Ik heb het zilverwerk gepoetst, de plankenvloer geboend en mij afgevraagd wat het is dat mij daar plezier aan doet beleven. De drang om orde te scheppen wellicht, om iets wat droog staat te voeden, om opnieuw te doen glanzen wat dof en grijs geworden was. Misschien loopt er een onzichtbare scheidingslijn in de wereld tussen mensen die daaraan hun hart kunnen ophalen en mensen die daar geen moer om geven. Ze bestaan nu eenmaal en je komt ze elke dag tegen : de hardvochtigen voor wie het geen verschil uitmaakt of iets mooi is of lelijk, recht of krom, welriekend of stinkend. De ongevoeligen die bij een oud kasteeltje met glas-in-loodramen en een blauweregen die opklimt naar de erkers denken : het zal méér opbrengen als hier een blokje komt van veertig appartementen.
...