Ik weet nog precies waar het gebeurde. Ik stond in de gang van ons huis en opeens begreep ik het : een droom is wat ik in mijn ogen zie, de werkelijkheid wat ik voor mijn ogen zie. Ik was vier en het was een grote opluchting in mijn leven. Want hoe mijn ouders het ook uitlegden : ik begreep niet waarom het huisje waarvan ik had gedroomd, 's morgens niet meer in de tuin stond. Gek werd ik ervan. Tot ik het op mijn manier uitgelegd kreeg.
...

Ik weet nog precies waar het gebeurde. Ik stond in de gang van ons huis en opeens begreep ik het : een droom is wat ik in mijn ogen zie, de werkelijkheid wat ik voor mijn ogen zie. Ik was vier en het was een grote opluchting in mijn leven. Want hoe mijn ouders het ook uitlegden : ik begreep niet waarom het huisje waarvan ik had gedroomd, 's morgens niet meer in de tuin stond. Gek werd ik ervan. Tot ik het op mijn manier uitgelegd kreeg. Sindsdien ben ik een enthousiaste, zelfs rabiate dromer. Hardop dromen, fantaseren. Mensen waarschuwen me dan al vlug : "Karlijn, droom eens wat minder. Komen alleen maar ontgoochelingen van." Soit, ik doe het toch. Of ze nu uitkomen of niet. Dromen is het mooiste wat er is. Stel je een leven zonder voor : da's pas triest. Mijn jeugd zou het script kunnen zijn van zo'n gezellige, Scandinavische gezinsfilm. Mijn ouders hadden een bos gekocht in Asse en daarnaast een huis gebouwd. Met mijn twee broers en zus maakten we urenlange trektochten door het Pajottenland. En als het eten klaar was, liet mijn moeder dat weten met de jachthoorn. De gezinswarmte die ik als kind zo fantastisch vond, werkte als puber soms beklemmend. Het hele gezin zat ook op één en dezelfde school : mijn ouders gaven er allebei plastische opvoeding. Als ik die dag even naar buiten had zitten staren, had altijd wel iemand dat gezien. Toen ik later naar de kunsthumaniora in Aalst ging, liet ik de bus de eerste keer zomaar voorbijrijden. Wat een gevoel van vrijheid gaf me dat. Aanvankelijk wou ik iets in de beeldende kunsten. Leek me ook realistisch : ik zag er mijn beide ouders geld mee verdienen. Theater móest wel een loutere hobby blijven, dacht ik. Tot mijn lerares eens vroeg of iemand van ons ermee wou doorgaan. Ik was verwonderd : kón dat dan ? En toen ging ik naar Studio Herman Teirlinck. Acteren is je kinderziel laten spreken. Onbevangen en vrij : zo moet je je opstellen. Het is letterlijk spelen. Niet anders dan een kind : 100 procent geloven in wat je op dat moment doet. Ik vond het daarom enorm verwarrend toen ze me op Studio zeiden : "Acteren is goed kunnen liegen." Zo werkt het bij mij niet. En zo geef ik het aan mijn studenten op Studio ook niet door. Spelen is geloven. Over humor bestaan bergen theorieën. In een ervan kan ik me wil vinden : dat humor altijd een overwinning op angst is. Klopt. Humor kan niet zonder drama. En omgekeerd. "Waarom je talent verpillen aan 'Het Peulengaleis' ?"Mijn tantes hebben het mij al vaak gevraagd. Waarom ik geen rol speel in Familie bijvoorbeeld ? Ze begrijpen geen snars van wat ik doe. Humor is dan ook enorm trend- en tijdgebonden. Ook mijn types Sylvia Muyshondt in Hoe ? Zo !, Agnes in Nefast voor de feestvreugde of Rani in de meidengroeppersiflage Hormonia : het is ze een raadsel. Vrouwen en humor blijken sowieso geen evident duo. Mannen vragen me bijvoorbeeld vaak licht misnoegd waarom ik mezelf toch zo lelijk wil maken met die idiote typetjes van me. Dat mensen elkaar zo vlug beoordelen. En de wreedheid die dat met zich brengt. Daar kan ik echt van wakker liggen. Van wreedheid in mijn nabije omgeving, maar ook op wereldschaal. En soms vraag ik me af : in een andere tijd en maatschappij, zou ik dan ook een beul kunnen zijn ? Of : waartoe zou ik in staat zijn, als ze mijn kind één haar zouden krenken ? Ik hoop het nooit te ontdekken. Professioneel het kind uithangen, botste aanvankelijk met mijn moederschap. Ik heb mijn zoontje, Briek, ooit meegenomen naar een optreden, bij gebrek aan babysit. Hij zou bij de schminksters blijven spelen. Maar tijdens de voorstelling zag ik hem plots uit de coulissen verwonderd naar zijn mama staan kijken. Wat een rare ervaring : ik voelde me betrapt, een clash tussen twee Karlijns. Intussen ben ik het gewoon : mijn kind dat kijkt naar het kind inmij. Een mooi gegeven trouwens. Vind ik. :: Karlijn Sileghem is samen met Tine Embrechts en Nele Bauwens te zien en te horen in de meidengroeppersiflage 'Hormonia'. Info en speeldata op www.hormonia.beTekst Guinevere Claeys I Foto Guy Kokken