VOOR 6

3 varkenswangetjes per persoon, 1200 à 1350 g in totaal (bestel ze vooraf bij de slager)

2 mooie wortelen

2 tot 3 stengels bleekselderij

2 uien

2 teentjes knoflook

1 kruidentuiltje (verse tijm, rozemarijn, laurierblaadjes, peterselie)

Begin een dag op voorhand met de voorbereidingen. Kies een voldoende grote kookpan waar alles in kan. Bereid de aromatische garnituur: maak de groenten schoon, schil ze en snijd ze in kleine stukjes. Plet de teentjes knoflook. Zet opzij.

Strooi peper en zout op de varkenswangetjes, aan beide kanten. Schroei ze in een koekenpan met antiaanbaklaag in een beetje olie en een klontje boter. Leg ze dan in de grote kookpan en laat sudderen. Voeg twee eetlepels bloem toe. Dek toe met de aromatische garnituur. Voeg het kruidentuiltje toe.

Giet eerst het bier erbij. Vul aan met de kalfsfond of de groentebouillon, tot het vlees onderstaat. Laat zachtjes sudderen. Haal na anderhalf à twee uur de wangetjes eruit en laat ze afkoelen. Laat ook de saus afkoelen na de aromatische garnituur verwijderd te hebben.

De volgende dag breng je de saus weer zachtjes aan de kook. Wanneer de saus goed warm is, leg je de varkenswangetjes erin. Laat zacht sudderen alvorens op te dienen (ongeveer een uur). Serveer met puree, aardappelen of frieten en groenten.