We zitten in la Flandre profonde, niet eens zo ver van de stad, in een oordschap waarvan ik de naam maar niet zal noemen. Ik ben te gast bij een vriendin die daar een voormalig koetshuis gekocht heeft, een heel charmante woning. Toch overweegt ze het pand weer van de hand te doen. "Vanwege de buurt", zegt ze. De verhalen die ze daarover heeft, zijn van het tragikomische soort. "Toen mijn ramen wat vuil waren, stak er een papiertje in mijn brievenbus : Gelieve eens uw ruiten te kuischen. In van dat schoonschrift uit de jaren vijftig. De klimop hoeft maar vijf centimeter over de grens met de buren te hangen, of ik krijg de politie over de vloer. De mensen hier kennen het gemeentelijke reglement rats uit het hoofd."
...

We zitten in la Flandre profonde, niet eens zo ver van de stad, in een oordschap waarvan ik de naam maar niet zal noemen. Ik ben te gast bij een vriendin die daar een voormalig koetshuis gekocht heeft, een heel charmante woning. Toch overweegt ze het pand weer van de hand te doen. "Vanwege de buurt", zegt ze. De verhalen die ze daarover heeft, zijn van het tragikomische soort. "Toen mijn ramen wat vuil waren, stak er een papiertje in mijn brievenbus : Gelieve eens uw ruiten te kuischen. In van dat schoonschrift uit de jaren vijftig. De klimop hoeft maar vijf centimeter over de grens met de buren te hangen, of ik krijg de politie over de vloer. De mensen hier kennen het gemeentelijke reglement rats uit het hoofd." Merken ze diepvriesfrieten op tussen haar boodschappen, dan hebben ze daar een beeldende benaming voor : luiewijveneten. Wat doet gij in het leven ? wilde er ook eens een weten. Gij komt hier altijd toe met zo ne zwarte zak. "Dat is dan mijn laptop", glimlacht mijn vriendin flauwtjes. Zij is dagbladjournaliste, maar volgens de buren 'doet' zij iets met de laatste nieuwe uitvindinghe. Mijn vriendin, een gezond en blozend meisje, krijgt als alleenstaande moeder al eens mensen op bezoek, vrouwen zowel als mannen. Dat laatste is voor de plaatselijke roddeltantes aanleiding tot sappige verhalen. Ge gaat ons toch niet wijsmaken dat ze zéven broers heeft, spuwen ze hun venijn. "En als er iemand blijft overnachten, vraagt de buurvrouw 's ochtends glimmend of ik goed heb geslapen." Sinds we daar zitten, bijeengebracht rond sushi en cava, is diezelfde buurvrouw overigens al twee keer op haar fiets gesprongen om bij de verlichte vensters poolshoogte te komen nemen. De dorpsstraat evolueert zo langzamerhand tot een vieze sloot van inteelt en sociale controle, waarvan je niet wist dat ze nog bestond. Maar het griezeligste verhaal moet nog komen. Het is bij deze zelfde vriendin dat ik enkele jaren geleden Theo heb ondergebracht, mijn geliefde eenorige kater, omdat zij over een mooie binnentuin beschikte en ik naar een appartement verkaste. Die huisdieradoptie is kwalijk afgelopen want op een dag is Theo verdwenen, samen met de kat die mijn vriendin daarvoor al had, om nooit meer terug te keren. "Ik heb het je lang niet durven zeggen maar dat raadsel is inmiddels opgehelderd", zegt zij droef. "Hier wat verder woont een duivenmelker van wie bekend is dat hij geen katten kan uitstaan. Er blijken er de laatste jaren tientallen verdwenen. Ze hebben die man zijn spoor kunnen volgen aan de hand van het vergif dat hij overal ging kopen. Toen de dierenarts bij hem langs moest, voor een ziekte die was uitgebroken onder zijn duiven, zag ze in zijn hangar zelfs drie katten aan het balkwerk bungelen. Die vent probeerde zich er nog uit te kletsen door te zeggen dat het konijnen waren - waarop zij opgemerkt heeft dat zij als dierenarts echt wel een kat van een konijn kan onderscheiden. Mijn oude trouwe Theo, brutaal vermoord door een mislukte Hannibal Lecter. Moet hij daarvoor twintig jaar zijn geworden en talrijke rivalen hebben overleefd, evenals de dood van koning Boudewijn, de uitvinding van de gsm, de opkomst van Al-Qaeda en de neergang van Betty van Big Brother ? Wraakgevoelens wellen in mij op. De kille wet van oog om oog en tand om tand. Ik overweeg een strafexpeditie, denk aan honkbalknuppels en aan ingegooide ruiten. Aan de boodschap KATTENHATER !, in fosforescerende graffiti gespoten over de hele breedte van het huis. Dan denk ik aan mijn grootvader, de goedheid zelve, van wie niettemin bekend is dat hij honden in het water gooide, in een zak met stenen verzwaard. Gewoon omdat ze zwanger waren. Vroeger werd voor het leven van een dier de hand niet omgedraaid. Mijn kwaadheid ebt wat weg. Toch mag ik niet aan de doodstrijd van Theo denken. Die duivenmelker zijn vrouw is onlangs gestorven aan kanker, hoor ik mijn vriendin nog zeggen. Zijn duiventil is inmiddels afgebroken. Sindsdien verdwijnen er niet langer katten. Het is 3 januari van het jaar 2010. We zitten in la Flandre profonde, in een oordschap waarvan ik de naam niet zal noemen. Elders in het land wordt gezocht naar een moordenaar die twee jonge mensen koelbloedig heeft doodgeschoten. - jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders