees. Ik kwam in de psychiatrie terecht, wat achteraf bekeken mijn redding was. Babbelen is zo belangrijk. Dan blijf je niet met die grote brok verdriet zitten. In therapie haal je er laagje na laagje af, waardoor het behapbaar wordt. Door mijn opname ben ik sterker, meer mezelf en gelukkiger." "Sven groeide als zachte jongen op in een harde wereld waar emoties geen bestaansrecht hadden. Althans, dat vonden zijn ouders. Maar weggeduwde emoties komen hoe ook bovendrijven. Sven vond uit het leven stappen minder beangstigend dan zijn gevoelens toelaten en beleven. Hij heeft rust gevonden, daar trek ik mij aan op. Echte mannen huilen niet, zeggen ze. Ik liet ontzettend veel tranen voor hem. Het zuivert. Als ik aan hem terugdenk, moet ik glimlachen. Dat zijn herinneringen zonder weerhaakjes. Alleen het mooie blijft over."