Het is zondag en ik ben hoofdzakelijk alleen in de kamer. Ik kijk naar een oude aflevering van Secret Army, terwijl de andere mensen mandjes vlechten of wafels bakken of zakdoek leggen of oude platen van T-Bone Walker draaien - of wat doen normale mensen op zondagen waarop het bij wet verboden is het gras te maaien ? Ik vraag het mij soms af.
...

Het is zondag en ik ben hoofdzakelijk alleen in de kamer. Ik kijk naar een oude aflevering van Secret Army, terwijl de andere mensen mandjes vlechten of wafels bakken of zakdoek leggen of oude platen van T-Bone Walker draaien - of wat doen normale mensen op zondagen waarop het bij wet verboden is het gras te maaien ? Ik vraag het mij soms af. Met dat alleen zijn, heb ik het gelukkig steeds minder lastig. Er zijn tijden geweest waarop je mij kon straffen door mij te verplichten meer dan een halfuur met mijzelf door te brengen zonder gezelschap of verstrooiing. Nu vind ik dat niet moeilijk meer. Ik begroet mijzelf als een oude bekende, met wie ik flink wat herinneringen deel en die mij zelden durft tegen te spreken. Ik leg iets op van Pink Floyd of Massive Attack of misschien wel van Bing Crosby, iets zachts in elk geval en dan kan niets mij overkomen behalve misschien de vlektyfus of de gestippelde cholera of anders wel de nieuwe folder van de Makro, waarin weer talrijke steraanbiedingen staan. Vannacht droomde ik dat ik met de baas van de dierentuin sprak en dat die er gedistingeerder uitzag dan ik dacht. Hij droeg een strik die was vervaardigd van restjes vleugel van uitheemse vlinders. Ook droomde ik, enigszins los van het bovenstaande, dat ik België moest vertegenwoordigen op het Eurosongfestival, met een karaokeversie van The Number of the Beast van Iron Maiden, waardoor ik de halve nacht lag te proberen of ik de hoge mi wel kon halen. Ik was verontwaardigd omdat men mij zo laattijdig van mijn gastoptreden op de hoogte had gebracht. Overdag doe ik gelukkig zinvoller dingen dan The Number of the Beast van Iron Maiden zingen. Naar de zweefvlucht van de reiger kijken, die ik vanuit mijn stadsappartement kan zien. Aan geguillocheerde bankbiljetten ruiken en vaststellen dat ze inderdaad niet stinken. In een oude krant lezen dat de oudste blogster ter wereld is overleden. Ze was 93 en haar oudemeisjesobservaties trokken maandelijks meer dan 70.000 lezers, van Nigeria tot Japan. "Ik wil weten hoe de jeugd leeft", schreef deze María. "Internet geeft mij het gevoel dat ik kleinkinderen heb over de gehele wereld." Lang kan ik naar het gecraqueleerde gezicht van zo'n hoogbejaarde dame zitten kijken, getroffen door de breekbare schoonheid daarvan. Ik kan teerhartig zijn, maar ben gelukkig ook perfect in staat om misprijzen te voelen, soms zelfs al bij een Ferrari die met brullende motor stapvoets aanschuift op de E40. Om succesvol te zijn moet je bij Ernst & Waterhouse werken, of zoiets schimmigs, terwijl van een job als onderwijzeres of verpleger steeds moeilijker valt te leven. Intussen droom ik op de achtergrond van een fijner besnaarde wereld, waarin mensen dansen in het korenveld en aan de waterkant, hand in hand. Hopelijk blijf ik dergelijke fata morgana's hebben. Als ik iets niet wil worden, dan wel zo'n calculerend en berustend personage, dat voor zichzelf heeft uitgemaakt dat de liefde naïef is et quetout les hommes trompent - zoals Floflo placht te zeggen. Niet alle mannen gaan vreemd. Ik ken er minstens twee die trouw zijn en van die twee ben ik er tegenwoordig een. Wat zou er gebeuren mocht een huiskat een tijger ontmoeten ? Zou de kat opgegeten worden of zouden de twee - high five, brotha ! - elkaar begroeten als verre leden van dezelfde familie ? Die vraag komt mij soms lastigvallen. Geen natuurreportage kon mij tot dusver uitsluitsel geven. Dat de kat met huid en haar door de tijger wordt verslonden, lijkt mij het meest waarschijnlijk want het is nu eenmaal eten of gegeten worden, daarbuiten op de savanne. Dat het een het ander moet opvreten om te overleven : het is een wezenlijk bezwaar van mij tegen de natuur en tegen deze wereld. Soms kloof ik met druipende vingers de ribben van een varken af. Soms vind ik het al wreed om blaadjes van een muntplantje te rukken en daar kokend water over te gieten om er thee van te trekken - terwijl diezelfde blaadjes vlak daarvoor nog levenslustig naar het zonlicht reikten. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders