:: Katrin Rohde, Mama Tenga. Mijn leven in Afrika.
...

:: Katrin Rohde, Mama Tenga. Mijn leven in Afrika. Roularta Books, 256 p., 18,95 euro. Eventuele donaties : Förderkreis Sahel e.V., rekeningnummer 5785, Sparkasse Kreis Plön, BLZ 210 515 80. www.sahel.de Ik had altijd veel gereisd in mijn eentje", zegt Katrin Rohde (55 ). "De hele wereld had ik gezien. Alleen Afrika niet, dat liet ik links liggen want ik durfde het niet aan. Dat duistere, gevaarlijke continent had zoveel geheimen dat er niet aan te beginnen viel. In '88 ging ik er voor het eerst naartoe en sindsdien laat het mij niet meer los. En hoe meer ik erover leer en weet, hoe minder ik ervan begrijp. Wat ik wel doorgrond, zijn de Afrikaanse moslimvolkeren. Ik leef tenslotte met hen, ben zelf moslim geworden en ik ben met een moslim getrouwd." Katrin Rohde :(lacht) Voor mijn zoon en mijn ouders ook. Ze waren razend. Ook voor mij was het een verrassing : ik was al vier keer getrouwd geweest en had er mijn bekomst van. Maar ja, toen werden we verliefd en wat doet een mens dan ? In Europa zou men scheiden en opnieuw trouwen of zou men stiekem minnaars worden, maar ik wilde geen van beide. Een moslim die zich laat scheiden is zeer ongelukkig omdat hij zijn verantwoordelijkheden ontloopt, en dat wilde ik niet, zeker niet voor Salif. En ik kon zijn minnares niet worden, want dat strookt niet met mijn opvattingen. Salif , die twaalf jaar jonger is dan ik en drie kinderen heeft met zijn eerste vrouw, zei : "Ik trouw ook met jou." Omdat ik toch al moslim was, was dat voor mij niet echt een probleem. De saamhorigheid en de warmte in de vrouwengemeenschap zijn zo subliem, dat ik erbij wilde horen. Ze delen alles : voedsel, de opvoeding van kinderen, de grote en kleine problemen, de vreugde en het verdriet van elke dag. De islam geeft vorm aan mijn leven. Ik ben nogal slordig, vijfmaal per dag bidden brengt orde in mijn chaos. Het eerste gebed is tussen vijf en zes uur 's ochtends, in de tropen de mooiste tijd van de dag. Na het gebed ga ik aan het werk in het weeshuis, of met andere mensen die mij nodig hebben. Ik werk tot bij het laatste gebed om een uur of zeven. Daarna duik ik in de kroeg voor een borrel of een glas wijn. Toch wel, hoor. Je kunt best moslim zijn en een glas drinken en een sigaretje roken. Natuurlijk. Maar ik ben er niet zo goed in (lacht). In Burkina Faso lopen de temperaturen op tot 40, 45 graden in de schaduw. Als je dan van vijf uur 's ochtends tot zes uur 's avonds geen druppel water drinkt, is dat niet alleen een helse kwelling, het is ook schadelijk voor de gezondheid. Ik hou het hooguit tien dagen vol. Ik kan best zonder eten, en zonder sigaretten kom ik de dag ook wel door, maar in die hitte kan ik gewoon niet zonder water... Maar de ramadan is voor mij niet de essentie van de islam. Voor mij is dat bidden, vijf keer per dag. Je trekt je even terug, je overdenkt wat je hebt gedaan en je vraagt je af of dat goed is. En je bereidt je voor op wat je gaat doen. Je kunt het net zo goed meditatie noemen. Door te bidden leef ik bewuster dan vroeger, en minder ongeduldig. Zeer zeker. Om te beginnen word ik gerespecteerd om mijn leeftijd. In Burkina is de gemiddelde levensduur 46 jaar. Met mijn 55 ben ik dus al een echte oude vrouw (lacht). Het is prachtig om als vrouw oud te worden, ik kan het iedereen aanbevelen : je krijgt respect en je hebt een ongelooflijke vrijheid. Ik voel me veel vrijer dan vroeger. En veel gelukkiger. Ik word ook geaccepteerd en gerespecteerd omdat ik een goed moslim ben. Ik geef alles weg wat ik heb, en de zorg voor weeskinderen is een van de beste dingen die je kan doen, volgens de koran. Ik ben protestants opgevoed en christelijk grootgebracht. Maar dat liet ik achter me omdat ik niet bij een gemeenschap wilde horen die ook moordt. Ach, ik kan niet zeggen hoe verdrietig en ontsteld ik ben over dat fundamentalisme. En kwaad over het imago dat de laatste jaren verspreid wordt over moslims. De wereld ziet alleen maar terroristen en fundamentalisten die de koran totaal verkeerd interpreteren. In Burkina bestaat geen fanatisme, geen enkele vrouw draagt er een sluier of een hoofddoek. (Verontwaardigd) Nee ! Geen sprake van ! Als die er zouden komen, dan verhuis ik met al mijn kinderen naar Canada. Momenteel wonen er 160 tot 180 kinderen tussen zes en achttien jaar oud in het weeshuis. Daarnaast zijn er nog een duizendtal voor wie wij het schoolgeld en in hun medische zorgen betalen. Ik heb ook een gehandicaptenproject, één voor zwangere meisjes, één voor weduwen, een ziekenboeg, een werking met straatkinderen. We hebben een weefatelier, een winkel, een restaurant, lassers en houtbewerkers... Er komen steeds nieuwe projecten bij. Het zijn er nu al vijftien. Het laatste is een école rurale, waarin we honderden kinderen die kunnen lezen noch schrijven gedurende twee jaar iets willen bijbrengen over landbouw. Daar gaat telkens veel aan vooraf. Stel dat ik een kind een paar varkens geef en genoeg zaden om een moestuin aan te leggen, en de ouders pakken alles af : hoe voorkom ik dat ? In elk dorp waar ik werk, vorm ik een groepje kinderen. Ik overleg met de chef du village en zorg ervoor dat die kinderen een lapje grond ter beschikking krijgen. Daarna praat ik met de ouders en vertel ze dat ik hun kind varkens en een ezel enzovoorts uitleen voor twee jaar. Dan kunnen die ouders dat niet afnemen, want het is van mij... We staan nog maar aan het begin van dit project, maar met mijn vijftien jaar ervaring in Afrika ben ik ervan overtuigd dat het zal lukken. Nog steeds hetzelfde als tijdens mijn eerste kennismaking met het continent. Toen was ik echt verpletterd door de vreugde én de ernst van de Afrikaan. Die pure levensvreugde, dat zie je in Europa niet meer. Als je in Afrika 's ochtends wakker wordt, ben je blij omdat je nog leeft en twee voeten en twee handen hebt. Daarom alleen al ben je gelukkig. In het westen wanen mensen zich onsterfelijk, ze stellen alles in het werk om eeuwig jong te blijven. Ze weigeren de werkelijkheid onder ogen te zien. Oude mensen gaan naar een tehuis, sterven doen ze in een ziekenhuis, psychiatrische patiënten worden uit de maatschappij gehaald en in instellingen opgenomen. In Afrika leven en sterven al die mensen in de gemeenschap. Een Afrikaan beseft dat het leven kort is en dat het morgen voorbij kan zijn. Dat besef is de bron van al die levensvreugde. O ja, ik heb zowat alle ziekten gehad, tot meningitis toe. Ik was tegen zoveel mogelijk ingeënt, maar je kunt je niet tegen alles beschermen. Je kunt besmet raken met malaria, ondanks alle voorzorgen. Maar als je ooit malaria hebt gehad, ken je de symptomen en kun je je meteen behandelen, en dan is het niet meer dan een griepje. Als ik een aanval krijg, blijf ik twee dagen thuis aan een infuus dat vooral kinine bevat. Ik hang het infuus aan een vleeshaak aan de gordijnroede of aan de deur. Na twee dagen ben ik genezen. Mijn man Salif geneest zichzelf in één nacht. Hij neemt een middeltje van een medicijnman, en zelfs al had hij 42 graden koorts, de volgende dag is hij springlevend. Dat is al gebeurd. De eerste keer zonder het echt te willen. Ik had iets in mijn rug waardoor ik geen vin meer kon verroeren. De dokter gaf me injecties, niets hielp. Salif ging naar zijn medicijnman en kwam terug met een zwarte pasta, smeerde die tussen mijn dikke teen en die ernaast, en even later kon ik weer lopen. Een andere keer had ik niet te stelpen bloedingen en ik kon niet naar Europa om naar de dokter te gaan. Uit pure wanhoop ging ik naar zo'n medicijnman. Hij gaf me iets om te inhaleren en de bloedingen stopten. Een andere keer was ik heel erg ziek en niemand wist wat er mis was : koorts, beven, zweten. De laboratoriumtesten leverden geen resultaat. Een medicijnman hielp me er in één keer van af. Ik probeer zulke dingen niet eens meer te begrijpen, het gebeurt gewoon, vraag me niet waarom. Als het mogelijk is, doe ik het liefst een beroep op de westerse geneeskunde, ook voor de kinderen. Maar soms moét ik wel met hen naar een medicijnman omdat de westerse geneeskunde schandalig ontoereikend is en de overheid niets doet om de bevolking te helpen. Arme mensen hebben geen geld om zich te laten behandelen of om geneesmiddelen te kopen, àls die er al zijn. Weet je, Ouagadougou is een miljoenenstad en er is niet eens één fatsoenlijk ziekenhuis. Ze vliegen naar Frankrijk, tiens. Zoals ze ook hun kinderen in Zwitserland, Canada of Frankrijk naar school sturen omdat er in Burkina geen goede scholen zijn. Er zijn vier of vijf families die het land regeren, en ze houden de touwtjes stevig in handen. Voor de miljoenen anderen is er niets. Ik probeer mijn kinderen te leren om bescheiden te zijn er ervoor te zorgen dat ze een broodwinning hebben. "Droom maar niet van een Cadillac", zeg ik ze. "Zorg dat je het schoolgeld voor je kinderen kunt betalen en dat ze genoeg te eten hebben." Vaak gaan ze elders studeren. Veel meisjes worden boekhouder, secretaresse, verpleegster. Sommigen zijn zo slim dat we ze naar de universiteit sturen. Nu zijn we al zover dat er kinderen terugkomen. Ze volgden een doorgedreven opleiding en komen daarna bij mij werken in het weeshuis. De jongeren moeten bij ons vertrekken als ze achttien zijn om plaats te maken voor anderen, maar dat betekent niet dat we ze aan hun lot overlaten. Voor de negen die dit jaar het weeshuis verlieten, hebben we een huis gehuurd waar ze minstens één jaar samenwonen. De één gaat nog naar school of volgt een opleiding, een ander heeft een job. Wij geven ze geld om eten te kopen en nemen hun gezondheidszorg op ons. Twee tot drie keer per week controleren we of ze wel op school of op hun werk zijn. Jaren hebben ze bij ons in één grote familie gewoond. Ze blijven familie, en ze komen geregeld hun zusjes en broertjes opzoeken in het weeshuis. Dat is het belangrijkste in Afrika : ergens bij horen. Ik beschouw Afrika als mijn thuis : ik zou het niet willen missen. Maar natuurlijk ben en blijf ik een Europese vrouw. Het is fantastisch om een waterkraan open te draaien, het licht aan te knippen en geciviliseerde gesprekken te voeren. Dat mis ik soms. Er zijn inderdaad westerse hulpverleners en diplomaten in Ouagadougou, maar die gaan na een paar jaar weer weg. Voor hechte, duurzame vriendschappen met blanken is er niet genoeg tijd. Nooit. Ik heb er niks meer. Twee truien, een paar hemden, twee broeken, sokken, sandalen, stapschoenen, da's ongeveer alles wat ik nog bezit. Maar ik reis twee, drie keer per jaar naar Duitsland, vooral om geld in te zamelen. Geld, dat is het enige waarvoor mijn organisatie me nog nodig heeft. Verder loopt alles op wieltjes, ik heb prima medewerkers. No way. Alleen lokale mensen (trots), tot de zeven artsen toe. Ook mensen uit de stad komen op consultatie, voor 15 eurocent. En ze krijgen gratis geneesmiddelen mee, als we die in voorraad hebben. Ik beschouw het als mijn taak om mezelf overbodig te maken, en dat lukt aardig. Zij hebben mij niet echt nodig, maar ik hen des te meer : het is heerlijk om met hen te leven. Ik ga altijd zo snel mogelijk weer terug. In Duitsland breng ik korte bezoekjes aan mijn moeder, mijn zoon en kleindochter en dan vertrek ik op tournee en geef lezingen op conferenties, aan universiteiten en in service clubs. Deze keer heb ik ook een afspraak met een farmaceutisch bedrijf dat ons goedkoop aidsremmers wil leveren. Dat doe ik niet ! Ik heb nog nooit aan iemand één cent gevraagd. Ik krijg het vanzelf. Een anekdote : vorig jaar zat ik na een vlucht uit Afrika op het vliegtuig Parijs-Hamburg. Een vlucht van één uur. Naast mij zat een zakenman zijn krant te lezen. We wisselden geen woord, tot hij zei : "Wat een mooie tas, waar komt die vandaan ?" "Uit Burkina Faso", zei ik en hij las verder. We stonden al bij de uitgang toen hij me vroeg wat ik in Burkina deed. "Weeshuizen", zei ik. Of ik een naamkaartje had ? Ik gaf het hem. Vijf dagen later had die man 100.000 mark op mijn rekening gestort ! Na mijn lezingen in Duitsland geven mensen spontaan geld, sommigen veel, anderen weinig, ieder volgens zijn draagkracht. Ik ben daar heel blij om, het is niet voor mij, hè ? Ik heb zelf niets nodig. Ook niet om te logeren. Tijdens mijn tournee verblijf ik her en der bij vrienden. Het hoofdkantoor van mijn organisatie ligt in Hamburg en daar kan ik ook altijd overnachten. Net zoals in Afrika, heb ik niet meer nodig dan een matje om op te slapen. ( lacht) Helemaal niet. Vroeger had ik alles. Een groot huis, een prachtige tuin, een dure auto, kunstwerken, massa's boeken, naam en faam als boekhandelaar. Maar mijn eerste bezoek aan Afrika zette me aan het denken. Hoe kunnen die mensen zo gelukkig zijn terwijl ze niets hebben ? Waarom ben ik niet echt gelukkig terwijl ik alles heb ? Waarom kan ik niet meer blij zijn als een kind ? Op een bepaald moment kwam ik erachter dat ik eigenlijk was wat ik had. En ik dacht : wat ben ik nog als ik niks meer heb ? Toen begon ik zomaar van alles weg te geven. Als iemand bij mij thuis een duur beeldhouwwerk bewonderde, zei ik : "Neem maar mee." Als dergelijke voorwerpen weg zijn, komt er ruimte vrij. Ook in je binnenste : je geeft iets weg en er komt meer plaats, en dat is bevrijdend. Ik besefte dat ik echt niet veel nodig had : weg met al die dingen. Hoe minder ik heb, hoe liever. Ze dachten dat ik gek was. Mijn zoon was toen 22. Nu is alles allang weer in orde, maar destijds was hij ontzettend boos. Ook mijn ouders waren verschrikkelijk kwaad. Mijn vader is onlangs gestorven, maar mijn oude moeder is nu heel trots op me. Indertijd begreep niemand het. Ik was een voorbeeld van emancipatie, ik had mijn zaakjes goed voor elkaar en ik gooide dat allemaal zomaar overboord. Maar ach, de soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Mijn vrienden zegden dat het gevaarlijk was, dat het mijn dood zou worden, maar kijk, ik leef. Ik vind Afrika niet gevaarlijker dan Europa. Ik voel me er zelfs veiliger. Natuurlijk zitten er levensgevaarlijke slangen, zijn er dodelijke ziekten en een erbarmelijke gezondheidszorg en abominabele wegen, maar daar leer je mee leven. Je kunt in Europa toch ook op straat elk moment worden doodgereden of neergestoken ? Uit de grond van mijn hart : ik hoop dat ik voor altijd in Burkina kan blijven. Zeker niet. Ik zou het niet kunnen verdragen niet te weten wat er met mijn kinderen gebeurt. Dan sterf ik nog liever. Tekst Griet Schrauwen I Portret Michel Vaerewijck"Ik kwam erachter dat ik was wat ik had. Ik begon van alles weg te geven, en er kwam ruimte vrij. Ook in mijn binnenste. En dat is bevrijdend.""De essentie van de islam voor mij is bidden, vijf keer per dag. Je trekt je even terug, je overdenkt wat je hebt gedaan en je vraagt je af of dat goed is."