Ooit verscheen er een erotisch verhaal van mij in de Cosmopolitan. Ik nam deel aan verhalen- en gedichtenwedstrijden. Ja, het schrijven heeft lang gesudderd in mij.
...

Ooit verscheen er een erotisch verhaal van mij in de Cosmopolitan. Ik nam deel aan verhalen- en gedichtenwedstrijden. Ja, het schrijven heeft lang gesudderd in mij. Vanuit Limburg leek alles plots zo ver. Ik was mijn man naar Bree gevolgd, maar had voordien tien jaar in Brussel gewoond. Ik miste mijn vrienden. Na de geboorte van mijn dochter kwam de inzinking. Omdat ik als zelfstandige thuis werkte, kwamen er ook vele taken op mijn schouders terecht. Met Hannah twee uur in de wachtzaal van een dokter zitten bijvoorbeeld, terwijl thuis de deadlines flikkerden. Ik voelde me geen goede moeder, geen goede copywriter en geen goede echtgenote. Dat maakte me vaak kwaad. In die tijd waren er nog geen boeken die de roze wolk van het moederschap doorprikten. Gas terugnemen was de enige optie. Ik ergerde me als de moeder in de keuken stond in de kinderboeken die ik voorlas aan mijn dochter. Ik droomde van een boek dat ouders én kinderen zou doen glimlachen. Zo begon ik vijftien jaar geleden opnieuw te schrijven. Ik zag mijn dochter uit en mijn vader in de pampers gaan. Hij ging achteruit, zij ging vooruit, en op een bepaald moment kruisten ze elkaar. Ik weet nog dat mijn vader Hannah de snoepjes uit de handen stal. Ik keek hoe ze daarmee omging en schreef het op. Het werd een kinderboek, hoewel het aanvankelijk een schrift was om ooit aan Hannah te geven. Het was zoals ik het gewenst had, met doorgebroken patronen en thema's die men vaak voor kinderen verstopt. Een moeder die geen tweede kind wil, daar had ik een manuscript over klaar. Mijn uitgever vond dat niet kindvriendelijk en zei dat ik haar aan het einde toch zwanger moest maken. Ik ben toen naar een uitgever gestapt die me begreep. Mijn tweede boek gaat dus over een meisje dat te weten komt dat haar moeder na haar geboorte een depressie doormaakte. Wij schrijvers verdienen een peulschil in vergelijking met een sportman. Er zijn beroepen waarin je met één prestatie of kleine vondst enorm veel geld binnenrijft. Schrijven is ploeteren, eenzaam zijn, altijd maar broeden op ideeën en bang zijn dat er daarna geen meer zullen komen. Mijn honden werden de input toen mijn dochter haar kindertijd ontgroeide. In Cheffie is de baas teken ik teckels met drie verschillende karakters die reageren op de komst van een grote herdershond. Mijn Australische herdershond is mijn grote kameraad. Hij is altijd bij me en doet me boeiende dingen zien. Daarom schreef ik mijn laatste verhaal vanuit het standpunt van honden. Waarom doen de mensen dat niet : er zijn zoveel hondenrassen en -karakters, en toch kunnen ze samen spelen en leven. Ik laat kinderen kiezen tussen de geur van een bloemenparfum en de geur van stinkende hondensnoepjes. Ze kijken verbaasd als ik vertel wat honden verkiezen. Dat is een inrijpoort om na te denken over ervaringsverschillen. Nu mijn dochter pubert, leer ik weer veel bij. Mama's die boeken schrijven, dat is maar niks. Je bent dik, je kleren zien er niet uit, je mag niet dansen op een concert van Clouseau en een iPod is niets voor zogenaamd oude vrouwen. Je moet echt wel stevig in je schoenen staan om dat allemaal te kunnen plaatsen. Voelen dat iets goed zit, of beseffen dat er al schrijvend plots enkele uren voorbij zijn, daarvoor zal ik altijd blijven schrijven. :: Kaat Vrancken won de Boekenleeuw met 'Cheffie is de baas', uitgeverij Querido. In april verschijnt 'Tussen twee huizen, ouders en kinderen over co-ouderschap' bij uitgeverij Van Halewyck. Gretel Van den Broek